Ruimtemeesters
← Voor jou · Jurisprudentie·Expertteam Arbeidsmigratie

Arbeidsmigratie

Huisvestingsnormen, registratie, SNF/SKIA — arbeidsmigratie als ruimtelijke én sociale opgave.

Aantal in feed
14
Top score
1.00
Gem. score
0.57
Drempel
0.3
midden band
  1. 01

    De vergunningweigering blijft gelden; Inbeva krijgt wel schadevergoeding wegens de te lange procedure.

    De vergunningweigering blijft staan; de Staat moet Inbeva € 1.000 wegens termijnoverschrijding en € 467 proceskosten voor het schadeverzoek betalen.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5780

    De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak, waardoor Inbeva geen vergunning krijgt voor zestien woonunits voor arbeidsmigranten op het bedrijventerrein. De units zijn volgens de planregels geen bedrijfswoning, ook niet als het bedrijfsgebouw en het hallencomplex één bouwperceel zouden vormen. Het college mocht bovendien weigeren van het bestemmingsplan af te wijken vanwege de ruimte voor bedrijfsactiviteiten en het woon- en leefklimaat. Een aanvaardbaar akoestisch binnenniveau volstaat daarvoor niet. Inbeva krijgt wel € 1.000 schadevergoeding van de Staat wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Staat moet ook € 467 proceskosten voor dat schadeverzoek vergoeden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Arbeidsmigratiesterk
    Omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten
  2. 02

    Het hof wijst Holtri’s ontruimingsvordering in kort geding af.

    Het hof vernietigt het kortgedingvonnis, wijst Holtri’s vorderingen af en veroordeelt haar tot betaling van proceskosten.

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 okt 2026
    ECLI:NL:GHARL:2026:6363

    Het hof vernietigt de ontruimingsveroordeling en wijst Holtri’s vorderingen af, zodat de huurders op grond van dit kort geding niet hoeven te vertrekken. Hoewel de gemeentelijke dwangsom voldoende spoed oplevert, staat onvoldoende vast dat een bodemrechter de huur zal beëindigen. Holtri heeft geen concreet plan om de recreatieve bestemming te verwezenlijken. Ook wegen de woonbelangen van de huurders zwaarder dan Holtri’s financiële belang. De permanente bewoning blijft in strijd met het omgevingsplan; het hof beslist niet definitief over beëindiging van de huur. Holtri moet de proceskosten van beide instanties betalen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Arbeidsmigratiesterk
    Recreatieparken / vakantieparkenHandhaving huisvesting (LOD / bestuursdwang)
  3. 03
    Expertteam Arbeidsmigratie·Rechtbank Rotterdam·2 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBROT:2026:13281 Rechtbank Rotterdam , 02-10-2026 / ROT 26/6277 en ROT 25/5518 en ROT 26/6281 en ROT 25/5519

    Omgevingswet. Verzoeken om voorlopige voorziening hangende de beroepen tegen de oplegging van lasten onder dwangsom aan eisers in verband met de bewoning door arbeidsmigranten in een conferentiehotel. Van rechtswege ook beroep ontstaan tegen de wijzigingsbesluiten en invorderingsbesluiten. Kortsluiting. Beroepen zijn gegrond. Dwangsommen zijn te hoog. Besluiten zijn vernietigd. Zelf voorzien door de dwangsommen te halveren. Om deze geen reden om een voorziening te treffen. Wel toekenning proceskosten en griffierecht.

    ECLI:NL:RBROT:2026:13281· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  4. 04
    Expertteam Arbeidsmigratie·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5916 Raad van State , 07-10-2026 / 202405463/1/R2

    Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel een vergunning voor de huisvesting van 400 arbeidsmigranten op de locatie [locatie 1] verleend. De gemeente Boxtel kent een tekort aan huisvesting voor arbeidsmigranten. Op grond van de Verordening huisvesting arbeidsmigranten Boxtel 2022 (Vha 2022) geldt een verdelingsprocedure voor de huisvestingvergunningen voor arbeidsmigranten. Na de inschrijvingen voldeed één aanvraag aan de gronden voor verlening van de vergunning en is de keuze gevallen op SBA Euro B.V op de locatie [locatie 1]. [appellant sub 1] en anderen wonen in de nabije omgeving van dit perceel en vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en de openbare orde en veiligheid. De rechtbank heeft het beroep van [appellant sub 1] en anderen gegrond verklaard en de vergunning herroepen voor zover deze aan SBA Euro B.V. is verleend. De rechtbank heeft daarnaast bepaald dat de vergunning wordt verleend aan Flex Housing B.V. en heeft de vergunning voor het overige in stand gelaten. Daartoe overweegt de rechtbank dat de brief met daarin de vergunning is gericht aan SBA Euro B.V. en zij daarin wordt aangemerkt als de aanvrager, maar dat het college volgens het bestreden besluit de vergunning had willen verlenen aan Flex Housing B.V., die één van de aanvragers was.

    Belanghebbendheid en procesbelangGemeentelijk beleid huisvesting arbeidsmigrantenOmgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten
    ECLI:NL:RVS:2026:5916· Bestuursrecht
  5. 05
    Expertteam Arbeidsmigratie·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5901 Raad van State , 07-10-2026 / 202405437/1/R1

    Bij besluit van 22 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant A] wegens permanente bewoning van een recreatiewoning op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan [appellant A] twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens permanente bewoning van een recreatiewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse. Op 22 december 2022 heeft het college onder verwijzing naar het rapport over de verrichte controle op 21 september 2022 het volgens het hem verbeurde bedrag van de eerste last onder dwangsom ingevorderd.

    Recreatieparken / vakantieparkenHandhaving huisvesting (LOD / bestuursdwang)Belanghebbendheid en procesbelangGemeentelijk beleid huisvesting arbeidsmigranten
    ECLI:NL:RVS:2026:5901· Bestuursrecht
  6. 06

    De Afdeling laat de tot € 1.500 beperkte invordering in stand.

    De Afdeling bevestigt de uitspraak voor zover aangevallen; de invordering blijft beperkt tot € 1.500.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5815

    De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak, waardoor het college van Medemblik € 1.500 mag blijven invorderen. De rechtbank had de oorspronkelijke invordering van € 15.000 al met € 13.500 verminderd wegens onvoldoende onderbouwing door de overige controles. Het controlerapport van 9 januari 2023 draagt het resterende bedrag wel: daaruit blijkt volgens de rechter dat de last niet tijdig was nageleefd. [appellant] heeft de bevindingen uit dat onder ambtsbelofte opgestelde rapport niet weerlegd. Ook de afwijzing van schadevergoeding blijft staan, omdat onderbouwende stukken ontbreken. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Arbeidsmigratiesterk
    Handhaving huisvesting (LOD / bestuursdwang)
  7. 08
    Expertteam Arbeidsmigratie·Centrale Raad van Beroep·8 okt 2026relevant

    ECLI:NL:CRVB:2026:1304 Centrale Raad van Beroep , 08-10-2026 / 25/1104 ZW

    De uitsluiting van een niet-PGB gefinancierde huishoudelijk werkster voor de Ziektewet is niet gerechtvaardigd. Betrokkene werkte voordat zij ziek werd vijf dagen per week bij zeven particuliere huishoudens voor in totaal gemiddeld 27,5 uur. Zij werd, anders dan de betrokkene in de uitspraak van 30 maart 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:481), niet betaald uit een PGB. Omdat zij voor geen enkele werkgever op vier of meer dagen per week werkte, was zij uitgesloten van de verplichte verzekering voor de Ziektewet. De Raad komt tot het oordeel dat deze uitsluiting ook voor deze niet-PGB dienstverleenster in strijd is met het verbod van discriminatie op grond van geslacht. De uitsluitingsbepaling treft overwegend vrouwen en het UWV heeft niet aangetoond dat daarvoor een rechtvaardiging bestaat. Het UWV heeft namelijk niet kunnen onderbouwen dat de huidige uitsluitingsbepaling – die deel uitmaakt van de ‘Regeling dienstverlening aan huis’ - geschikt en noodzakelijk is om de gestelde doelen van bevordering van de arbeidsmarkt voor persoonlijke dienstverlening en het voorkomen van illegale arbeid te behalen. De doelstelling van de uitsluiting, het tegengaan van zwart werk, wordt niet bereikt en voor het bereiken van de andere doelstelling, een positief werkgelegenheidseffect, is weinig bewijs te vinden. Bovendien zijn er (buitenlandse) alternatieven die niet tot indirecte discriminatie op grond van geslacht leiden. Er is nog geen begin gemaakt de bruikbaarheid van deze of andere alternatieven in Nederland te onderzoeken. De uitsluitingsbepaling moet buiten toepassing worden gelaten en het UWV moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag om een ziektewetuitkering.

    ECLI:NL:CRVB:2026:1304· Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
  8. 09
    Expertteam Arbeidsmigratie·Rechtbank Midden-Nederland·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RBMNE:2026:6681 Rechtbank Midden-Nederland , 30-09-2026 / UTR 25/5396

    Deze uitspraak gaat over het niet-ontvankelijk verklaren van eisers bezwaar. Eiser heeft een aanvraag gedaan bij het college om in te worden geschreven in de basisregistratie personen op Herenstraat 35B of Herenstraat 35 in Hilversum. Het college heeft eiser per mail laten weten dat de inschrijving in de BRP niet mogelijk is omdat het adres waarop eiser zich wil inschrijven niet in de basisregistratie adressen en gebouwen (bag) voorkomt. Eiser heeft tegen de mail bezwaar gemaakt. Het college heeft dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat zij stelt dat de mail een informatieve mededeling is en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de mail gelijk moet worden gesteld met een besluit in de zin van de Awb. Het college heeft het bezwaar daarom onterecht niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond.

    BRP-inschrijving en RNI
    ECLI:NL:RBMNE:2026:6681· Bestuursrecht
  9. 10
    Expertteam Arbeidsmigratie·College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026relevant

    ECLI:NL:CBB:2026:485 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 06-10-2026 / 26/643

    Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is beoordelingsverslag van het Ctgb geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb en zijn het de beslissingen op de aanvragen om (verlengde) toelating door Ierland en Duitsland die de definitieve rechtspositie van verzoeker bepalen.

    ECLI:NL:CBB:2026:485· Bestuursrecht
  10. 11
    Expertteam Arbeidsmigratie·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5621 Raad van State , 30-09-2026 / 202505307/1/V1

    Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan appellant een bestuurlijke boete van in totaal € 1.800,00 opgelegd voor overtredingen als bedoeld in artikel 55a van de Vw 2000. De IND en de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) hebben in 2020 een controlebezoek bij appellant afgelegd. De bevindingen uit de administratieve controle en het bedrijfsbezoek zijn neergelegd in een rapport van bevindingen van 4 mei 2021. In dit rapport staat dat appellant haar informatieplicht als erkend referent heeft geschonden. Zij heeft namelijk niet tijdig de informatie verstrekt dat zij de kennismigrant in de periode van juni 2017 tot en met februari 2021 te weinig loon heeft uitbetaald. Daarmee voldoet zij volgens het rapport niet aan het looncriterium voor de tewerkstelling van een kennismigrant. Ook staat in het rapport van bevindingen dat appellant haar administratieplicht heeft geschonden.

    ECLI:NL:RVS:2026:5621· Bestuursrecht
  11. 12

    De Afdeling laat de lasten wegens permanente bewoning van recreatiewoningen in stand.

    De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak; de lasten onder dwangsom voor [appellant A] en [appellant B] blijven gelden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5813

    De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en laat daarmee de lasten onder dwangsom voor [appellant A] en [appellant B] wegens permanente bewoning van recreatiewoningen in stand. De BRP-inschrijvingen en toegekende huisnummers rechtvaardigen geen vertrouwen dat het college niet zou handhaven. Ook het tijdsverloop en de gestelde rustigere ruimtelijke uitstraling maken handhaving hier niet onevenredig. Het college mocht meewegen dat de overtreding doorloopt en het gebruik een andere ruimtelijke uitstraling heeft. Appellanten hebben hun betwisting van de overtreding ingetrokken. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Arbeidsmigratierelevant
  12. 13
    Expertteam Arbeidsmigratie·Rechtbank Rotterdam·7 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RBROT:2026:13399 Rechtbank Rotterdam , 07-10-2026 / ROT 26/5758

    Uitspraak op een verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft geen beslissing ingetrokken, gewijzigd of herzien, dan wel een voorlopige maatregel getroffen naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen sprake is van tegemoetkomen.

    ECLI:NL:RBROT:2026:13399· Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Bron: dagelijkse ingest (daily-window-since-2026-09-30, scoring via qwen38-graded-v1). Snapshot van 15 okt 2026 — drempel 0.3. Volgorde "Redactioneel" past quota op rechtsgebied + court toe en weegt recente uitspraken iets zwaarder; "Pure score" toont de relevantie-score ongewijzigd.