Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Maastricht een verzoek om herziening van het bestemmingsplan "Maastricht-West" voor het perceel [locatie], kadastraal bekend Maastricht D, […], […] en […], afgewezen. Aan het besluit om het bestemmingsplan "Maastricht-West" niet te herzien heeft de raad ten grondslag gelegd dat het detailhandelsbeleid van de gemeente en dat van de provincie zich verzetten tegen vormen van brancheverruiming of nieuwvestiging van detailhandel buiten de detailhandelshoofdstructuur. [appellante] betoogt dat de huidige planregeling voor haar locatie in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Hiertoe voert zij aan dat de beperking tot detailhandel in volumineuze goederen, te weten meubels, een eis is in de zin van artikel 15, tweede lid, van de Dienstenrichtlijn. Tussen partijen is niet in geschil dat de bestaande planregeling niet in strijd is met het discriminatieverbod. Thans betwist [appellante] wel de noodzakelijkheid van de branchering in de planregeling. Ook is in geschil of de planregeling evenredig is.
ECLI:NL:RVS:2026:3197· Bestuursrecht
02
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij tussenuitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3382, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft in het kader van de Dienstenrichtlijn een onderzoek laten uitvoeren naar de geschiktheid en evenredigheid van artikel 10.1 van de planregels. De resultaten zijn neergelegd in de Deskundigennotitie [locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3] Helmond van 15 oktober 2025 van Ginder.
ECLI:NL:RVS:2026:3330· Bestuursrecht
03
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026relevant
Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het "Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Intrekken 1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam vastgesteld. Het besluit "1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder" maakt op grond van artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet (Ow), in samenhang bezien met artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder m, van de Invoeringswet Ow, deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam. Stichting Park Muiderslotlaan en Stichting Bewonersbelangen Leeuw en Sluis komen op voor de belangen van eigenaren en bewoners van gebouwde of nog te bouwen woningen op gronden gelegen in het exploitatieplangebied. Stichting Flora & Faunabescherming komt op voor de natuurbelangen ter plaatse. De stichtingen vrezen dat met het wegvallen van het exploitatieplan woningen zullen worden gerealiseerd zonder (parallelle) aanleg van voldoende recreatief groen of speelvoorzieningen. Hun beroepen hebben daarmee betrekking op het niet-financiële deel van het (voormalige) exploitatieplan waarin, onder meer, regels over fasering van de bouw van woningen en (groen)voorzieningen zijn opgenomen.
ECLI:NL:RVS:2026:3180· Bestuursrecht
04
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Roerdalen geweigerd het bestemmingsplan "[locatie] Sint Odiliënberg" vast te stellen. [appellante] heeft een recht van erfpacht op de gronden van een voormalige agrarische bedrijfslocatie aan de [locatie] in Sint Odiliënberg. Deze gronden liggen sinds enkele jaren braak. [appellante] wil op deze locatie een stiltecentrum voor vrouwen, genaamd "Women’s International Center for Inner Happiness", oprichten. In het beoogde stiltecentrum zouden vrouwen met verschillende internationale en culturele achtergronden verblijven om hun persoonlijke groei te ontwikkelen door transcendente meditatietechniek. [appellante] betoogt dat de raad zich ten onrechte op het standpunt stelt dat het bestemmingsplan in strijd is met de Omgevingsvisie. Zij voert hiertoe aan dat de Omgevingsvisie geen limitatieve opsomming van mogelijke vervolgfuncties voor vrijkomende agrarische bebouwing bevat.
ECLI:NL:RVS:2026:3357· Bestuursrecht
05
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Altena het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten" vastgesteld. Het bestemmingsplan kent aan grote delen van de gemeente de aanduiding "Veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten" toe. Die aanduiding houdt in dat geen bouwwerken mogen worden gebouwd, tenzij bij de bouw van de bouwwerken geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,30 m onder het bestaande maaiveld. Die aanduiding houdt ook in dat bepaalde werkzaamheden, zoals het uitvoeren van sonderingen of het planten van een boom, onder bepaalde voorwaarden niet zonder een omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd. Van deze regels kan het college afwijken als wordt voldaan aan het beleid voor het onderzoeken en opsporen van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten. De raad heeft hiervoor gekozen om het woon-, leef- en verblijfsklimaat te beschermen tegen mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten in de bodem. [appellant] woont in het gebied waarover de aanduiding "Veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten" zich uitstrekt. Hij is het niet eens met deze aanduiding. Volgens hem is de aanduiding onnodig en te belastend voor hem als initiatiefnemer van ruimtelijke ontwikkelingen.
ECLI:NL:RVS:2026:3327· Bestuursrecht
06
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:786 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het onder 11.7 omschreven gebrek in het besluit van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "’t Hout - De Hoefkens" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.7 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of ter plaatse van de woningen in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd zonder dat [appellante] onevenredig wordt beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Gelet op wat de Afdeling in overweging 11.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad het geconstateerde gebrek zou kunnen herstellen door bijvoorbeeld op basis van een akoestisch onderzoek alsnog deugdelijk te motiveren dat [appellante] niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt door de woningbouw.
ECLI:NL:RVS:2026:3345· Bestuursrecht
07
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026relevant
Bij besluit van 17 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning aan de [locatie 1] in Breukeleveen. [partij] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Breukeleveen. Hij heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op het westelijke deel van het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Plassengebied Loosdrecht 2013". Op het perceel rusten, voor zover hier van belang, de bestemming "Wonen" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Verder is de gebiedsaanduiding "milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 1" aan het perceel toegekend. Het college is ervan uitgegaan dat de woning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. [appellant] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] en is het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld omdat hij een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar wil bereiken. Volgens hem is de rechtbank er ten onrechte aan voorbij gegaan dat de woning op meer punten in strijd is met het bestemmingsplan dan waarvan de rechtbank is uitgegaan.
Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het exploitatieplan "Haven VIII Oost afronding" vastgesteld. Het exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "BP Haven 8 Oost-afronding", dat ook is vastgesteld bij besluit van 22 juni 2023. Het bestemmingsplan maakt bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding planologisch mogelijk. De raad heeft het exploitatieplan vastgesteld om de noodzakelijke juridische basis te leggen voor het kostenverhaal. Daarnaast wil de raad met het exploitatieplan het tijdvak en de fasering bepalen en eisen en regels stellen. [appellante] is eigenaar van een perceel in het exploitatieplangebied. [appellante] betoogt dat een zonnepark een bouwwerk van algemeen nut is in de zin van artikel 4.1, aanhef en onder g van de planregels van het bestemmingsplan en dat de raad daarom rekening had moeten houden met de opbrengsten uit een zonnepark.