Ruimtemeesters
← Voor jou · Jurisprudentie·Expertteam Milieurechthandhaving

Milieurechthandhaving

Last onder dwangsom, bodem/lucht/geluid, sanctiestrategie — handhaving die stand houdt bij de bestuursrechter.

Aantal in feed
23
Top score
0.35
Gem. score
0.23
Drempel
0.15
midden band
  1. 01
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:3331 Raad van State , 10-06-2026 / 202303496/1/R4

    Bij besluiten van 13 augustus 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg, voor zover van belang, aan [appellant A] als drijver van de inrichtingen aan de [locatie 1] in Brunssum en de [locatie 2] in Roermond (de inrichtingen), onder aanzegging van kostenverhaal een aantal lasten onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft deze besluiten ook aan [appellant B] als eigenaar van de inrichtingen bekend gemaakt. De inrichtingen worden gedreven door [appellant A] op grond van omgevingsvergunningen die bij besluiten van 27 mei 2008 aan een andere drijfster zijn verleend (de vergunningen). [appellant B] is eigenaar van de inrichtingen. In de inrichtingen vindt onder andere opslag plaats van PMD-afval. Dit afval behoort tot de categorie gemengde verpakkingen die in de Europese afvalstoffenlijst (Eural) wordt aangeduid met Euralcode 15 01 06. Volgens het college is binnen de inrichtingen alleen de acceptatie en opslag van niet-geuremitterende afvalstoffen met Euralcode 15 01 06 vergund.

    ECLI:NL:RVS:2026:3331· Bestuursrecht
  2. 02
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·16 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:276 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 16-06-2026 / 25/377

    Afwijzing subsidie voor melkveehouderij omdat de stikstofvracht die de locatie veroorzaakt op een overbelast Natura 2000-gebied niet boven de drempelwaarden uit de Lbv uitkomt. De minister mocht de afwijzing baseren op de uitkomst van de AERIUS Check. Het gebruik van de AERIUS Check als rekeninstrument in de Lbv is niet ontoelaatbaar en kan de (terughoudende) exceptieve toetsing aan algemene rechtsbeginselen doorstaan. Geen strijd met het vertrouwensbeginsel.

    ECLI:NL:CBB:2026:276· Bestuursrecht
  3. 03
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:262 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 24/978

    Invordering verbeurde dwangsom. Aanbieden van taxivervoer zonder Taxxxivergunning. Contractvervoer. Het opleggen van een last voor onbepaalde tijd – wat mogelijk heeft gemaakt dat sprake is van een tijdsverloop van zes jaar – is niet een bijzondere omstandigheid op grond waarvan moet worden afgezien van invordering. Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden die leiden tot dit oordeel.

    ECLI:NL:CBB:2026:262· Bestuursrecht
  4. 04
    Expertteam Milieurechthandhaving·Rechtbank Gelderland·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RBGEL:2026:4562 Rechtbank Gelderland , 09-06-2026 / AWB-25_6324

    De last onder dwangsom die Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland heeft opgelegd aan Tomassen Duck-To blijft gelden. Dat betekent Tomassen Duck-To de activiteiten van de eendenslachterij van het bedrijf in overeenstemming moet brengen met de omvang die haar activiteiten mogen hebben op basis van een vergunning uit 1992. Het bedrijf krijgt hier van de voorzieningenrechter nog 11 weken de tijd voor.

    ECLI:NL:RBGEL:2026:4562· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  5. 05
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3495 Raad van State , 17-06-2026 / 202400298/1/R2

    Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de omgevingsvergunning van 17 februari 2014 voor de veehouderij aan de [locatie] in Reusel ingetrokken voor wat betreft de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden voor stal C. [appellant] is eigenaar van de varkenshouderij aan de [locatie]. Het college heeft op 17 februari 2014 aan haar een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Deze omgevingsvergunning ziet onder andere op een nieuwbouwstal (stal C) voor het huisvesten van 1.920 vleesvarkens, 1.040 gespeende biggen en 84 fokzeugen. Stichting Milieuwerkgroep Kempenland en Stichting Groen Kempenland hebben bij het college een verzoek ingediend tot intrekking van deze omgevingsvergunning voor zover deze ziet op stal C, omdat volgens hen gedurende drie jaren geen gebruik is gemaakt van deze omgevingsvergunning. Na meerdere controles heeft het college geconstateerd dat stal C niet gebouwd is en heeft het de omgevingsvergunning in zoverre gedeeltelijk ingetrokken. [appellant] is het daar niet mee eens, onder meer omdat dit negatieve gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering.

    ECLI:NL:RVS:2026:3495· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  6. 06
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3487 Raad van State , 17-06-2026 / 202300080/1/R1

    Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân Ippel Dredging gelast om uiterlijk op 31 maart 2021 de opslag van niet toepasbare baggerspecie binnen de inrichting op het perceel Bovenburen 4 te Koudum te staken en gestaakt te houden onder oplegging van een dwangsom van € 300.000,00 ineens. Op 29 november 2019 heeft Ippel Dredging een melding op grond van het Besluit bodemkwaliteit gedaan betreffende de tijdelijke opslag van 7.200 m3 baggerspecie van het project Hallumer Feart van 1 april 2020 tot 30 september 2020 op het terrein Bovenburen 4 te Koudum. Het college heeft de ontvangst van de melding op 17 december 2019 bevestigd. Vermeld is dat de melding voldoet aan de indieningsvereisten van het Bbk. Verder is vermeld dat de toepasser zich dient te houden aan de zorgplicht. Op 10 en 11 maart 2020 heeft een toezichthouder een controle uitgevoerd op het perceel. Hij heeft geconstateerd dat Ippel Dredging reeds is begonnen met de in de melding genoemde werkzaamheden. Bij mail van 12 maart 2020 heeft het college Ippel Dredging bericht dat de bagger uit de Hallumervaart van vakken 1 tot en met 6 niet naar het bedrijfsterrein Bovenburen 4 te Koudum mag. De bagger is ingedeeld als niet toepasbaar en mag volgens de melding Activiteitenbesluit waaronder het bedrijf in werking is, niet aangevoerd worden.

    ECLI:NL:RVS:2026:3487· Bestuursrecht
  7. 07
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3168 Raad van State , 03-06-2026 / 202301063/1/R3

    Bij besluit van 7 december 2022 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Bergvennen en Brecklenkampse Veld" gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan maakt een aantal interne en externe maatregelen voor het beheer en herstel van het Natura 2000-gebied juridisch mogelijk. In het Natura 2000 beheerplan "Bergvennen & Brecklenkampse Veld" zijn verschillende maatregelen beschreven die nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen voor dat Natura 2000-gebied te behalen. Het inpassingsplan maakt een deel van die maatregelen mogelijk. Daarbij gaat het met name om maatregelen die tot vernatting van percelen in en nabij het Natura 2000-gebied leiden. Deze maatregelen zijn opgenomen in een bij de regels van het inpassingsplan behorend inrichtingsplan. Landschap Overijssel is eigenaar van het overgrote deel van de gronden in het plangebied. Appellanten zijn grondeigenaren en omwonenden met gronden in de (directe) omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, met name omdat zij vrezen voor vernatting van hun gronden.

    ECLI:NL:RVS:2026:3168· Bestuursrecht
  8. 08
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3202 Raad van State , 03-06-2026 / 202506061/1/R4

    Bij besluit van 12 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 lid 1 Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 juli 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop haar naam en adresgegevens. [appellante] betoogt dat de gemeente haar op 28 juli 2025 per e-mail heeft gevraagd of zij gebruik wilde maken van de mogelijkheid om telefonisch gehoord te worden. Zij stelt dat zij diezelfde dag op die e-mail heeft gereageerd en daarbij haar beschikbaarheid en haar telefoonnummer heeft doorgegeven.

    ECLI:NL:RVS:2026:3202· Bestuursrecht
  9. 09
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3500 Raad van State , 17-06-2026 / 202504238/1/R4

    Bij besluit van 22 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 11 april 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een blauwe huisvuilzak die op 11 april 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: de container) ter hoogte van de [locatie], in Rotterdam. Het is niet in geschil dat [appellante] de huisvuilzak daar heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellante] vindt het echter niet terecht dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor haar rekening komen. Zij voert aan dat zij geen mogelijkheid had om de huisvuilzak op de juiste wijze aan te bieden, doordat de container te vol was. Volgens [appellante] komt het in haar buurt regelmatig voor dat inwoners s hun afval vanwege volle containers niet kwijt kunnen.

    ECLI:NL:RVS:2026:3500· Bestuursrecht
  10. 10
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3172 Raad van State , 03-06-2026 / 202404784/1/R2 en 202404786/1/R2

    Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgesteld voor de nieuwe woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "CPO-project en sportpark Den Hout". Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 28 woningen in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) ter plaatse van het hoofdveld van voetbalvereniging Irene ‘58 aan het Ruiterspoor in de kern Den Hout. De beroepen richten zich niet daartegen. Doordat het hoofdveld van de voetbalvereniging komt te vervallen, voorziet het plan ook in de aanleg van een nieuw hoofdveld (sportpark) aan het Ruiterspoor aan de zuidrand van Den Hout, naast het bestaande oefenveld. Milieuvereniging Oosterhout kan zich daar niet in vinden. Zij vindt onder meer dat er geen noodzaak bestaat voor de aanleg van een nieuw veld en dat dit leidt tot een aantasting van natuurwaarden. [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] wonen aan het [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij verwachten overlast te zullen ondervinden van het geluid van het parkeerterrein bij het sportpark, de extra voertuigbewegingen en het sportpark zelf.

    ECLI:NL:RVS:2026:3172· Bestuursrecht
  11. 11
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3485 Raad van State , 17-06-2026 / 202501930/1/A3

    Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen auto’s aan de Jos van Aalderenlaan afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Hoogeveen. Bij brief van 16 maart 2023 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen auto’s die geparkeerd staan op het verharde deel van de groenstrook voor de oprit aan de [locatie 2] in Hoogeveen. Daarnaast heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen het door zijn buren met hoge snelheid rijden over het trottoir en het fietspad voor de oprit. Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens het college bestaat er in dit geval geen bestuursrechtelijke bevoegdheid om tegen de gestelde overtredingen op te treden. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.

    ECLI:NL:RVS:2026:3485· Bestuursrecht
  12. 12
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3489 Raad van State , 17-06-2026 / 202403404/1/R1

    Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden vastgesteld dat op de locatie [locatie 1] in Leiden sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Ook heeft het college bij dit besluit ingestemd met het door Vlasveld B.V. ingediende saneringsplan. De locatie [locatie 1] in Leiden is in gebruik als garagebedrijf en openbare weg. [bedrijf] is eigenaar van de gronden op de locatie. Uit uitgevoerd bodemonderzoek is gebleken dat op de locatie bodemverontreiniging met minerale olie aanwezig is, bestaande uit twee verontreinigingskernen: de kern noord en de kern zuid. In het besluit staat dat de verontreiniging bij de kern noord afkomstig is van de olie-waterscheider van de garage en dat de verontreiniging bij de kern zuid afkomstig is van twee voormalige ondergrondse brandstoftanks. Bij het besluit heeft het college vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Ook heeft het college ingestemd met het door [bedrijf] ingediende saneringsplan. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Leiden. Dat perceel grenst aan de westzijde aan het garagebedrijf op de locatie [locatie 3] in Leiden. Hij is het niet eens met het besluit.

    ECLI:NL:RVS:2026:3489· Bestuursrecht
  13. 13
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3185 Raad van State , 03-06-2026 / 202501659/1/R2

    Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Lawn Tennis Club Gorssel (tennisvereniging) een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verleend voor het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal. De omgevingsvergunning is verleend voor het wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal op het terrein van de tennisvereniging. De omgevingsvergunning is verleend onder het voorschrift dat de ooievaarspaal op 35 meter van de oude locatie wordt geplaatst. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het terrein van de tennisvereniging. Zij vinden dat hun woon- en leefomgeving wordt aangetast door het wegnemen van het nest van de ooievaar door de verwijdering en verplaatsing van de ooievaarspaal. De ooievaar is hierdoor uit hun woonomgeving verdreven en niet teruggekeerd.

    ECLI:NL:RVS:2026:3185· Bestuursrecht / Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  14. 14
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3344 Raad van State , 10-06-2026 / 202307942/1/R4

    Bij besluit van 26 oktober 2020 hebben de minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister) de door [appellant A] te betalen CO2-vergoeding voor het kalenderjaar 2017 vastgesteld op € 15.531,20. [appellant A] en anderen exploiteren een glastuinbouwbedrijf op zes verschillende locaties in de gemeente Westland. [appellant A] en anderen drijven daarmee een inrichting die behoort tot de inrichtingen waarop een systeem van kostenverevening van toepassing is als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, van de Wm. Het gaat daarbij om verevening van kosten die zijn verbonden aan het in een kalenderjaar overschrijden van de voor die inrichtingen gezamenlijk vastgestelde hoeveelheid CO2-emissies (het CO2-emissieplafond). Indien de inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51, eerste lid, gezamenlijk het CO2-emissieplafond overschrijden, dan is elk van die inrichtingen een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 15.52 van de Wm. Die vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule in artikel 3 van het Besluit.

    ECLI:NL:RVS:2026:3344· Bestuursrecht / Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  15. 15
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3352 Raad van State , 10-06-2026 / 202306245/1/R1

    Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om tien geconstateerde overtredingen op het perceel [adres] in Bunde te beëindigen. Daarbij heeft het college vermeld dat, als [appellant] de last niet tijdig uitvoert, het college de last zal uitvoeren en de kosten daarvan op hem zal verhalen. appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] in Bunde. Dit pand is een gemeentelijk monument. Naar aanleiding van de bevindingen van een toezichthouder van de gemeente bij een inspectie van de woning op 10 maart 2021 heeft het college op 16 maart 2021 aan [appellant] laten weten dat het van plan is om handhavend op te treden vanwege achterstallig onderhoud aan het pand. Op 3 september 2021 heeft een controlebezoek plaatsgevonden waarbij de toezichthouder van de gemeente, de politie Eenheid Limburg, de GGD, Bureau Trajekt en een door de gemeente ingeschakelde constructeur de woning zijn binnengetreden. Naast de constatering dat [appellant] geen werkzaamheden aan het dak had verricht, is bij de controle gebleken dat over de oppervlakte van de gehele woning veel spullen waren opgeslagen en de woning ernstig was vervuild door onder meer dierenuitwerpselen. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een inspectierapport van 7 september 2021, voorzien van fotomateriaal.

    ECLI:NL:RVS:2026:3352· Bestuursrecht
  16. 16
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3496 Raad van State , 17-06-2026 / 202400299/1/R2

    Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van varkensstallen aan [locatie] in Reusel buiten behandeling gelaten. [appellanten] is eigenaar van de varkenshouderij aan [locatie] in Reusel. Zij wil daar onder andere nieuwe stallen bouwen voor 27.000 biggen. [appellanten] heeft hiervoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Omdat geen m.e.r.-beoordelingsbesluit was genomen, heeft het college de aanvraag buiten behandeling gelaten. [appellanten] is het hier niet mee eens.

    ECLI:NL:RVS:2026:3496· Bestuursrecht / Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  17. 17
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:256 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 23/1872

    Bestuurlijke boete. De toezichthouder heeft veel grote en kleine condensdruppels zien hangen aan een gedeelte van het plafond. Een dergelijke hoeveelheid condens rechtvaardigt het vermoeden dat het plafond niet zo was ontworpen en uitgevoerd dat condens wordt beperkt als bedoeld in punt 1, onder c, van hoofdstuk II, bijlage II, van Verordening 852/2004. De minister heeft geen toepassing hoeven geven aan artikel 2.3 van het Besluit handhaving. Het risico of gevolg van een overtreding van dit voorschrift is niet gering enkel omdat er geen druppels op het vlees (schenkels) zijn gevallen.

    ECLI:NL:CBB:2026:256· Bestuursrecht
  18. 18
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3347 Raad van State , 10-06-2026 / 202301184/1/A3

    Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten de aanvraag van [appellante] van een omgevingsvergunning afgewezen. [appellante] heeft op 13 november 2020 een vergunning aangevraagd op grond van de destijds geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk, het verrichten van werk of werkzaamheden, het handelen in strijd met het bestemmingsplan en het veranderen van een inrichting en handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart als bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies gevraagd. Het LBB heeft een advies uitgebracht op 31 januari 2022. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond). De rechtbank is het college hierin gevolgd.

    ECLI:NL:RVS:2026:3347· Bestuursrecht
  19. 19
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3162 Raad van State , 03-06-2026 / 202403307/1/R4

    Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 9.000,00. Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college besloten tot invordering van de dwangsommen die volgens het college zijn verbeurd. [appellant] is het hier niet mee eens omdat hij van mening is dat hij de lasten wel heeft nageleefd. Hij heeft de invordering daarom aangevochten. Het besluit om tot invordering over te gaan is zowel in bezwaar als in beroep in stand gebleven. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat niet aan de lasten is voldaan. Ten aanzien van last 1 voert [appellant] aan dat de flessen niet werden opgeslagen, maar buiten stonden voor transport. Ten aanzien van last 2 voert [appellant] aan dat de apparatuur alleen voor onderhoud ter plaatse was, wat volgens [appellant] blijkt uit een leenovereenkomst en een gesprek met een productiemanager. Daarnaast heeft [appellant] aangevoerd dat de compressor en aanverwante pompen afgekoppeld waren.

    ECLI:NL:RVS:2026:3162· Bestuursrecht
  20. 20
    Expertteam Milieurechthandhaving·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3164 Raad van State , 03-06-2026 / 202600061/1/R1

    Bij besluit van 29 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de groenstrook aan de Daan Hoeksemastraat ter hoogte van de Flipjestraat in Almere, aangewezen voor het plaatsen van vier ondergrondse inzamelcontainers. In de gemeente Almere worden de aanwezige gezamenlijke inpandige afvalcontainers in hoogbouw-complexen vervangen door ondergrondse inzamelcontainers. Het college heeft in dat verband bij besluit van 29 december 2025 de locatie aan de Daan Hoeksemastraat aangewezen als locatie voor vier ondergrondse containers ten behoeve van de bewoners van het daar nabijgelegen appartementencomplex. Twee containers zijn bestemd voor restafval en plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken (pmd), één is bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval (gft) en de resterende is bestemd voor papier en karton. [appellant sub 1] en anderen wonen aan [locatie 1] en [locatie 2] en [appellant sub 2] woont aan [locatie 3]. Zij vinden de aangewezen locatie om verschillende redenen ongeschikt. Volgens [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] is de alternatieve, initieel door het college beoogde locatie aan de Jochem Jofelstraat geschikter.

    ECLI:NL:RVS:2026:3164· Bestuursrecht
  21. 21
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:264 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 23/1669

    Bestuurlijke boete. De in het rapport van bevindingen genoemde onderdelen van werkplekken en bordessen in de schone slachthal en de verschillende voorwerpen die zich in die hal bevonden, vallen onder “bedrijfsruimte” als bedoeld in bijlage II, hoofdstuk I, punt 1, van Verordening 852/2004. In aanmerking nemend het met Verordening 852/2004 nagestreefde hoge niveau van consumentenbescherming op het vlak van de voedselveiligheid, ligt het voor de hand om het hier aan de orde zijnde begrip “bedrijfsruimten voor levensmiddelen” zo op te vatten dat niet enkel de vloeren, muren, deuren en plafonds in de bedrijfsruimte schoon moeten zijn, zoals het slachthuis heeft betoogd, maar in elk geval ook al datgene wat zich aan inrichting (al of niet verplaatsbaar) in de bedrijfsruimte bevindt. De handzaag en de spiegelrand waar de hartslagen tegenaan komen, komen in aanraking met voedsel, zodat daarop het voorschrift van punt 1 onder a van hoofdstuk V, bijlage II, van Verordening 852/2004 van toepassing is.

    ECLI:NL:CBB:2026:264· Bestuursrecht
  22. 22
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:261 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 24/81

    Bestuurlijke boete voor overtreding van bijlage II, Hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening 852/2004 vanwege een vuile stekker op een krat met nieren. De minister heeft geen toepassing hoeven geven aan artikel 2.3 van het Besluit handhaving. Het slachthuis heeft niet aannemelijk gemaakt dat door verhitting van de nieren de risico’s of de gevolgen van de overtreding voor de volksgezondheid gering zijn of ontbreken.

    ECLI:NL:CBB:2026:261· Bestuursrecht
  23. 23
    Expertteam Milieurechthandhaving·College van Beroep voor het bedrijfsleven·9 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:CBB:2026:263 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 09-06-2026 / 23/1877

    Bestuurlijke boete voor overtreding van bijlage II, Hoofdstuk IX, onder 3, van Verordening 852/2004. De minister heeft de boete terecht niet gematigd. De verbouwing geeft geen aanleiding de boete te matigen. De minister heeft geen toepassing hoeven geven aan artikel 2.3 van het Besluit handhaving. Het slachthuis heeft niet aannemelijk gemaakt dat het gestelde latere ontdoen van de huid en de gestelde latere controle van uitgesneden delen, de risico’s of de gevolgen van de overtreding voor de volksgezondheid gering maken of doen ontbreken. De minister heeft terecht de recidiveregeling van artikel 2.5 van het Besluit handhaving toegepast.

    ECLI:NL:CBB:2026:263· Bestuursrecht
Bron: dagelijkse ingest (daily-window-since-2026-06-03, scoring via cursor-auto-v1). Snapshot van 18 jun 2026 — drempel 0.15. Volgorde "Redactioneel" past quota op rechtsgebied + court toe en weegt recente uitspraken iets zwaarder; "Pure score" toont de relevantie-score ongewijzigd.