Ruimtemeesters
← Voor jou · Jurisprudentie·Expertteam Milieurechthandhaving

Milieurechthandhaving

Last onder dwangsom, bodem/lucht/geluid, sanctiestrategie — handhaving die stand houdt bij de bestuursrechter.

Aantal in feed
21
Top score
0.35
Gem. score
0.22
Drempel
0.15
midden band
  1. 01
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:3331 Raad van State , 10-06-2026 / 202303496/1/R4

    Bij besluiten van 13 augustus 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg, voor zover van belang, aan [appellant A] als drijver van de inrichtingen aan de [locatie 1] in Brunssum en de [locatie 2] in Roermond (de inrichtingen), onder aanzegging van kostenverhaal een aantal lasten onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft deze besluiten ook aan [appellant B] als eigenaar van de inrichtingen bekend gemaakt. De inrichtingen worden gedreven door [appellant A] op grond van omgevingsvergunningen die bij besluiten van 27 mei 2008 aan een andere drijfster zijn verleend (de vergunningen). [appellant B] is eigenaar van de inrichtingen. In de inrichtingen vindt onder andere opslag plaats van PMD-afval. Dit afval behoort tot de categorie gemengde verpakkingen die in de Europese afvalstoffenlijst (Eural) wordt aangeduid met Euralcode 15 01 06. Volgens het college is binnen de inrichtingen alleen de acceptatie en opslag van niet-geuremitterende afvalstoffen met Euralcode 15 01 06 vergund.

    ECLI:NL:RVS:2026:3331· Bestuursrecht
  2. 02
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·16 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:276 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 16-06-2026 / 25/377

    Afwijzing subsidie voor melkveehouderij omdat de stikstofvracht die de locatie veroorzaakt op een overbelast Natura 2000-gebied niet boven de drempelwaarden uit de Lbv uitkomt. De minister mocht de afwijzing baseren op de uitkomst van de AERIUS Check. Het gebruik van de AERIUS Check als rekeninstrument in de Lbv is niet ontoelaatbaar en kan de (terughoudende) exceptieve toetsing aan algemene rechtsbeginselen doorstaan. Geen strijd met het vertrouwensbeginsel.

    ECLI:NL:CBB:2026:276· Bestuursrecht
  3. 03
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:262 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 24/978

    Invordering verbeurde dwangsom. Aanbieden van taxivervoer zonder Taxxxivergunning. Contractvervoer. Het opleggen van een last voor onbepaalde tijd – wat mogelijk heeft gemaakt dat sprake is van een tijdsverloop van zes jaar – is niet een bijzondere omstandigheid op grond waarvan moet worden afgezien van invordering. Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden die leiden tot dit oordeel.

    ECLI:NL:CBB:2026:262· Bestuursrecht
  4. 04
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Gelderland·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RBGEL:2026:4562 Rechtbank Gelderland , 09-06-2026 / AWB-25_6324

    De last onder dwangsom die Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland heeft opgelegd aan Tomassen Duck-To blijft gelden. Dat betekent Tomassen Duck-To de activiteiten van de eendenslachterij van het bedrijf in overeenstemming moet brengen met de omvang die haar activiteiten mogen hebben op basis van een vergunning uit 1992. Het bedrijf krijgt hier van de voorzieningenrechter nog 11 weken de tijd voor.

    ECLI:NL:RBGEL:2026:4562· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  5. 05
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3168 Raad van State , 03-06-2026 / 202301063/1/R3

    Bij besluit van 7 december 2022 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Bergvennen en Brecklenkampse Veld" gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan maakt een aantal interne en externe maatregelen voor het beheer en herstel van het Natura 2000-gebied juridisch mogelijk. In het Natura 2000 beheerplan "Bergvennen & Brecklenkampse Veld" zijn verschillende maatregelen beschreven die nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen voor dat Natura 2000-gebied te behalen. Het inpassingsplan maakt een deel van die maatregelen mogelijk. Daarbij gaat het met name om maatregelen die tot vernatting van percelen in en nabij het Natura 2000-gebied leiden. Deze maatregelen zijn opgenomen in een bij de regels van het inpassingsplan behorend inrichtingsplan. Landschap Overijssel is eigenaar van het overgrote deel van de gronden in het plangebied. Appellanten zijn grondeigenaren en omwonenden met gronden in de (directe) omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, met name omdat zij vrezen voor vernatting van hun gronden.

    ECLI:NL:RVS:2026:3168· Bestuursrecht
  6. 06
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3202 Raad van State , 03-06-2026 / 202506061/1/R4

    Bij besluit van 12 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 lid 1 Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 juli 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop haar naam en adresgegevens. [appellante] betoogt dat de gemeente haar op 28 juli 2025 per e-mail heeft gevraagd of zij gebruik wilde maken van de mogelijkheid om telefonisch gehoord te worden. Zij stelt dat zij diezelfde dag op die e-mail heeft gereageerd en daarbij haar beschikbaarheid en haar telefoonnummer heeft doorgegeven.

    ECLI:NL:RVS:2026:3202· Bestuursrecht
  7. 07
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·2 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:238 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 02-06-2026 / 23/1350

    (Spoed)bestuursdwang inbeslagname exotische dieren in woning (brilkaaimannen, serval, overige dieren). Huisvesting voorziet onvoldoende in fysiologische en ethologische behoeften. Begunstigingstermijnen bestuursdwang te kort. Spoedbestuursdwang rechtmatig, maar kosten ten onrechte verhaald op Stichting, die geen overtreder is. Beroep gegrond.

    Spoedeisende bestuursdwangLast onder bestuursdwangKostenverhaal bestuursdwang
    ECLI:NL:CBB:2026:238· Bestuursrecht
  8. 08
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·2 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:247 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 02-06-2026 / 23/1559

    Invorderingsbesluit. Het College volgt de minister in zijn standpunt dat in dit geval een meting op één moment van de dag voldoende was om te kunnen vaststellen dat de veehouder niet aan maatregel 2 van het dwangsombesluit heeft voldaan, namelijk dat de veehouder er niet voor heeft gezorgd dat de lichtintensiteit in een stal bestemd voor varkens, verticaal op dierhoogte gemeten, ten minste 40 lux bedraagt gedurende ten minste acht uur per dag. Het College vindt aannemelijk dat de lampenkappen al langer dan 24 uur zo smerig zijn geweest dat de vereiste lichtintensiteit niet kon worden gehaald. De enkele algemene stelling van de veehouder dat een meting op één moment van de dag niet voldoende was, maakt dat niet anders.

    ECLI:NL:CBB:2026:247· Bestuursrecht
  9. 09
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3172 Raad van State , 03-06-2026 / 202404784/1/R2 en 202404786/1/R2

    Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgesteld voor de nieuwe woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "CPO-project en sportpark Den Hout". Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 28 woningen in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) ter plaatse van het hoofdveld van voetbalvereniging Irene ‘58 aan het Ruiterspoor in de kern Den Hout. De beroepen richten zich niet daartegen. Doordat het hoofdveld van de voetbalvereniging komt te vervallen, voorziet het plan ook in de aanleg van een nieuw hoofdveld (sportpark) aan het Ruiterspoor aan de zuidrand van Den Hout, naast het bestaande oefenveld. Milieuvereniging Oosterhout kan zich daar niet in vinden. Zij vindt onder meer dat er geen noodzaak bestaat voor de aanleg van een nieuw veld en dat dit leidt tot een aantasting van natuurwaarden. [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] wonen aan het [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij verwachten overlast te zullen ondervinden van het geluid van het parkeerterrein bij het sportpark, de extra voertuigbewegingen en het sportpark zelf.

    ECLI:NL:RVS:2026:3172· Bestuursrecht
  10. 10
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3185 Raad van State , 03-06-2026 / 202501659/1/R2

    Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Lawn Tennis Club Gorssel (tennisvereniging) een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verleend voor het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal. De omgevingsvergunning is verleend voor het wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal op het terrein van de tennisvereniging. De omgevingsvergunning is verleend onder het voorschrift dat de ooievaarspaal op 35 meter van de oude locatie wordt geplaatst. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het terrein van de tennisvereniging. Zij vinden dat hun woon- en leefomgeving wordt aangetast door het wegnemen van het nest van de ooievaar door de verwijdering en verplaatsing van de ooievaarspaal. De ooievaar is hierdoor uit hun woonomgeving verdreven en niet teruggekeerd.

    ECLI:NL:RVS:2026:3185· Bestuursrecht / Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  11. 11
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·2 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:236 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 02-06-2026 / 23/1977, 23/1980, 24/365 en 25/230

    Belanghebbendheid Stichting Dierenambulance. Toepassing (spoed)bestuursdwang. Overtredingen van art. 1.7, onder c, en 2.4, lid 5, Bhd (inschakelen dierenarts en passende verzorging); art. 1.7, onder e, Bhd (voldoende voer); art. 1.6, lid 3, Bhd (bescherming tegen slechte weersomstandigheden). 139 en 12 magere en zieke schapen in beslaggenomen, opgeslagen en verkocht. Kostenverhaal. Geen onredelijk hoge kosten voor transport, opvang en taxatie. Opbrengsten niet te laag. Beroepen ongegrond.

    Spoedeisende bestuursdwangLast onder bestuursdwangKostenverhaal bestuursdwangHandhavingsverzoek — afwijzing
    ECLI:NL:CBB:2026:236· Bestuursrecht
  12. 12
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3344 Raad van State , 10-06-2026 / 202307942/1/R4

    Bij besluit van 26 oktober 2020 hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellant A] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2017 vastgesteld op € 15.531,20. [appellant A] en anderen exploiteren een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellant A] en anderen drijven daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

    ECLI:NL:RVS:2026:3344· Bestuursrecht / Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  13. 13
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3352 Raad van State , 10-06-2026 / 202306245/1/R1

    Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om tien geconstateerde overtredingen op het perceel [adres] in Bunde te beëindigen. Daarbij heeft het college vermeld dat, als [appellant] de last niet tijdig uitvoert, het college de last zal uitvoeren en de kosten daarvan op hem zal verhalen. appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] in Bunde. Dit pand is een gemeentelijk monument. Naar aanleiding van de bevindingen van een toezichthouder van de gemeente bij een inspectie van de woning op 10 maart 2021 heeft het college op 16 maart 2021 aan [appellant] laten weten dat het van plan is om handhavend op te treden vanwege achterstallig onderhoud aan het pand. Op 3 september 2021 heeft een controlebezoek plaatsgevonden waarbij de toezichthouder van de gemeente, de politie Eenheid Limburg, de GGD, Bureau Trajekt en een door de gemeente ingeschakelde constructeur de woning zijn binnengetreden. Naast de constatering dat [appellant] geen werkzaamheden aan het dak had verricht, is bij de controle gebleken dat over de oppervlakte van de gehele woning veel spullen waren opgeslagen en de woning ernstig was vervuild door onder meer dierenuitwerpselen. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een inspectierapport van 7 september 2021, voorzien van fotomateriaal.

    ECLI:NL:RVS:2026:3352· Bestuursrecht
  14. 14
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·2 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:245 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 02-06-2026 / 23/1923

    Bestuurlijke boete. Het College is van oordeel dat op basis van het rapport van bevindingen niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat [naam 1] hoofdstuk VI, onder 3.1, van bijlage I bij de Transportverordening heeft overtreden, nu niet met zekerheid is komen vast te staan dat er in het compartiment, waarin sensor AN1 een te hoge temperatuur heeft gemeten, biggen zijn vervoerd. De minister mocht zijn conclusie dat sprake is van een overtreding daarom niet baseren op de metingen van sensor AN1. De minister heeft met de metingen van sensoren AN2 en AN3 niet aangetoond dat hier sprake is van een overtreding waarvoor de minister, gelet op zijn vaste praktijk, een bestuurlijke boete pleegt op te leggen. Op de zitting heeft een toezichthouder van de NVWA toegelicht dat de NVWA als vaste praktijk hanteert dat sprake is van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete wordt opgelegd als een sensor langer dan één uur in totaal een temperatuur van boven de 35 °C heeft gemeten. Bij sensoren AN2 en AN3 was daarvan geen sprake.

    ECLI:NL:CBB:2026:245· Bestuursrecht
  15. 15
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:256 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 23/1872

    Bestuurlijke boete. De toezichthouder heeft veel grote en kleine condensdruppels zien hangen aan een gedeelte van het plafond. Een dergelijke hoeveelheid condens rechtvaardigt het vermoeden dat het plafond niet zo was ontworpen en uitgevoerd dat condens wordt beperkt als bedoeld in punt 1, onder c, van hoofdstuk II, bijlage II, van Verordening 852/2004. De minister heeft geen toepassing hoeven geven aan artikel 2.3 van het Besluit handhaving. Het risico of gevolg van een overtreding van dit voorschrift is niet gering enkel omdat er geen druppels op het vlees (schenkels) zijn gevallen.

    ECLI:NL:CBB:2026:256· Bestuursrecht
  16. 16
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3347 Raad van State , 10-06-2026 / 202301184/1/A3

    Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten de aanvraag van [appellante] van een omgevingsvergunning afgewezen. [appellante] heeft op 13 november 2020 een vergunning aangevraagd op grond van de destijds geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk, het verrichten van werk of werkzaamheden, het handelen in strijd met het bestemmingsplan en het veranderen van een inrichting en handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart als bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies gevraagd. Het LBB heeft een advies uitgebracht op 31 januari 2022. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond). De rechtbank is het college hierin gevolgd.

    ECLI:NL:RVS:2026:3347· Bestuursrecht
  17. 17
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3162 Raad van State , 03-06-2026 / 202403307/1/R4

    Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 9.000,00. Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college besloten tot invordering van de dwangsommen die volgens het college zijn verbeurd. [appellant] is het hier niet mee eens omdat hij van mening is dat hij de lasten wel heeft nageleefd. Hij heeft de invordering daarom aangevochten. Het besluit om tot invordering over te gaan is zowel in bezwaar als in beroep in stand gebleven. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat niet aan de lasten is voldaan. Ten aanzien van last 1 voert [appellant] aan dat de flessen niet werden opgeslagen, maar buiten stonden voor transport. Ten aanzien van last 2 voert [appellant] aan dat de apparatuur alleen voor onderhoud ter plaatse was, wat volgens [appellant] blijkt uit een leenovereenkomst en een gesprek met een productiemanager. Daarnaast heeft [appellant] aangevoerd dat de compressor en aanverwante pompen afgekoppeld waren.

    ECLI:NL:RVS:2026:3162· Bestuursrecht
  18. 18
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3164 Raad van State , 03-06-2026 / 202600061/1/R1

    Bij besluit van 29 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de groenstrook aan de Daan Hoeksemastraat ter hoogte van de Flipjestraat in Almere, aangewezen voor het plaatsen van vier ondergrondse inzamelcontainers. In de gemeente Almere worden de aanwezige gezamenlijke inpandige afvalcontainers in hoogbouw-complexen vervangen door ondergrondse inzamelcontainers. Het college heeft in dat verband bij besluit van 29 december 2025 de locatie aan de Daan Hoeksemastraat aangewezen als locatie voor vier ondergrondse containers ten behoeve van de bewoners van het daar nabijgelegen appartementencomplex. Twee containers zijn bestemd voor restafval en plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken (pmd), één is bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval (gft) en de resterende is bestemd voor papier en karton. [appellant sub 1] en anderen wonen aan [locatie 1] en [locatie 2] en [appellant sub 2] woont aan [locatie 3]. Zij vinden de aangewezen locatie om verschillende redenen ongeschikt. Volgens [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] is de alternatieve, initieel door het college beoogde locatie aan de Jochem Jofelstraat geschikter.

    ECLI:NL:RVS:2026:3164· Bestuursrecht
  19. 19
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:264 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 23/1669

    Bestuurlijke boete. De in het rapport van bevindingen genoemde onderdelen van werkplekken en bordessen in de schone slachthal en de verschillende voorwerpen die zich in die hal bevonden, vallen onder “bedrijfsruimte” als bedoeld in bijlage II, hoofdstuk I, punt 1, van Verordening 852/2004. In aanmerking nemend het met Verordening 852/2004 nagestreefde hoge niveau van consumentenbescherming op het vlak van de voedselveiligheid, ligt het voor de hand om het hier aan de orde zijnde begrip “bedrijfsruimten voor levensmiddelen” zo op te vatten dat niet enkel de vloeren, muren, deuren en plafonds in de bedrijfsruimte schoon moeten zijn, zoals het slachthuis heeft betoogd, maar in elk geval ook al datgene wat zich aan inrichting (al of niet verplaatsbaar) in de bedrijfsruimte bevindt. De handzaag en de spiegelrand waar de hartslagen tegenaan komen, komen in aanraking met voedsel, zodat daarop het voorschrift van punt 1 onder a van hoofdstuk V, bijlage II, van Verordening 852/2004 van toepassing is.

    ECLI:NL:CBB:2026:264· Bestuursrecht
  20. 20
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:261 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 24/81

    Bestuurlijke boete voor overtreding van bijlage II, Hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening 852/2004 vanwege een vuile stekker op een krat met nieren. De minister heeft geen toepassing hoeven geven aan artikel 2.3 van het Besluit handhaving. Het slachthuis heeft niet aannemelijk gemaakt dat door verhitting van de nieren de risico’s of de gevolgen van de overtreding voor de volksgezondheid gering zijn of ontbreken.

    ECLI:NL:CBB:2026:261· Bestuursrecht
  21. 21
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:263 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 23/1877

    Bestuurlijke boete voor overtreding van bijlage II, Hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening 852/2004. De minister heeft de boete terecht niet gematigd. De verbouwing geeft geen aanleiding de boete te matigen. De minister heeft geen toepassing hoeven geven aan artikel 2.3 van het Besluit handhaving. Het slachthuis heeft niet aannemelijk gemaakt dat het gestelde latere ontdoen van de huid en de gestelde latere controle van uitgesneden delen, de risico’s of de gevolgen van de overtreding voor de volksgezondheid gering maken of doen ontbreken. De minister heeft terecht de recidiveregeling van artikel 2.5 van het Besluit handhaving toegepast.

    ECLI:NL:CBB:2026:263· Bestuursrecht
Bron: dagelijkse ingest (daily-window-since-2026-06-02, scoring via cursor-auto-v1). Snapshot van 17 jun 2026 — drempel 0.15. Volgorde "Redactioneel" past quota op rechtsgebied + court toe en weegt recente uitspraken iets zwaarder; "Pure score" toont de relevantie-score ongewijzigd.