Ruimtemeesters
← Voor jou · Jurisprudentie·Expertteam Milieurechthandhaving

Milieurechthandhaving

Last onder dwangsom, bodem/lucht/geluid, sanctiestrategie — handhaving die stand houdt bij de bestuursrechter.

Aantal in feed
28
Top score
1.00
Gem. score
0.74
Drempel
0.6
hoge band
  1. 01

    De intrekking van de geluidslast voor trainingen bij MSV de Prikkedam blijft overeind.

    De Afdeling laat de intrekking van de last over maximale geluidsniveaus tijdens trainingen in stand.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5779

    De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant A] ongegrond, waardoor de intrekking van de last onder dwangsom aan MSV de Prikkedam in stand blijft. Het college mocht de last volgens zijn beleid al vóór het verstrijken van een jaar intrekken. Elf opeenvolgende metingen lieten geen overtreding zien. Dat tijdens sommige metingen minder motoren reden, maakte de metingen volgens de Afdeling niet onbetrouwbaar voor het maximale geluidsniveau. De last betrof uitsluitend dat niveau tijdens trainingen. Bezwaren over het langtijdgemiddelde geluid waren daarom niet relevant voor deze beoordeling.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Geluid — handhavingBewijslast en controlerapportSanctiestrategie / LHS
  2. 02

    De Afdeling vernietigt de handhavingsbesluiten; het college moet opnieuw over geluidsoverlast beslissen.

    De Afdeling vernietigt de handhavingsbesluiten; het college moet binnen zestien weken na verzending opnieuw beslissen.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5812

    De Afdeling vernietigt de eerdere handhavingsbesluiten en het herstelbesluit over geluidsoverlast bij basisschool De Buut. Het college van Nijmegen moet binnen zestien weken na verzending opnieuw op de bezwaren beslissen. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd of het voorgestelde hek van 180 centimeter volgens de regels voor vergunningverlening aanvaardbaar is. Daardoor is ook onvoldoende onderbouwd dat het volledige maatregelenpakket de overtreding beëindigt. Het beroep van [appellant] en anderen tegen het herstelbesluit slaagt; de beroepen van Conexus en [appellanten sub 2] daartegen zijn ongegrond. Tegen het nieuwe besluit staat alleen beroep bij de Afdeling open.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Last onder dwangsom — rechtmatigheidGeluid — handhavingBewijslast en controlerapportActiviteitenbesluit / Bal — handhaving+2 andere
  3. 03
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Noord-Nederland·8 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4426 Rechtbank Noord-Nederland , 08-10-2026 / 26/2860

    Voorlopige voorziening. Last onder dwangsom voor het staken en gestaakt houden van activiteiten in een bedrijfsloods. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college op dit moment onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een overtreding. Verlenging begunstigingstermijn met terugwerkende kracht.

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4426· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  4. 04
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5925 Raad van State , 07-10-2026 / 202404541/1/R3

    Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat hij zonder omgevingsvergunning een berging, een vlonder en een schuilhut heeft opgericht op een eilandje in de Reeuwijkse plassen. [appellant] is eigenaar van een eilandje in het Reeuwijkse plassengebied, op het perceel kadastraal bekend gemeente Reeuwijk, sectie G, nummer 3131. Op 23 juni 2021 en op 15 september 2021 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Midden-Holland geconstateerd dat op het perceel een houten huisje op een houten vlonder en een vervallen schuilhut staan. Het huisje, wat door het college in de besluiten is aangeduid als een berging, heeft volgens het inspectierapport van de controle op 15 september 2021 een afmeting van 3,33 m breed, 1,67 m diep en de nokhoogte is 2,5 m. De vlonder heeft een afmeting van 4,08 m bij 4,2 m. De vervallen schuilhut is ongeveer 2,60 m breed en ongeveer 2,10 m diep en heeft een nokhoogte van ongeveer 1,85 m.

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBeginselplicht tot handhavingConcreet zicht op legalisatieEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluit+2 andere
    ECLI:NL:RVS:2026:5925· Bestuursrecht
  5. 05
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Limburg·6 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBLIM:2026:10628 Rechtbank Limburg , 06-10-2026 / ROE 26/2079 en 26/2080

    Deze uitspraak gaat over een last onder dwangsom wegens de verkoop van ijsbolletjes (en aanverwante producten) voor directe consumptie zonder dat eiser hiervoor een vergunning heeft. Eiser is het niet eens met de opgelegde last onder dwangsom. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Aan de hand van de door eiser aangevoerde gronden komt de voorzieningenrechter in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat de voortzetting van de last onder dwangsom niet onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Er is namelijk geen sprake van concreet zicht op legalisatie en er zijn ook overigens geen omstandigheden die maken dat er sprake is van een bijzonder geval waarin van handhaving moet worden afgezien. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

    ECLI:NL:RBLIM:2026:10628· Bestuursrecht
  6. 06
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6079 Raad van State , 14-10-2026 / 202503691/1/R4

    Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van het pand aan de [locatie 1] in Almere voor begeleid wonen. Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 1] in Almere, een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Bij besluiten van 6 mei 2024 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 2] in Almere, en [appellant sub 2A], als (mede-)eigenaar van dat pand, elk een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Volgens het college staat het ter plaatse geldende bestemmingsplan het gebruik van de panden voor begeleid wonen niet toe, zodat zich een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voordoet. Bijzondere omstandigheden om af te zien van handhavend optreden zijn er volgens het college niet. De rechtbank is het college hierin gevolgd.

    Vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:6079· Bestuursrecht
  7. 07
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·13 okt 2026sterk

    ECLI:NL:CBB:2026:491 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 13-10-2026 / 24/451 en 25/696

    Boetes en intrekking derogatievergunning vanwege overschrijding van de gebruiksnormen. De minister heeft aangetoond dat de maatschap in 2018 een samenwerkingsverband vormde met de eenmanszaak, waarbij koeien van de eenmanszaak bij de maatschap werden gehouden. Percelen waarover maatschap niet de feitelijke beschikkingsmacht had terecht niet betrokken bij oppervlakte landbouwgrond. Minister mocht forfaits gebruiken bij bepalen mineralengehalten in de voorraad. Matiging van de boetes met 50% nu de maatschap vanwege hoge schuldenlast en zwaar gefinancierd eigen vermogen niet draagkrachtig genoeg is om de boetes volledig te betalen.

    Bestuurlijke boete (milieu)Bewijslast en controlerapportNatuur- en stikstofhandhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluit
    ECLI:NL:CBB:2026:491· Bestuursrecht
  8. 08
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Rotterdam·2 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBROT:2026:13281 Rechtbank Rotterdam , 02-10-2026 / ROT 26/6277 en ROT 25/5518 en ROT 26/6281 en ROT 25/5519

    Omgevingswet. Verzoeken om voorlopige voorziening hangende de beroepen tegen de oplegging van lasten onder dwangsom aan eisers in verband met de bewoning door arbeidsmigranten in een conferentiehotel. Van rechtswege ook beroep ontstaan tegen de wijzigingsbesluiten en invorderingsbesluiten. Kortsluiting. Beroepen zijn gegrond. Dwangsommen zijn te hoog. Besluiten zijn vernietigd. Zelf voorzien door de dwangsommen te halveren. Om deze geen reden om een voorziening te treffen. Wel toekenning proceskosten en griffierecht.

    ECLI:NL:RBROT:2026:13281· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  9. 10

    De geluidlast en invordering blijven staan; de Staat moet schadevergoeding betalen.

    De Afdeling bevestigt de geluidlast en invordering en kent schadevergoeding toe wegens de te lange procedure.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5601

    De Afdeling laat de last voor geluidoverschrijding tijdens trainingen en de invordering van twee dwangsommen van elk € 4.000 in stand. MSV de Prikkedam kan zich voor die overschrijding niet beroepen op het gebruiksovergangsrecht. Na vernietiging van het bestemmingsplan uit 1997 herleefde het plan uit 1980. Het gebruik van de gehele baan was daarmee in strijd, omdat een deel binnen een natuurbestemming lag. Het overgangsrecht uit 2019 beschermde dat gebruik daarom niet. Wegens de te lange procedure moet de Staat wel € 2.500 schadevergoeding aan de vereniging en samen € 2.500 aan [partij A] en [partij B] betalen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBeginselplicht tot handhavingGeluid — handhaving
  10. 11
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5900 Raad van State , 07-10-2026 / 202504532/1/R1

    Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning aan [bedrijf A] verleend voor onder meer het maken en hebben van een uitweg, het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht en het bouwen van een toegangspoort op het perceel aan de [locatie 1] in Weesp. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Weesp. Zij houdt op dat adres ook haar kantoor. [bedrijf A] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Op dat perceel staat een kerkgebouw dat onder meer in gebruik is als horecagelegenheid, brouwerij en yogastudio. Daarvoor heeft het college op 22 februari 2017 een omgevingsvergunning verleend. Ten noorden van het kerkgebouw staan ten tijde hier van belang twee woningen in het zogenoemde Laurentiushof. Aan de westzijde daarvan ligt de Kerklaan met parallel daaraan een historische kerktuinmuur. [bedrijf A] heeft op 24 oktober 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder meer het maken van een opening in de kerktuinmuur en de bouw van een afsluitbare toegangspoort, zodat voertuigen vanaf de Kerklaan toegang hebben tot het perceel en de daarop aanwezige parkeerplaatsen.

    Handhavingsverzoek — afwijzingLast onder dwangsom — rechtmatigheidVoorlopige voorziening tegen handhavingsbesluitRvS-uitspraken — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5900· Bestuursrecht
  11. 12
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026sterk

    ECLI:NL:CBB:2026:477 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 06-10-2026 / 25/865

    Volgens de staatssecretaris stond de educatieve boodschap niet centraal tijdens een concert in het Dolfinarium en heeft het Dolfinarium daarmee de dierentuinvergunning overtreden. De staatssecretaris heef een last onder dwangsom opgelegd. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder c, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBewijslast en controlerapport
    ECLI:NL:CBB:2026:477· Bestuursrecht
  12. 13
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5929 Raad van State , 07-10-2026 / 202505029/1/A2

    Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellante], handelend onder de naam [naam bedrijf], een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is sinds 2017 eigenaar van zes arken. De arken hebben met toestemming van de gemeente Vijfheerenlanden tot medio juni 2020 in de passantenhaven van Vianen gelegen. [appellante] heeft de arken vervolgens in de Industriehaven in Utrecht afgemeerd. Zij had tot 1 oktober 2020 toestemming om de arken daar af te meren. Ook na deze datum heeft [appellante] de arken in de Industriehaven laten liggen. Het college heeft [appellante] daarop gelast om de arken uit de Industriehaven te verwijderen. De procedure hierover heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2471. Met deze uitspraak staat in rechte vast dat de arken na 1 oktober 2020 niet in de Industriehaven mochten liggen. Op de zitting van de Afdeling heeft [appellante] toegelicht dat de arken inmiddels zijn weggesleept en vernietigd. In geschil is of het college aan [appellante] een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom mocht opleggen. Ook is in geschil of het college mocht overgaan tot invordering van de verbeurde dwangsom. Op 9 november 2023 hebben handhavers van het college geconstateerd dat in totaal zes units in de [arken] ([naam ark A] tot en met [naam ark B]) en [naam ark C] zonder registratienummer worden aangeboden voor toeristische verhuur. Op het moment van de controle was unit [naam ark A] verhuurd via Airbnb en werd unit [naam ark C] bewoond door de zoon van [appellante].

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidInvorderingsbesluitRvS-uitspraken — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5929· Bestuursrecht
  13. 14

    De gebruikslast blijft gelden, maar de last tegen de bouwkundige splitsing vervalt.

    De Afdeling bevestigt de gebruikslast voor één huishouden en het vervallen van de bouwkundige herstelplicht.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5798

    De Afdeling bevestigt dat [appellant sub 1] de bewoning door meer dan één huishouden moet staken en gestaakt houden, terwijl de bouwkundige herstelplicht vervalt. Het college heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de bovenwoning zelf zonder vergunning heeft gesplitst. Evenmin is aangetoond dat zij bij aankoop concrete aanwijzingen had voor een splitsing zonder vergunning. De rechtszekerheid staat daarom handhaving tegen het in stand laten daarvan in de weg. Het strijdige gebruik blijft wel handhaafbaar. Het huisnummerbesluit, de heffingsaanslagen en de onvoldoende geconcretiseerde bezoeken rechtvaardigen geen vertrouwen dat het college daartegen niet zou optreden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBeginselplicht tot handhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
  14. 15
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Noord-Holland·8 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBNHO:2026:13701 Rechtbank Noord-Holland , 08-10-2026 / HAA 26/3974

    Last onder bestuursdwang. Exploitatie hotel zonder exploitatievergunning. Naar voorlopig oordeel ontbreekt een concreet zicht op legalisatie en heeft het beroep op het vertrouwensbeginsel in bezwaar geen redelijke kans van slagen. Met de burgemeester is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat handhavend optreden ook overigens niet onevenredig is. De burgemeester heeft naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter verder afdoende gemotiveerd waarom hij geen aanleiding heeft gezien een langere termijn aan de last te verbinden. Ook in de belangenafweging ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Afwijzing verzoek.

    Last onder bestuursdwangBeginselplicht tot handhavingConcreet zicht op legalisatieVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving+2 andere
    ECLI:NL:RBNHO:2026:13701· Bestuursrecht
  15. 16
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5901 Raad van State , 07-10-2026 / 202405437/1/R1

    Bij besluit van 22 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant A] wegens permanente bewoning van een recreatiewoning op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan [appellant A] twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens permanente bewoning van een recreatiewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse. Op 22 december 2022 heeft het college onder verwijzing naar het rapport over de verrichte controle op 21 september 2022 het volgens het hem verbeurde bedrag van de eerste last onder dwangsom ingevorderd.

    InvorderingsbesluitVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5901· Bestuursrecht
  16. 17

    De Afdeling laat de lasten wegens permanente bewoning van recreatiewoningen in stand.

    De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak; de lasten onder dwangsom voor [appellant A] en [appellant B] blijven gelden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5813

    De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en laat daarmee de lasten onder dwangsom voor [appellant A] en [appellant B] wegens permanente bewoning van recreatiewoningen in stand. De BRP-inschrijvingen en toegekende huisnummers rechtvaardigen geen vertrouwen dat het college niet zou handhaven. Ook het tijdsverloop en de gestelde rustigere ruimtelijke uitstraling maken handhaving hier niet onevenredig. Het college mocht meewegen dat de overtreding doorloopt en het gebruik een andere ruimtelijke uitstraling heeft. Appellanten hebben hun betwisting van de overtreding ingetrokken. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Beginselplicht tot handhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
  17. 18

    De Afdeling laat de tot € 1.500 beperkte invordering in stand.

    De Afdeling bevestigt de uitspraak voor zover aangevallen; de invordering blijft beperkt tot € 1.500.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5815

    De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak, waardoor het college van Medemblik € 1.500 mag blijven invorderen. De rechtbank had de oorspronkelijke invordering van € 15.000 al met € 13.500 verminderd wegens onvoldoende onderbouwing door de overige controles. Het controlerapport van 9 januari 2023 draagt het resterende bedrag wel: daaruit blijkt volgens de rechter dat de last niet tijdig was nageleefd. [appellant] heeft de bevindingen uit dat onder ambtsbelofte opgestelde rapport niet weerlegd. Ook de afwijzing van schadevergoeding blijft staan, omdat onderbouwende stukken ontbreken. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    InvorderingsbesluitBewijslast en controlerapport
  18. 19
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5917 Raad van State , 07-10-2026 / 202505971/1/A3

    Bij besluit van 30 juli 2024 hebben de burgemeester van Stichtse Vecht en het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is de eigenaar van [café restaurant] aan het [locatie]. De burgemeester heeft [appellante] op 13 oktober 2023 een horeca-exploitatievergunning en alcoholvergunning verleend voor [café restaurant]. Op 25 april 2024 om 20.08 uur en op 21 juli 2024 om 17.31 uur hebben buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) controles uitgevoerd bij [café restaurant]. Zij hebben tijdens deze controles onder andere geconstateerd dat er waterpijpen werden verstrekt en dat er door de aanwezige gasten niet werd gedineerd. Volgens de burgemeester is dit in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening Stichtse Vecht (APV) en het Omgevingsplan Stichtse Vecht. De burgemeester en het college hebben [appellante] hierop op 30 juli 2024 een last onder dwangsom opgelegd, mede strekkende tot het binnen één week staken en gestaakt houden van het exploiteren van een shisha lounge, door de waterpijpen uit de horecagelegenheid te verwijderen en verwijderd te houden, of het aanbieden dan wel verstrekken van (waterpijp)rook- en tabakswaren te staken en gestaakt te houden.

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBewijslast en controlerapportOmgevingswet — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5917· Bestuursrecht
  19. 20

    De rechter laat de bestuursdwang tegen de bewoning en bouwwerken in stand.

    De rechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

    Rechtbank Limburg · 1 okt 2026
    ECLI:NL:RBLIM:2026:10443

    De rechter verklaart het beroep ongegrond, waardoor de last onder bestuursdwang blijft gelden, en wijst de voorlopige voorziening af. Het college mocht optreden tegen de ongeoorloofde bewoning en bouwwerken. Volgens de rechter heeft eiseres aangeboden hulp bij alternatieve woonruimte afgewezen en weegt het handhavingsbelang zwaarder dan haar belang bij voortzetting van de situatie. Het college misbruikt zijn bevoegdheid niet doordat handhaving de provincie Limburg als verhuurder kan helpen. De last noemt voor de bestaande schuilgelegenheid voor schapen ook de mogelijkheid om binnen acht weken een vergunningaanvraag ter legalisatie in te dienen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Beginselplicht tot handhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluit
  20. 21
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Gelderland·30 sep 2026sterk

    ECLI:NL:RBGEL:2026:7732 Rechtbank Gelderland , 30-09-2026 / 25/4264

    handhavingsverzoek vanwege vermeende oppervlakteverontreiniging door gebruik gewasbeschermingsmiddelen/ bestrijdingsmiddelen, niet in behandeling genomen, geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, te algemeen en onvoldoende specifiek/ concreet, geen besluit, bezwaar terecht niet-ontvankelijk, beroep ongegrond

    ECLI:NL:RBGEL:2026:7732· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  21. 22

    De Afdeling laat de handhaving en invordering van € 2.500 in stand.

    De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak; het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5807

    De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellante] ongegrond, waardoor de last onder dwangsom en de invordering van in totaal € 2.500 in stand blijven. De benodigde omgevingsvergunning voor haar schutting met overkapping ontbrak. De aangevoerde omstandigheden verplichtten het college van burgemeester en wethouders van Groningen niet om van handhaving af te zien. De gestelde afstand tot de erker maakt de overtreding niet gering. Ook heeft [appellante] niet geconcretiseerd waarom haar ligrolstoel niet elders op het perceel kan worden opgeborgen. Tegen het oordeel over de invorderingsbesluiten heeft zij geen gronden aangevoerd.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Evenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitBeginselplicht tot handhaving
  22. 23

    De Afdeling laat € 199,57 aan opruimkosten voor rekening van [appellant].

    Het beroep is ongegrond; [appellant] moet € 199,57 betalen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5795

    De Afdeling verklaart het beroep ongegrond, waardoor [appellant] € 199,57 aan het college van burgemeester en wethouders van Den Haag moet betalen. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. [appellant] betwistte niet dat hij een kartonnen doos verkeerd had aangeboden. Het college onderbouwde de kosten van verwijdering in zijn verweerschrift. Het bedrag betreft slechts een deel van de extra kosten. Omdat [appellant] geen concrete argumenten aanvoerde dat deze kosten niet waren gemaakt of redelijkerwijs niet nodig waren, ziet de Afdeling geen aanleiding het bedrag te hoog te vinden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Kostenverhaal bestuursdwang
  23. 24
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Den Haag·5 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBDHA:2026:29675 Rechtbank Den Haag , 05-10-2026 / SGR 24/3646

    Deze uitspraak gaat over een door eisers ingediend handhavingsverzoek. Volgens eisers hebben op het perceel van belanghebbenden aan de [adres] meerdere overtredingen plaatsgevonden. De overtredingen komen er volgens hen op neer dat belanghebbenden op het perceel in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet toereikend is gemotiveerd.

    ECLI:NL:RBDHA:2026:29675· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  24. 25
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5963 Raad van State , 14-10-2026 / 202501847/1/A3

    Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester van Nijmegen, voor zover hier van belang, de sluiting bevolen van de door [vennoot] geëxploiteerde cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang. [vennoot] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Zij hadden voor de cafetaria een exploitatievergunning van 10 januari 2019. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Als gevolg van deze wijziging heeft de burgemeester op 21 juni 2022 aan [vennoot] het voornemen bekendgemaakt om de cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang te sluiten. Met het besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester de cafetaria gesloten, omdat [vennoot] niet langer in het bezit is van een exploitatievergunning. Volgens de burgemeester is de exploitatievergunning van [vennoot] door de uittreding van [vennoot C] uit de vof en de toetreding van de heer [vennoot] tot de vof van rechtswege vervallen in de zin van artikel 2.33b, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Algemene Plaatselijke Verordening Nijmegen.

    Last onder bestuursdwang
    ECLI:NL:RVS:2026:5963· Bestuursrecht
  25. 26
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6075 Raad van State , 14-10-2026 / 202501858/1/A2

    De erven hebben het college van burgemeester en wethouders van Putten op 1 januari 2023 verzocht om vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de aan [persoon B] en [persoon A] opgelegde last onder dwangsom. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2021 aan [persoon B] en [persoon A], de ouders van de erven, een last onder dwangsom opgelegd. De ouders bewoonden permanent een recreatiewoning op het perceel [locatie], wat in strijd was met het bestemmingsplan en waarvoor geen omgevingsvergunning was verleend. De last onder dwangsom beoogde het gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die het gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven te beëindigen. Bij besluit van 6 april 2022 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dat besluit is met de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2023 in rechte vast komen te staan.

    ECLI:NL:RVS:2026:6075· Bestuursrecht
  26. 27
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6080 Raad van State , 14-10-2026 / 202601518/1/R4

    Bij besluit van 18 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een stuk karton, dat op 10 december 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] het stuk karton verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam- en adresgegevens op het stuk karton staan. [appellant] betoogt dat hij het stuk karton niet heeft achtergelaten op de wijze waarop het is aangetroffen.

    Bewijslast en controlerapportAfvalstoffen — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:6080· Bestuursrecht
  27. 28
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6098 Raad van State , 14-10-2026 / 202504710/1/A3

    Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de burgemeester van Echt-Susteren onder aanzegging van bestuursdwang gelast het lokaal aan de Rangeerweg 6 in Susteren (het bedrijfspand) te sluiten voor de duur van zes maanden. Archimede Real Estate B.V. is eigenaar van en gevestigd in het bedrijfspand. Op 10 september 2024 hebben toezichthouders van de gemeente Echt-Susteren een bestuurlijke controle uitgevoerd in het bedrijfspand. Uit een bestuurlijke rapportage daarover volgt dat op 5 december 2023 in een ander pand in de gemeente Echt-Susteren een growshop is aangetroffen. Dit pand is gesloten op grond van de Opiumwet. De eigenaar van deze growshop heeft verklaard dat hij de spullen, die te relateren zijn aan hennepteelt, heeft gekocht bij Archimede. Tijdens de bestuurlijke controle van 10 september 2024 zijn in het bedrijfspand van Archimede grote handelshoeveelheden van stoffen en producten aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij de teelt van hennepplanten. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft geoordeeld dat de burgemeester het pand mocht sluiten. Archimede betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was om het bedrijfspand te sluiten. Archimede stelt dat zij geen growshop voert, maar een groothandel voor tuinartikelen met een zeer ruim assortiment.

    Evenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitLast onder bestuursdwangVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:6098· Bestuursrecht
Bron: dagelijkse ingest (daily-window-since-2026-09-30, scoring via qwen38-graded-v1). Snapshot van 15 okt 2026 — drempel 0.6. Volgorde "Redactioneel" past quota op rechtsgebied + court toe en weegt recente uitspraken iets zwaarder; "Pure score" toont de relevantie-score ongewijzigd.