Ruimtemeesters
← Voor jou · Jurisprudentie·Expertteam Milieurechthandhaving

Milieurechthandhaving

Last onder dwangsom, bodem/lucht/geluid, sanctiestrategie — handhaving die stand houdt bij de bestuursrechter.

Aantal in feed
62
Top score
1.00
Gem. score
0.52
Drempel
0.3
midden band
  1. 01

    De intrekking van de geluidslast voor trainingen bij MSV de Prikkedam blijft overeind.

    De Afdeling laat de intrekking van de last over maximale geluidsniveaus tijdens trainingen in stand.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5779

    De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant A] ongegrond, waardoor de intrekking van de last onder dwangsom aan MSV de Prikkedam in stand blijft. Het college mocht de last volgens zijn beleid al vóór het verstrijken van een jaar intrekken. Elf opeenvolgende metingen lieten geen overtreding zien. Dat tijdens sommige metingen minder motoren reden, maakte de metingen volgens de Afdeling niet onbetrouwbaar voor het maximale geluidsniveau. De last betrof uitsluitend dat niveau tijdens trainingen. Bezwaren over het langtijdgemiddelde geluid waren daarom niet relevant voor deze beoordeling.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Geluid — handhavingBewijslast en controlerapportSanctiestrategie / LHS
  2. 02

    De Afdeling vernietigt de handhavingsbesluiten; het college moet opnieuw over geluidsoverlast beslissen.

    De Afdeling vernietigt de handhavingsbesluiten; het college moet binnen zestien weken na verzending opnieuw beslissen.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5812

    De Afdeling vernietigt de eerdere handhavingsbesluiten en het herstelbesluit over geluidsoverlast bij basisschool De Buut. Het college van Nijmegen moet binnen zestien weken na verzending opnieuw op de bezwaren beslissen. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd of het voorgestelde hek van 180 centimeter volgens de regels voor vergunningverlening aanvaardbaar is. Daardoor is ook onvoldoende onderbouwd dat het volledige maatregelenpakket de overtreding beëindigt. Het beroep van [appellant] en anderen tegen het herstelbesluit slaagt; de beroepen van Conexus en [appellanten sub 2] daartegen zijn ongegrond. Tegen het nieuwe besluit staat alleen beroep bij de Afdeling open.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Last onder dwangsom — rechtmatigheidGeluid — handhavingBewijslast en controlerapportActiviteitenbesluit / Bal — handhaving+2 andere
  3. 03
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Noord-Nederland·8 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4426 Rechtbank Noord-Nederland , 08-10-2026 / 26/2860

    Voorlopige voorziening. Last onder dwangsom voor het staken en gestaakt houden van activiteiten in een bedrijfsloods. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college op dit moment onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een overtreding. Verlenging begunstigingstermijn met terugwerkende kracht.

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4426· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  4. 04
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5925 Raad van State , 07-10-2026 / 202404541/1/R3

    Bij besluit van 13 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat hij zonder omgevingsvergunning een berging, een vlonder en een schuilhut heeft opgericht op een eilandje in de Reeuwijkse plassen. [appellant] is eigenaar van een eilandje in het Reeuwijkse plassengebied, op het perceel kadastraal bekend gemeente Reeuwijk, sectie G, nummer 3131. Op 23 juni 2021 en op 15 september 2021 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Midden-Holland geconstateerd dat op het perceel een houten huisje op een houten vlonder en een vervallen schuilhut staan. Het huisje, wat door het college in de besluiten is aangeduid als een berging, heeft volgens het inspectierapport van de controle op 15 september 2021 een afmeting van 3,33 m breed, 1,67 m diep en de nokhoogte is 2,5 m. De vlonder heeft een afmeting van 4,08 m bij 4,2 m. De vervallen schuilhut is ongeveer 2,60 m breed en ongeveer 2,10 m diep en heeft een nokhoogte van ongeveer 1,85 m.

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBeginselplicht tot handhavingConcreet zicht op legalisatieEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluit+2 andere
    ECLI:NL:RVS:2026:5925· Bestuursrecht
  5. 05
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Limburg·6 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBLIM:2026:10628 Rechtbank Limburg , 06-10-2026 / ROE 26/2079 en 26/2080

    Deze uitspraak gaat over een last onder dwangsom wegens de verkoop van ijsbolletjes (en aanverwante producten) voor directe consumptie zonder dat eiser hiervoor een vergunning heeft. Eiser is het niet eens met de opgelegde last onder dwangsom. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Aan de hand van de door eiser aangevoerde gronden komt de voorzieningenrechter in deze uitspraak tot het oordeel dat het college een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat de voortzetting van de last onder dwangsom niet onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Er is namelijk geen sprake van concreet zicht op legalisatie en er zijn ook overigens geen omstandigheden die maken dat er sprake is van een bijzonder geval waarin van handhaving moet worden afgezien. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.

    ECLI:NL:RBLIM:2026:10628· Bestuursrecht
  6. 06
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6079 Raad van State , 14-10-2026 / 202503691/1/R4

    Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van het pand aan de [locatie 1] in Almere voor begeleid wonen. Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 1] in Almere, een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Bij besluiten van 6 mei 2024 heeft het college [appellant sub 1], als huurder van het pand aan de [locatie 2] in Almere, en [appellant sub 2A], als (mede-)eigenaar van dat pand, elk een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van dat pand voor begeleid wonen van (jong)volwassenen met een verstandelijke beperking. Volgens het college staat het ter plaatse geldende bestemmingsplan het gebruik van de panden voor begeleid wonen niet toe, zodat zich een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voordoet. Bijzondere omstandigheden om af te zien van handhavend optreden zijn er volgens het college niet. De rechtbank is het college hierin gevolgd.

    Vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:6079· Bestuursrecht
  7. 07
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·13 okt 2026sterk

    ECLI:NL:CBB:2026:491 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 13-10-2026 / 24/451 en 25/696

    Boetes en intrekking derogatievergunning vanwege overschrijding van de gebruiksnormen. De minister heeft aangetoond dat de maatschap in 2018 een samenwerkingsverband vormde met de eenmanszaak, waarbij koeien van de eenmanszaak bij de maatschap werden gehouden. Percelen waarover maatschap niet de feitelijke beschikkingsmacht had terecht niet betrokken bij oppervlakte landbouwgrond. Minister mocht forfaits gebruiken bij bepalen mineralengehalten in de voorraad. Matiging van de boetes met 50% nu de maatschap vanwege hoge schuldenlast en zwaar gefinancierd eigen vermogen niet draagkrachtig genoeg is om de boetes volledig te betalen.

    Bestuurlijke boete (milieu)Bewijslast en controlerapportNatuur- en stikstofhandhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluit
    ECLI:NL:CBB:2026:491· Bestuursrecht
  8. 08
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Rotterdam·2 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBROT:2026:13281 Rechtbank Rotterdam , 02-10-2026 / ROT 26/6277 en ROT 25/5518 en ROT 26/6281 en ROT 25/5519

    Omgevingswet. Verzoeken om voorlopige voorziening hangende de beroepen tegen de oplegging van lasten onder dwangsom aan eisers in verband met de bewoning door arbeidsmigranten in een conferentiehotel. Van rechtswege ook beroep ontstaan tegen de wijzigingsbesluiten en invorderingsbesluiten. Kortsluiting. Beroepen zijn gegrond. Dwangsommen zijn te hoog. Besluiten zijn vernietigd. Zelf voorzien door de dwangsommen te halveren. Om deze geen reden om een voorziening te treffen. Wel toekenning proceskosten en griffierecht.

    ECLI:NL:RBROT:2026:13281· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  9. 10

    De geluidlast en invordering blijven staan; de Staat moet schadevergoeding betalen.

    De Afdeling bevestigt de geluidlast en invordering en kent schadevergoeding toe wegens de te lange procedure.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5601

    De Afdeling laat de last voor geluidoverschrijding tijdens trainingen en de invordering van twee dwangsommen van elk € 4.000 in stand. MSV de Prikkedam kan zich voor die overschrijding niet beroepen op het gebruiksovergangsrecht. Na vernietiging van het bestemmingsplan uit 1997 herleefde het plan uit 1980. Het gebruik van de gehele baan was daarmee in strijd, omdat een deel binnen een natuurbestemming lag. Het overgangsrecht uit 2019 beschermde dat gebruik daarom niet. Wegens de te lange procedure moet de Staat wel € 2.500 schadevergoeding aan de vereniging en samen € 2.500 aan [partij A] en [partij B] betalen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBeginselplicht tot handhavingGeluid — handhaving
  10. 11
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5900 Raad van State , 07-10-2026 / 202504532/1/R1

    Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning aan [bedrijf A] verleend voor onder meer het maken en hebben van een uitweg, het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht en het bouwen van een toegangspoort op het perceel aan de [locatie 1] in Weesp. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Weesp. Zij houdt op dat adres ook haar kantoor. [bedrijf A] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Op dat perceel staat een kerkgebouw dat onder meer in gebruik is als horecagelegenheid, brouwerij en yogastudio. Daarvoor heeft het college op 22 februari 2017 een omgevingsvergunning verleend. Ten noorden van het kerkgebouw staan ten tijde hier van belang twee woningen in het zogenoemde Laurentiushof. Aan de westzijde daarvan ligt de Kerklaan met parallel daaraan een historische kerktuinmuur. [bedrijf A] heeft op 24 oktober 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder meer het maken van een opening in de kerktuinmuur en de bouw van een afsluitbare toegangspoort, zodat voertuigen vanaf de Kerklaan toegang hebben tot het perceel en de daarop aanwezige parkeerplaatsen.

    Handhavingsverzoek — afwijzingLast onder dwangsom — rechtmatigheidVoorlopige voorziening tegen handhavingsbesluitRvS-uitspraken — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5900· Bestuursrecht
  11. 12
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026sterk

    ECLI:NL:CBB:2026:477 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 06-10-2026 / 25/865

    Volgens de staatssecretaris stond de educatieve boodschap niet centraal tijdens een concert in het Dolfinarium en heeft het Dolfinarium daarmee de dierentuinvergunning overtreden. De staatssecretaris heef een last onder dwangsom opgelegd. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder c, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBewijslast en controlerapport
    ECLI:NL:CBB:2026:477· Bestuursrecht
  12. 13
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5929 Raad van State , 07-10-2026 / 202505029/1/A2

    Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellante], handelend onder de naam [naam bedrijf], een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is sinds 2017 eigenaar van zes arken. De arken hebben met toestemming van de gemeente Vijfheerenlanden tot medio juni 2020 in de passantenhaven van Vianen gelegen. [appellante] heeft de arken vervolgens in de Industriehaven in Utrecht afgemeerd. Zij had tot 1 oktober 2020 toestemming om de arken daar af te meren. Ook na deze datum heeft [appellante] de arken in de Industriehaven laten liggen. Het college heeft [appellante] daarop gelast om de arken uit de Industriehaven te verwijderen. De procedure hierover heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2471. Met deze uitspraak staat in rechte vast dat de arken na 1 oktober 2020 niet in de Industriehaven mochten liggen. Op de zitting van de Afdeling heeft [appellante] toegelicht dat de arken inmiddels zijn weggesleept en vernietigd. In geschil is of het college aan [appellante] een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom mocht opleggen. Ook is in geschil of het college mocht overgaan tot invordering van de verbeurde dwangsom. Op 9 november 2023 hebben handhavers van het college geconstateerd dat in totaal zes units in de [arken] ([naam ark A] tot en met [naam ark B]) en [naam ark C] zonder registratienummer worden aangeboden voor toeristische verhuur. Op het moment van de controle was unit [naam ark A] verhuurd via Airbnb en werd unit [naam ark C] bewoond door de zoon van [appellante].

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidInvorderingsbesluitRvS-uitspraken — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5929· Bestuursrecht
  13. 14

    De gebruikslast blijft gelden, maar de last tegen de bouwkundige splitsing vervalt.

    De Afdeling bevestigt de gebruikslast voor één huishouden en het vervallen van de bouwkundige herstelplicht.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5798

    De Afdeling bevestigt dat [appellant sub 1] de bewoning door meer dan één huishouden moet staken en gestaakt houden, terwijl de bouwkundige herstelplicht vervalt. Het college heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de bovenwoning zelf zonder vergunning heeft gesplitst. Evenmin is aangetoond dat zij bij aankoop concrete aanwijzingen had voor een splitsing zonder vergunning. De rechtszekerheid staat daarom handhaving tegen het in stand laten daarvan in de weg. Het strijdige gebruik blijft wel handhaafbaar. Het huisnummerbesluit, de heffingsaanslagen en de onvoldoende geconcretiseerde bezoeken rechtvaardigen geen vertrouwen dat het college daartegen niet zou optreden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBeginselplicht tot handhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
  14. 15
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Noord-Holland·8 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBNHO:2026:13701 Rechtbank Noord-Holland , 08-10-2026 / HAA 26/3974

    Last onder bestuursdwang. Exploitatie hotel zonder exploitatievergunning. Naar voorlopig oordeel ontbreekt een concreet zicht op legalisatie en heeft het beroep op het vertrouwensbeginsel in bezwaar geen redelijke kans van slagen. Met de burgemeester is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat handhavend optreden ook overigens niet onevenredig is. De burgemeester heeft naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter verder afdoende gemotiveerd waarom hij geen aanleiding heeft gezien een langere termijn aan de last te verbinden. Ook in de belangenafweging ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Afwijzing verzoek.

    Last onder bestuursdwangBeginselplicht tot handhavingConcreet zicht op legalisatieVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving+2 andere
    ECLI:NL:RBNHO:2026:13701· Bestuursrecht
  15. 16
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5901 Raad van State , 07-10-2026 / 202405437/1/R1

    Bij besluit van 22 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant A] wegens permanente bewoning van een recreatiewoning op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het college heeft aan [appellant A] twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens permanente bewoning van een recreatiewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan op het adres Hoogerwerfsweg “De elf Boompjes” [nummer] in Bruinisse. Op 22 december 2022 heeft het college onder verwijzing naar het rapport over de verrichte controle op 21 september 2022 het volgens het hem verbeurde bedrag van de eerste last onder dwangsom ingevorderd.

    InvorderingsbesluitVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5901· Bestuursrecht
  16. 17

    De Afdeling laat de lasten wegens permanente bewoning van recreatiewoningen in stand.

    De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak; de lasten onder dwangsom voor [appellant A] en [appellant B] blijven gelden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5813

    De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en laat daarmee de lasten onder dwangsom voor [appellant A] en [appellant B] wegens permanente bewoning van recreatiewoningen in stand. De BRP-inschrijvingen en toegekende huisnummers rechtvaardigen geen vertrouwen dat het college niet zou handhaven. Ook het tijdsverloop en de gestelde rustigere ruimtelijke uitstraling maken handhaving hier niet onevenredig. Het college mocht meewegen dat de overtreding doorloopt en het gebruik een andere ruimtelijke uitstraling heeft. Appellanten hebben hun betwisting van de overtreding ingetrokken. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Beginselplicht tot handhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
  17. 18

    De Afdeling laat de tot € 1.500 beperkte invordering in stand.

    De Afdeling bevestigt de uitspraak voor zover aangevallen; de invordering blijft beperkt tot € 1.500.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5815

    De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak, waardoor het college van Medemblik € 1.500 mag blijven invorderen. De rechtbank had de oorspronkelijke invordering van € 15.000 al met € 13.500 verminderd wegens onvoldoende onderbouwing door de overige controles. Het controlerapport van 9 januari 2023 draagt het resterende bedrag wel: daaruit blijkt volgens de rechter dat de last niet tijdig was nageleefd. [appellant] heeft de bevindingen uit dat onder ambtsbelofte opgestelde rapport niet weerlegd. Ook de afwijzing van schadevergoeding blijft staan, omdat onderbouwende stukken ontbreken. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    InvorderingsbesluitBewijslast en controlerapport
  18. 19
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5917 Raad van State , 07-10-2026 / 202505971/1/A3

    Bij besluit van 30 juli 2024 hebben de burgemeester van Stichtse Vecht en het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. [appellante] is de eigenaar van [café restaurant] aan het [locatie]. De burgemeester heeft [appellante] op 13 oktober 2023 een horeca-exploitatievergunning en alcoholvergunning verleend voor [café restaurant]. Op 25 april 2024 om 20.08 uur en op 21 juli 2024 om 17.31 uur hebben buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) controles uitgevoerd bij [café restaurant]. Zij hebben tijdens deze controles onder andere geconstateerd dat er waterpijpen werden verstrekt en dat er door de aanwezige gasten niet werd gedineerd. Volgens de burgemeester is dit in strijd met de Algemene Plaatselijke Verordening Stichtse Vecht (APV) en het Omgevingsplan Stichtse Vecht. De burgemeester en het college hebben [appellante] hierop op 30 juli 2024 een last onder dwangsom opgelegd, mede strekkende tot het binnen één week staken en gestaakt houden van het exploiteren van een shisha lounge, door de waterpijpen uit de horecagelegenheid te verwijderen en verwijderd te houden, of het aanbieden dan wel verstrekken van (waterpijp)rook- en tabakswaren te staken en gestaakt te houden.

    Last onder dwangsom — rechtmatigheidBewijslast en controlerapportOmgevingswet — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:5917· Bestuursrecht
  19. 20

    De rechter laat de bestuursdwang tegen de bewoning en bouwwerken in stand.

    De rechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

    Rechtbank Limburg · 1 okt 2026
    ECLI:NL:RBLIM:2026:10443

    De rechter verklaart het beroep ongegrond, waardoor de last onder bestuursdwang blijft gelden, en wijst de voorlopige voorziening af. Het college mocht optreden tegen de ongeoorloofde bewoning en bouwwerken. Volgens de rechter heeft eiseres aangeboden hulp bij alternatieve woonruimte afgewezen en weegt het handhavingsbelang zwaarder dan haar belang bij voortzetting van de situatie. Het college misbruikt zijn bevoegdheid niet doordat handhaving de provincie Limburg als verhuurder kan helpen. De last noemt voor de bestaande schuilgelegenheid voor schapen ook de mogelijkheid om binnen acht weken een vergunningaanvraag ter legalisatie in te dienen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Beginselplicht tot handhavingEvenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluit
  20. 21
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Gelderland·30 sep 2026sterk

    ECLI:NL:RBGEL:2026:7732 Rechtbank Gelderland , 30-09-2026 / 25/4264

    handhavingsverzoek vanwege vermeende oppervlakteverontreiniging door gebruik gewasbeschermingsmiddelen/ bestrijdingsmiddelen, niet in behandeling genomen, geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, te algemeen en onvoldoende specifiek/ concreet, geen besluit, bezwaar terecht niet-ontvankelijk, beroep ongegrond

    ECLI:NL:RBGEL:2026:7732· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  21. 22

    De Afdeling laat de handhaving en invordering van € 2.500 in stand.

    De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak; het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5807

    De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellante] ongegrond, waardoor de last onder dwangsom en de invordering van in totaal € 2.500 in stand blijven. De benodigde omgevingsvergunning voor haar schutting met overkapping ontbrak. De aangevoerde omstandigheden verplichtten het college van burgemeester en wethouders van Groningen niet om van handhaving af te zien. De gestelde afstand tot de erker maakt de overtreding niet gering. Ook heeft [appellante] niet geconcretiseerd waarom haar ligrolstoel niet elders op het perceel kan worden opgeborgen. Tegen het oordeel over de invorderingsbesluiten heeft zij geen gronden aangevoerd.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Evenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitBeginselplicht tot handhaving
  22. 23

    De Afdeling laat € 199,57 aan opruimkosten voor rekening van [appellant].

    Het beroep is ongegrond; [appellant] moet € 199,57 betalen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5795

    De Afdeling verklaart het beroep ongegrond, waardoor [appellant] € 199,57 aan het college van burgemeester en wethouders van Den Haag moet betalen. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. [appellant] betwistte niet dat hij een kartonnen doos verkeerd had aangeboden. Het college onderbouwde de kosten van verwijdering in zijn verweerschrift. Het bedrag betreft slechts een deel van de extra kosten. Omdat [appellant] geen concrete argumenten aanvoerde dat deze kosten niet waren gemaakt of redelijkerwijs niet nodig waren, ziet de Afdeling geen aanleiding het bedrag te hoog te vinden.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingsterk
    Kostenverhaal bestuursdwang
  23. 24
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Den Haag·5 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RBDHA:2026:29675 Rechtbank Den Haag , 05-10-2026 / SGR 24/3646

    Deze uitspraak gaat over een door eisers ingediend handhavingsverzoek. Volgens eisers hebben op het perceel van belanghebbenden aan de [adres] meerdere overtredingen plaatsgevonden. De overtredingen komen er volgens hen op neer dat belanghebbenden op het perceel in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en niet toereikend is gemotiveerd.

    ECLI:NL:RBDHA:2026:29675· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  24. 25
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:5963 Raad van State , 14-10-2026 / 202501847/1/A3

    Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester van Nijmegen, voor zover hier van belang, de sluiting bevolen van de door [vennoot] geëxploiteerde cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang. [vennoot] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Zij hadden voor de cafetaria een exploitatievergunning van 10 januari 2019. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Als gevolg van deze wijziging heeft de burgemeester op 21 juni 2022 aan [vennoot] het voornemen bekendgemaakt om de cafetaria onder oplegging van een last onder bestuursdwang te sluiten. Met het besluit van 18 augustus 2022 heeft de burgemeester de cafetaria gesloten, omdat [vennoot] niet langer in het bezit is van een exploitatievergunning. Volgens de burgemeester is de exploitatievergunning van [vennoot] door de uittreding van [vennoot C] uit de vof en de toetreding van de heer [vennoot] tot de vof van rechtswege vervallen in de zin van artikel 2.33b, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Algemene Plaatselijke Verordening Nijmegen.

    Last onder bestuursdwang
    ECLI:NL:RVS:2026:5963· Bestuursrecht
  25. 26
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6075 Raad van State , 14-10-2026 / 202501858/1/A2

    De erven hebben het college van burgemeester en wethouders van Putten op 1 januari 2023 verzocht om vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de aan [persoon B] en [persoon A] opgelegde last onder dwangsom. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2021 aan [persoon B] en [persoon A], de ouders van de erven, een last onder dwangsom opgelegd. De ouders bewoonden permanent een recreatiewoning op het perceel [locatie], wat in strijd was met het bestemmingsplan en waarvoor geen omgevingsvergunning was verleend. De last onder dwangsom beoogde het gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die het gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven te beëindigen. Bij besluit van 6 april 2022 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dat besluit is met de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2023 in rechte vast komen te staan.

    ECLI:NL:RVS:2026:6075· Bestuursrecht
  26. 27
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6080 Raad van State , 14-10-2026 / 202601518/1/R4

    Bij besluit van 18 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een stuk karton, dat op 10 december 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] het stuk karton verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam- en adresgegevens op het stuk karton staan. [appellant] betoogt dat hij het stuk karton niet heeft achtergelaten op de wijze waarop het is aangetroffen.

    Bewijslast en controlerapportAfvalstoffen — handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:6080· Bestuursrecht
  27. 28
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026sterk

    ECLI:NL:RVS:2026:6098 Raad van State , 14-10-2026 / 202504710/1/A3

    Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de burgemeester van Echt-Susteren onder aanzegging van bestuursdwang gelast het lokaal aan de Rangeerweg 6 in Susteren (het bedrijfspand) te sluiten voor de duur van zes maanden. Archimede Real Estate B.V. is eigenaar van en gevestigd in het bedrijfspand. Op 10 september 2024 hebben toezichthouders van de gemeente Echt-Susteren een bestuurlijke controle uitgevoerd in het bedrijfspand. Uit een bestuurlijke rapportage daarover volgt dat op 5 december 2023 in een ander pand in de gemeente Echt-Susteren een growshop is aangetroffen. Dit pand is gesloten op grond van de Opiumwet. De eigenaar van deze growshop heeft verklaard dat hij de spullen, die te relateren zijn aan hennepteelt, heeft gekocht bij Archimede. Tijdens de bestuurlijke controle van 10 september 2024 zijn in het bedrijfspand van Archimede grote handelshoeveelheden van stoffen en producten aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij de teelt van hennepplanten. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Zij heeft geoordeeld dat de burgemeester het pand mocht sluiten. Archimede betoogt dat de burgemeester niet bevoegd was om het bedrijfspand te sluiten. Archimede stelt dat zij geen growshop voert, maar een groothandel voor tuinartikelen met een zeer ruim assortiment.

    Evenredigheid en proportionaliteit handhavingsbesluitLast onder bestuursdwangVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhaving
    ECLI:NL:RVS:2026:6098· Bestuursrecht
  28. 29
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5814 Raad van State , 30-09-2026 / 202405895/1/A3

    Bij besluiten van 1 oktober 2022 heeft de burgemeester van Haarlem aan [wederpartijen] lasten onder dwangsom opgelegd inhoudende dat zij demonstraties op niet-openbare plaatsen direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe opdracht geeft. Op 1 oktober 2022 hebben [wederpartijen] deelgenomen aan een demonstratie van Extinction Rebellion in de Albert Heijn aan het Soendaplein in Haarlem. Zij hebben geen gehoor gegeven aan het verzoek van de manager van de winkel om de winkel te verlaten. De burgemeester heeft daarom op 1 oktober 2022 aan [wederpartijen] een last onder dwangsom opgelegd op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht. De last houdt kort gezegd in dat [wederpartijen] een demonstratie op een niet-openbare plaats direct moeten beëindigen als de burgemeester daartoe de opdracht geeft op grond van artikel 8 van de Wet openbare manifestaties. [wederpartijen] verbeuren € 1.000,00 per keer dat zij geen gehoor geven aan de opdracht van de burgemeester, tot een maximum van € 5.000,00. In de besluiten op bezwaar heeft de burgemeester, in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie, zich op het standpunt gesteld dat de last voldoende concreet en duidelijk is. Daarnaast is volgens de burgemeester geen begunstigingstermijn nodig, omdat de begunstigingstermijn afhankelijk zal zijn van de opdracht van de burgemeester.

    ECLI:NL:RVS:2026:5814· Bestuursrecht
  29. 30

    De Afdeling bevestigt de herroeping van de dwangsomlasten voor toekomstige demonstraties op niet-openbare plaatsen.

    De Afdeling bevestigt de herroeping van beide dwangsomlasten; de burgemeester moet de proceskosten vergoeden.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5816

    De Afdeling verklaart het hoger beroep van de burgemeester van Haarlem ongegrond, waardoor de dwangsomlasten voor [wederpartij A] en [wederpartij B] herroepen blijven. De burgemeester mocht artikel 125 van de Gemeentewet niet gebruiken om toekomstige beëindigingsopdrachten voor demonstraties op niet-openbare plaatsen met dwangsommen af te dwingen. De preventieve lasten beperken het betogingsrecht door hun afschrikkende werking. De gekozen grondslag en het stelsel van de Wom bieden daarvoor geen bevoegdheid. Ten overvloede overweegt de Afdeling dat een dwangsomlast niet kan worden opgelegd voor gedrag dat nog niet verboden is. De burgemeester moet € 1.955,90 aan proceskosten vergoeden; daarnaast wordt € 559 griffierecht geheven.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingrelevant
  30. 31
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·13 okt 2026relevant

    ECLI:NL:CBB:2026:488 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 13-10-2026 / 25/991

    Verzoeken om handhaving wat betreft couperen van biggenstaarten. Aan de orde is de vraag of de staatssecretaris de verzoeken van Varkens in Nood om handhavend op te treden, terecht heeft afgewezen. Volgens de staatssecretaris kan hij, op grond van de geldende regelgeving, niet vaststellen of sprake is van een overtreding van het verbod op het couperen van biggenstaarten. Er is sprake van een overtreding van dit verbod als niet is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.3, aanhef en onder b, van het Besluit diergeneeskundigen. Het College komt tot het oordeel dat de regelgeving wat betreft het verbod op het couperen van biggenstaarten de staatssecretaris voldoende handvatten biedt om toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van het verbod. En daarom ook om vast te kunnen vaststellen of sprake is van een overtreding van de daarin opgenomen verbodsbepaling. De weigering van de staatssecretaris om handhavend op te treden is onvoldoende gemotiveerd. De staatssecretaris moet binnen zes maanden nieuwe besluiten nemen over de handhavingsverzoeken.

    ECLI:NL:CBB:2026:488· Bestuursrecht
  31. 32

    Het maatwerkvoorschrift voor wolvenvangst vervalt; de aanvraag blijft open voor beoordeling onder huidige regelgeving.

    Beroepen van Faunabescherming, Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden gegrond; Utrechtse bezwaarbesluiten vernietigd, maatwerkbesluit herroepen; voorlopige voorzieningen afgewezen.

    Rechtbank Midden-Nederland · 2 okt 2026
    ECLI:NL:RBMNE:2026:6695

    De rechtbank verklaart de beroepen van de Faunabescherming, Animal Rights en Werkgroep Wolf Leusden gegrond, vernietigt de bezwaarbesluiten en herroept het Utrechtse maatwerkvoorschrift voor het vangen van vijf wolven met een strikval. Bij toevoeging van een vangmiddel aan de bestaande Gelderse ontheffing had de aanvraag naar Gelderland moeten worden doorgestuurd. Als zelfstandige aanvraag kon zij niet via dit maatwerkvoorschrift worden toegestaan: daarmee werd volgens de rechtbank afgeweken van de specifieke zorgplicht. De aanvraag van Zodion ligt opnieuw open en moet worden bezien onder de huidige regelgeving. De overige beroepsgronden blijven onbeoordeeld; de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingrelevant
  32. 33

    De voorzieningenrechter weigert schorsing, waardoor de minister de agrarische gegevens mag publiceren.

    De voorzieningenrechter weigert schorsing; de minister mag de Excelbestanden publiceren voor zover die nog niet openbaar zijn.

    Rechtbank Midden-Nederland · 2 okt 2026
    ECLI:NL:RBMNE:2026:6712

    De voorzieningenrechter wijst de schorsingsverzoeken van POV, NMV, LTO en KAVB af. De minister mag de op verzoek van MOB te verstrekken Excelbestanden openbaar maken, voor zover dat nog niet is gebeurd. Volgens het voorlopige oordeel moeten huisvestingsgegevens en UBN-adressen openbaar worden omdat zij emissiegegevens zijn. Voor landbouwtellingsgegevens mocht de minister het belang van openbaarheid zwaarder laten wegen; verzoekers onderbouwden hun schadebelangen onvoldoende. De rechter ziet geen redelijke kans van slagen voor hun beroepen en vindt ook bij zijn eigen belangenafweging geen reden voor schorsing. De rechtbank blijft in de bodemzaken vrij om anders te oordelen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingrelevant
  33. 34

    De burgemeester had de woning op de uitgestelde ingangsdatum niet mogen sluiten.

    De Afdeling herroept het gewijzigde sluitingsbesluit, omdat de sluiting op de uitgestelde ingangsdatum niet meer geschikt was.

    Raad van State · 30 sep 2026
    ECLI:NL:RVS:2026:5775

    De Afdeling herroept het sluitingsbesluit voor de woning van [appellant A] en [appellant B]: de burgemeester had deze op 6 april 2023 niet meer mogen sluiten. Het hoger beroep en het beroep zijn gegrond. Bij het uitstellen van de sluiting had de burgemeester opnieuw moeten beoordelen of deze nog geschikt en noodzakelijk was. Hij onderbouwde dat onvoldoende. Zonder concrete aanwijzingen voor voortgaande negatieve effecten mocht worden verondersteld dat de situatie inmiddels was hersteld. Alleen een signaal tegen drugscriminaliteit volstond niet. De sluiting was al uitgevoerd; de bewoners hadden sinds 6 juli 2023 weer toegang.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingrelevant
  34. 35

    Het hof wijst Holtri’s ontruimingsvordering in kort geding af.

    Het hof vernietigt het kortgedingvonnis, wijst Holtri’s vorderingen af en veroordeelt haar tot betaling van proceskosten.

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 okt 2026
    ECLI:NL:GHARL:2026:6363

    Het hof vernietigt de ontruimingsveroordeling en wijst Holtri’s vorderingen af, zodat de huurders op grond van dit kort geding niet hoeven te vertrekken. Hoewel de gemeentelijke dwangsom voldoende spoed oplevert, staat onvoldoende vast dat een bodemrechter de huur zal beëindigen. Holtri heeft geen concreet plan om de recreatieve bestemming te verwezenlijken. Ook wegen de woonbelangen van de huurders zwaarder dan Holtri’s financiële belang. De permanente bewoning blijft in strijd met het omgevingsplan; het hof beslist niet definitief over beëindiging van de huur. Holtri moet de proceskosten van beide instanties betalen.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

    Expertteam Milieurechthandhavingrelevant
  35. 36

    Het College laat de mestboete en subsidiekorting voor de melkveehouderij in stand.

    Het College handhaaft de boete van € 11.671,65 en de randvoorwaardenkorting van 3% over 2022.

    College van Beroep voor het bedrijfsleven · 6 okt 2026
    ECLI:NL:CBB:2026:483

    Het College laat de boete van € 11.671,65 en de randvoorwaardenkorting van 3% op de aangevraagde GLB-subsidies over 2022 in stand. De minister heeft aangetoond dat de melkveehouderij de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen en de fosfaatgebruiksnorm overschreed. Het College aanvaardt de waardering van de eindvoorraad; de melkveehouderij onderbouwde een grotere stikstofvervluchtiging onvoldoende. Dat het overgrote deel van de percelen aan de derogatievoorwaarden voldeed, maakte de reguliere gebruiksnorm niet onjuist. De boete was al met 10% gematigd wegens tijdsverloop. Verdere matiging wegens een geringe overschrijding is niet aan de orde.

    Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.

    Expertteam Milieurechthandhavingrelevant
    Bestuurlijke boete (milieu)Bewijslast en controlerapportVertrouwens- en gelijkheidsbeginsel in handhavingNatuur- en stikstofhandhaving
  36. 37
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026relevant

    ECLI:NL:CBB:2026:476 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 06-10-2026 / 25/727

    De staatssecretaris heeft een last onder dwangsom opgelegd omdat het Dolfinarium de dierentuinvergunning zou overtreden, door dieren bij dierpresentaties op commando onnatuurlijke of antropomorfe gedragingen te laten uitvoeren. Het College is van oordeel dat aan het dwangsombesluit geen deugdelijke en controleerbare vaststelling van relevante feiten en omstandigheden ten grondslag ligt op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat het Dolfinarium het voorschrift uit artikel 2.2, onder e, van de dierentuinvergunning heeft overtreden. Schending zorgvuldigheidsbeginsel, vernietiging bestreden besluit, herroeping dwangsombesluit.

    ECLI:NL:CBB:2026:476· Bestuursrecht
  37. 38
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·6 okt 2026relevant

    ECLI:NL:CBB:2026:475 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 06-10-2026 / 25/206

    Bij een programma waarbij bezoekers bij dolfijnen in het water staan, kregen dolfijnen het commando om naar bezoekers toe te komen, zodat de bezoekers de dolfijnen konden aanraken. Dat staat de dierentuinvergunning niet toe. De staatssecretaris was daarom bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen aan het Dolfinarium.

    ECLI:NL:CBB:2026:475· Bestuursrecht
  38. 39
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5923 Raad van State , 07-10-2026 / 202500968/1/R3

    In het besluit van 27 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het handhavingsverzoek van [wederpartij] van 2 juni 2022 tegen een geplaatste zeecontainer in de nabijheid van [locatie 1] afgewezen. [wederpartij] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. Op 2 juni 2022 heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zeecontainer die op het gras in de nabijheid van [locatie 1] was geplaatst. Bij een controle op 8 juli 2022 heeft het college geconstateerd dat de zeecontainer verwijderd was en er daarom geen sprake was van een overtreding. Het college heeft het verzoek van [wederpartij] daarom afgewezen. Bij besluit van 10 november 2022 heeft het college het door [wederpartij] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard en het college veroordeeld in de proceskosten omdat het college volgens de rechtbank ten onrechte zelfstandig heeft beslist om [wederpartij] niet te horen. Het college heeft hoger beroep ingesteld.

    ECLI:NL:RVS:2026:5923· Bestuursrecht
  39. 40
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5915 Raad van State , 07-10-2026 / 202401253/1/R3

    In het besluit van 7 juli 2022, zoals gewijzigd met het besluit van 16 januari 2023, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle aan [appellanten sub 2] een last onder dwangsom opgelegd omdat in het pand op het perceel [locatie] in Zwolle drie zelfstandige wooneenheden zijn gerealiseerd, elk afzonderlijk bewoond door één huishouden, zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. De last onder dwangsom ziet op het ongedaan maken van de splitsing van de woning en strekt ertoe het gebruik van het pand terug te brengen tot één woning die bewoond wordt door één huishouden. [appellanten sub 2] zijn sinds 2019 eigenaar van het pand. Op 7 juli 2022 heeft het college aan hen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.3a van de Wabo een last onder dwangsom opgelegd. Het gebruik van de woning is in strijd met het bestemmingsplan "Assendorp", omdat er alleen eengezinswoningen zijn toegestaan. [appellanten sub 2] hebben in een brief van 14 augustus 2025 gesteld dat het college geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep. Het gebruik van de woning is namelijk met de op 24 maart 2020 van rechtswege gegeven omgevingsvergunning gelegaliseerd en het handhavingsbesluit van 7 juli 2022 is met het besluit van 23 juli 2025 volledig ingetrokken omdat er geen sprake was van een overtreding.

    ECLI:NL:RVS:2026:5915· Bestuursrecht
  40. 41
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5924 Raad van State , 07-10-2026 / 202406517/1/R3

    In het besluit van 7 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen scootmobielbergingen op het [locatie 1] in Den Haag afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 2] in Den Haag. In 2011 en 2014 heeft woningcorporatie Stichting Staedion onder meer 20 betonnen scootmobielbergingen geplaatst bij het [locatie 1]. Op 4 mei 2018 heeft [appellant] het college verzocht om tegen de twintig scootmobielbergingen handhavend op te treden, omdat volgens hem de eerder verleende tijdelijke omgevingsvergunningen inmiddels waren verlopen en een deel van de gebruikers van de scootmobielbergingen was verhuisd of overleden. Het college heeft het handhavingsverzoek bij besluit van 7 juni 2018 afgewezen.

    ECLI:NL:RVS:2026:5924· Bestuursrecht
  41. 42
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Oost-Brabant·6 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RBOBR:2026:7108 Rechtbank Oost-Brabant , 06-10-2026 / 24/2814

    Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning milieu voor het tijdelijk verruimen van geluidsniveaus voor de graanhandel van [derde belanghebbende]. Het college was naar het oordeel van de rechtbank niet verplicht om een geluidbeheersplan voor te schrijven. Het beroep is ongegrond.

    ECLI:NL:RBOBR:2026:7108· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  42. 43
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5921 Raad van State , 07-10-2026 / 202501422/1/R3

    In het besluit van 23 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning aanbrengen van twee muurschilderingen op de gevels van de appartementencomplexen op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 3] in Den Haag. Op 9 juni 2022 en 7 oktober 2022 zijn aan de zuidkant van appartementencomplexen met de huisnummers 107-202 en 210-305 aan het [locatie 1] twee muurschilderingen aangebracht. [appellant] heeft het college op 11 november 2022 tweemaal verzocht om tegen deze muurschilderingen handhavend op te treden omdat daar geen omgevingsvergunning voor is verleend. Het college heeft besloten niet handhavend op te treden, omdat er volgens het college geen omgevingsvergunning voor de muurschilderingen vereist is.

    ECLI:NL:RVS:2026:5921· Bestuursrecht
  43. 44
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Noord-Nederland·1 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4332 Rechtbank Noord-Nederland , 01-10-2026 / LEE 26/2802

    Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de uitvoering van twee lasten onder bestuursdwang gericht op het verwijderen van een noodwoning en een vouwwagen op het perceel. De uitspraak gaat ook over de afwijzing van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het voortzetten van gebruik van de noodwoning op dat perceel. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verweerschrift in deze verzoekschriftprocedure in strijd met de goede procesorde is ingediend. Voor zover het verzoek om voorlopige voorziening betrekking heeft op de brief van de burgemeester 18 augustus 2026 is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldaan aan het connexiteitsvereiste. Het samenhangende beroep is ingetrokken. De voorzieningenrechter was ook anderszins niet bevoegd om een voorziening te treffen om de uitvoering van bestuursdwang te voorkomen. De brieven van de burgemeester daarover zijn geen besluiten. Verder is de voorzieningenrechter, afgezien van de vraag over de feitelijke aanwezigheid van de noodwoning, van oordeel dat de belangen van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening minder zwaar wegen dan de belangen van het college bij het niet treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

    ECLI:NL:RBNNE:2026:4332· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  44. 45
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5912 Raad van State , 07-10-2026 / 202505036/1/R1

    Bij besluit van 9 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn aan [appellante] een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd vanwege bouwwerkzaamheden zonder een daarvoor benodigde omgevingsvergunning op het perceel [locatie] in Uithoorn. [appellante] is eigenaar geweest van het perceel [locatie] in Uithoorn. Op dat perceel was vroeger een hotel gevestigd. Eind 2023 is [appellante] zonder omgevingsvergunning begonnen met het realiseren van een aanbouw aan het hoofdgebouw op het perceel. Volgens het college was dit niet toegestaan, omdat daarmee de maximale oppervlakte aan vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken op het perceel werd overschreden. Het college heeft daarom een bouwstop en een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft geconstateerd dat [appellante] vervolgens verder is gegaan met de bouwwerkzaamheden en heeft daarom een besluit tot invordering van de dwangsom genomen. [appellante] heeft het perceel inmiddels verkocht en is niet langer eigenaar van het perceel.

    ECLI:NL:RVS:2026:5912· Bestuursrecht
  45. 46
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Overijssel·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RBOVE:2026:5838 Rechtbank Overijssel , 30-09-2026 / ZWO 25/3557

    Deze uitspraak gaat over twee bestuurlijke boetes van in totaal € 600,- die de minister aan eiseres heeft opgelegd vanwege het als leverancier bevestigen van gegevens die niet naar waarheid zijn vastgelegd en opgenomen in het realtime en digitaal Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (rVDM). Eiseres is het niet eens met deze twee boetes. Volgens haar zijn de boetes onterecht omdat er geen sprake is van overtredingen. De rechtbank oordeelt dat de minister de boetes onterecht heeft opgelegd omdat er aanleiding is om te twijfelen aan de bevindingen die zijn neergelegd in het rapport van de toezichthouder. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is dus gegrond.

    ECLI:NL:RBOVE:2026:5838· Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
  46. 47
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·7 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5927 Raad van State , 07-10-2026 / 202405286/1/R3

    In de brief van 23 september 2022 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van de Assumburgweg. Op 1 en 8 november 2022 heeft het college aan [appellant] laten weten hem niet als belanghebbende aan te merken. [appellant] woont aan het [locatie] in Den Haag. Tussen 1 augustus 2022 en 1 december 2022 zijn aan de Assumburgweg werkzaamheden uitgevoerd waardoor delen van de straat niet toegankelijk waren. Omdat volgens [appellant] geen vergunning voor deze werkzaamheden is verleend, heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze werkzaamheden. [appellant] betoogt dat hij, anders dan de rechtbank heeft overwogen, belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Daarover heeft hij op de zitting gezegd dat hij door de werkzaamheden moet omfietsen, mede omdat de werkzaamheden op de weg naar zijn huisarts plaatsvinden.

    ECLI:NL:RVS:2026:5927· Bestuursrecht
  47. 48
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5751 Raad van State , 30-09-2026 / 202602117/1/R2

    Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.

    ECLI:NL:RVS:2026:5751· Bestuursrecht
  48. 49
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5792 Raad van State , 30-09-2026 / 202504010/1/A3

    Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Berg en Dal de preventieve last onder dwangsom die op 14 september 2011 is opgelegd, ingetrokken. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 1] in Ooij en op zijn perceel groeit een haag. Deze haag zorgt volgens het college al meerdere jaren voor belemmering, hinder en gevaar voor het wegverkeer van de weg tussen het perceel van [appellant] en [locatie 2]. Dit is een overtreding van artikel 2:15 van de APV. Op 9 mei 2023 heeft een toezichthouder naar aanleiding van klachten uit de straat een op ambtsbelofte proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. De toezichthouder heeft geconstateerd dat de toegang tussen [locatie 2] en [locatie 1] naar de achterkant van de woningen wordt belemmerd door de haag behorende bij het perceel van [appellant]. De weg is niet over de volledige breedte toegankelijk en het verkeersbord aan de ingang is zeer slecht zichtbaar.

    ECLI:NL:RVS:2026:5792· Bestuursrecht
  49. 51
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5749 Raad van State , 30-09-2026 / 202602118/1/R2

    Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.

    ECLI:NL:RVS:2026:5749· Bestuursrecht
  50. 52
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5752 Raad van State , 30-09-2026 / 202602121/1/R2

    Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij] afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00. MOB en Leefmilieu betogen dat het college niet heeft voldaan aan de uitspraak van 13 maart 2026 en verzoeken de Afdeling hun beroep daarom gegrond te verklaren. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling ook het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit te vernietigen en een maatregel te treffen die bevordert dat het besluit alsnog zo spoedig mogelijk genomen wordt, zoals een voldoende stimulerend dwangsombedrag.

    ECLI:NL:RVS:2026:5752· Bestuursrecht
  51. 53
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5872 Raad van State , 30-09-2026 / 202406856/1/R3

    Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 3 oktober 2024 van de rechtbank Noord­-Nederland. Binnen de bestemming "Groen" mag een pad worden aangelegd zonder omgevingsvergunning. De Afdeling constateert dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een overtreding. Het verzoek om handhaving is daarom terecht afgewezen. Het hoger beroep is ongegrond.

    ECLI:NL:RVS:2026:5872· Bestuursrecht
  52. 54
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5748 Raad van State , 30-09-2026 / 202602123/1/R2

    Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.

    ECLI:NL:RVS:2026:5748· Bestuursrecht
  53. 56
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Zeeland-West-Brabant·30 sep 2026relevant

    ECLI:NL:RBZWB:2026:9430 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-09-2026 / BRE 26/4800

    Afwijzing van een verzoek om voorlopige voorziening wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Verzoeker heeft niet onderbouwd wat de extra overlast is van het bredere terras en het college kan gewoon blijven controleren naar aanleiding van meldingen van een overtreding.

    ECLI:NL:RBZWB:2026:9430· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  54. 57
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:5962 Raad van State , 14-10-2026 / 202501841/1/A3

    Bij besluit van 26 september 2022 heeft de burgemeester van Nijmegen de sluiting bevolen van het door [appellante] geëxploiteerde lunchcafé onder oplegging van een last onder bestuursdwang. [appellante] exploiteerde sinds 2019 twee in hetzelfde pand gevestigde horecagelegenheden aan het Jorens Ivensplein in Nijmegen. Het gaat om een cafetaria genaamd [cafetaria] en om een lunchcafé genaamd [lunchcafé]. Tot 1 maart 2022 waren [vennoot A] en [vennoot C] de vennoten van de vof. Zij beschikten voor het lunchcafé over een alcoholvergunning van 28 oktober 2019. Op 1 maart 2022 is [vennoot C] als vennoot uit de vof getreden. Op 22 maart 2022 is de zoon van [vennoot A], [vennoot B], als vennoot tot de vof toegetreden. Met het besluit van 26 september 2022 heeft de burgemeester bevolen het lunchcafé te sluiten onder oplegging van een last onder bestuursdwang. Door het uittreden van [vennoot C] en het intreden van [vennoot B] tot de vof is volgens de burgemeester sprake van een gewijzigde exploitatie, waardoor de alcoholvergunning niet langer geldig is. Volgens de burgemeester is daarmee artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet overtreden.

    ECLI:NL:RVS:2026:5962· Bestuursrecht
  55. 58
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:6065 Raad van State , 14-10-2026 / 202403518/1/A3

    Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de burgemeester van Heerlen besloten het bedrijfspand en de daarbij behorende loods aan Uterweg 123 in Heerlen te sluiten voor de duur van zes maanden. rinacria Trading B.V. exploiteert aan Uterweg 123 in Heerlen een winkel in tuin- en bouwmarktproducten, een bloemenwinkel en een pakkettenservicepunt. Goederen zijn ook via de website www.all4plants.com te bestellen. Archimede Real Estate B.V. is eigenaresse van het perceel. Archimede Holding is de bestuurder en enig aandeelhouder van zowel Trinacria Trading, als van Archimede Real Estate. Op 25 mei 2023 is in het bedrijfspand een bestuurlijke controle uitgevoerd. Bij deze controle werden veel goederen aangetroffen die gebruikt (kunnen) worden bij de teelt van hennep. Daarop is de politie gevraagd ter plaatse te komen. De politie heeft onderzoek verricht en naar aanleiding daarvan de bestuurlijke rapportage van 30 juni 2023 opgesteld. In de bestuurlijke rapportage staat dat het vermoeden is ontstaan dat [gemachtigde], die bestuurder en enig aandeelhouder is van Archimede Holding is, wist dan wel op zijn minst ernstige redenen had om te vermoeden dat de te koop aangeboden en voorhanden zijnde voorwerpen bestemd waren voor de beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalige hennepteelt. Daarmee bestaat de verdenking dat artikel 11a van de Opiumwet is overtreden.

    ECLI:NL:RVS:2026:6065· Bestuursrecht
  56. 59
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:6066 Raad van State , 14-10-2026 / 202502552/1/A3

    Bij besluit van 27 maart 2023 heeft de burgemeester van Breda besloten het winkelpand aan [locatie 1] in Breda te sluiten voor de duur van twaalf maanden. [wederpartij] is eigenaar van het bedrijfspand aan [locatie 1] in Breda. Hij heeft het pand verhuurd aan het bedrijf ENRW Trading B.V., dat in het pand een winkel in bloemen, planten, zaden en tuinbenodigdheden exploiteerde. Bij een eerder besluit, van 31 maart 2021, heeft de burgemeester besloten het bedrijfspand op grond van artikel 11a van de Opiumwet te sluiten. Het pand is feitelijk gesloten geweest voor zes maanden, namelijk van 7 mei 2021 tot 7 november 2021. Op 2 december 2022 heeft de politie samen met de afdeling Toezicht en Handhaving van de gemeente bij ENRW Trading een bestuurlijke nacontrole uitgevoerd. Daarbij zijn opnieuw verschillende middelen aangetroffen die geschikt zijn om een hennepplantage op te zetten, waaronder bestrijdingsmiddelen, strijkzakken, elektrische verwarmingen, ventilatoren. afzuigbuizen, (omvormers voor) assimilatielampen en stroomkabels. De bevindingen zijn opgenomen in de bestuurlijke rapportage van 6 december 2022. Daarnaast heeft een hoofdagent die expertise geniet op het gebied van hennepzaken over de situatie een proces-verbaal van bevindingen opgesteld.

    ECLI:NL:RVS:2026:6066· Bestuursrecht
  57. 60
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:6069 Raad van State , 14-10-2026 / 202500779/1/R4

    Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe een omgevingsvergunning verleend aan The Dutch Business Sport and Recreation Development II B.V. (The Dutch) voor het aanleggen van een tijdelijk waterbassin op de percelen met de kadastrale nummers [locatie 1] en [locatie 2] in Vuren. De vergunning is verleend tot en met 23 december 2028. The Dutch heeft in het verleden opdracht gegeven aan een grondbedrijf om een geluidwal aan te brengen, inclusief een ophoging van ongeveer 150 meter breed. Bij deze ophoging heeft het grondbedrijf staalslakken op de percelen gestort. Staalslakken zijn een restproduct van de staalproductie en mogen onder voorwaarden worden toegepast als bouwstof. De staalslakken zijn echter onjuist toegepast en in aanraking gekomen met grondwater waardoor een verontreiniging van de bodem en het grondwater is ontstaan. The Dutch moet maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat staalslakken niet meer met gronden of hemelwater in contact kunnen komen. Het verontreinigd raken van water moet daarmee worden beëindigd.

    ECLI:NL:RVS:2026:6069· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  58. 61
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·14 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:6074 Raad van State , 14-10-2026 / 202502778/1/A2

    Bij afzonderlijke besluiten van 15 juni 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een schriftelijke waarschuwing preventieve stillegging van werk gegeven en een boete van € 8.100,00 opgelegd vanwege het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (het Arbobesluit). [appellante] is een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf. Op 29 november 2022 werden door werknemers van [appellante] asbesthoudende dak- en plafondplaten verwijderd van een pand aan de [locatie]. Arbeidsinspecteurs bij de Nederlandse Arbeidsinspectie zijn naar aanleiding van een melding van een toezichthouder van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant een onderzoek bij [appellante] gestart, waarvan de bevindingen zijn vastgelegd in het boeterapport van 14 maart 2023. In het boeterapport is vermeld dat een deskundig asbestverwijderaar in dienst van [appellante] op een steiger vanaf een hoogte van ca 6 m een asbesthoudende dakplaat naar beneden heeft gegooid. Dit terwijl uit het werkplan voor de asbestsaneringswerkzaamheden volgt dat de afkomende dakplaten voorzichtig in platenzakken op de steiger zouden worden gelegd en na afloop van de saneringswerkzaamheden in de containerbak zouden worden gehesen.

    ECLI:NL:RVS:2026:6074· Bestuursrecht
  59. 62
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Den Haag·2 okt 2026relevant

    ECLI:NL:RBDHA:2026:29743 Rechtbank Den Haag , 02-10-2026 / SGR 26/6850

    vovo; omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; gewone dwergvleermuis; verleende omgevingsvergunnig heeft geen betrekking op de kap van 23 Canadapopulieren; verzoeker kan daarom niet het door hem beoogde resultaat bereiken; geen procesbelang; verzoek niet-ontvankelijk

    ECLI:NL:RBDHA:2026:29743· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Bron: dagelijkse ingest (daily-window-since-2026-09-30, scoring via qwen38-graded-v1). Snapshot van 15 okt 2026 — drempel 0.3. Volgorde "Redactioneel" past quota op rechtsgebied + court toe en weegt recente uitspraken iets zwaarder; "Pure score" toont de relevantie-score ongewijzigd.