Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Maastricht een verzoek om herziening van het bestemmingsplan "Maastricht-West" voor het perceel [locatie], kadastraal bekend Maastricht D, […], […] en […], afgewezen. Aan het besluit om het bestemmingsplan "Maastricht-West" niet te herzien heeft de raad ten grondslag gelegd dat het detailhandelsbeleid van de gemeente en dat van de provincie zich verzetten tegen vormen van brancheverruiming of nieuwvestiging van detailhandel buiten de detailhandelshoofdstructuur. [appellante] betoogt dat de huidige planregeling voor haar locatie in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Hiertoe voert zij aan dat de beperking tot detailhandel in volumineuze goederen, te weten meubels, een eis is in de zin van artikel 15, tweede lid, van de Dienstenrichtlijn. Tussen partijen is niet in geschil dat de bestaande planregeling niet in strijd is met het discriminatieverbod. Thans betwist [appellante] wel de noodzakelijkheid van de branchering in de planregeling. Ook is in geschil of de planregeling evenredig is.
ECLI:NL:RVS:2026:3197· Bestuursrecht
02
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij tussenuitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3382, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 26 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Helmond - administratieve herziening" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft in het kader van de Dienstenrichtlijn een onderzoek laten uitvoeren naar de geschiktheid en evenredigheid van artikel 10.1 van de planregels. De resultaten zijn neergelegd in de Deskundigennotitie [locatie 1]-[locatie 2]-[locatie 3] Helmond van 15 oktober 2025 van Ginder.
ECLI:NL:RVS:2026:3330· Bestuursrecht
03
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026relevant
Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het "Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Intrekken 1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam vastgesteld. Het besluit "1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder" maakt op grond van artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet (Ow), in samenhang bezien met artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder m, van de Invoeringswet Ow, deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam. Stichting Park Muiderslotlaan en Stichting Bewonersbelangen Leeuw en Sluis komen op voor de belangen van eigenaren en bewoners van gebouwde of nog te bouwen woningen op gronden gelegen in het exploitatieplangebied. Stichting Flora & Faunabescherming komt op voor de natuurbelangen ter plaatse. De stichtingen vrezen dat met het wegvallen van het exploitatieplan woningen zullen worden gerealiseerd zonder (parallelle) aanleg van voldoende recreatief groen of speelvoorzieningen. Hun beroepen hebben daarmee betrekking op het niet-financiële deel van het (voormalige) exploitatieplan waarin, onder meer, regels over fasering van de bouw van woningen en (groen)voorzieningen zijn opgenomen.
ECLI:NL:RVS:2026:3180· Bestuursrecht
04
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Roerdalen geweigerd het bestemmingsplan "[locatie] Sint Odiliënberg" vast te stellen. [appellante] heeft een recht van erfpacht op de gronden van een voormalige agrarische bedrijfslocatie aan de [locatie] in Sint Odiliënberg. Deze gronden liggen sinds enkele jaren braak. [appellante] wil op deze locatie een stiltecentrum voor vrouwen, genaamd "Women’s International Center for Inner Happiness", oprichten. In het beoogde stiltecentrum zouden vrouwen met verschillende internationale en culturele achtergronden verblijven om hun persoonlijke groei te ontwikkelen door transcendente meditatietechniek. [appellante] betoogt dat de raad zich ten onrechte op het standpunt stelt dat het bestemmingsplan in strijd is met de Omgevingsvisie. Zij voert hiertoe aan dat de Omgevingsvisie geen limitatieve opsomming van mogelijke vervolgfuncties voor vrijkomende agrarische bebouwing bevat.
ECLI:NL:RVS:2026:3357· Bestuursrecht
05
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Altena het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten" vastgesteld. Het bestemmingsplan kent aan grote delen van de gemeente de aanduiding "Veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten" toe. Die aanduiding houdt in dat geen bouwwerken mogen worden gebouwd, tenzij bij de bouw van de bouwwerken geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,30 m onder het bestaande maaiveld. Die aanduiding houdt ook in dat bepaalde werkzaamheden, zoals het uitvoeren van sonderingen of het planten van een boom, onder bepaalde voorwaarden niet zonder een omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd. Van deze regels kan het college afwijken als wordt voldaan aan het beleid voor het onderzoeken en opsporen van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten. De raad heeft hiervoor gekozen om het woon-, leef- en verblijfsklimaat te beschermen tegen mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten in de bodem. [appellant] woont in het gebied waarover de aanduiding "Veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten" zich uitstrekt. Hij is het niet eens met deze aanduiding. Volgens hem is de aanduiding onnodig en te belastend voor hem als initiatiefnemer van ruimtelijke ontwikkelingen.
ECLI:NL:RVS:2026:3327· Bestuursrecht
06
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026relevant
Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:786 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het onder 11.7 omschreven gebrek in het besluit van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "’t Hout - De Hoefkens" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.7 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of ter plaatse van de woningen in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd zonder dat [appellante] onevenredig wordt beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Gelet op wat de Afdeling in overweging 11.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad het geconstateerde gebrek zou kunnen herstellen door bijvoorbeeld op basis van een akoestisch onderzoek alsnog deugdelijk te motiveren dat [appellante] niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt door de woningbouw.
ECLI:NL:RVS:2026:3345· Bestuursrecht
07
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026relevant
Bij besluit van 17 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning aan de [locatie 1] in Breukeleveen. [partij] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Breukeleveen. Hij heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op het westelijke deel van het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Plassengebied Loosdrecht 2013". Op het perceel rusten, voor zover hier van belang, de bestemming "Wonen" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Verder is de gebiedsaanduiding "milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 1" aan het perceel toegekend. Het college is ervan uitgegaan dat de woning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. [appellant] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] en is het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld omdat hij een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar wil bereiken. Volgens hem is de rechtbank er ten onrechte aan voorbij gegaan dat de woning op meer punten in strijd is met het bestemmingsplan dan waarvan de rechtbank is uitgegaan.
Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het exploitatieplan "Haven VIII Oost afronding" vastgesteld. Het exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "BP Haven 8 Oost-afronding", dat ook is vastgesteld bij besluit van 22 juni 2023. Het bestemmingsplan maakt bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding planologisch mogelijk. De raad heeft het exploitatieplan vastgesteld om de noodzakelijke juridische basis te leggen voor het kostenverhaal. Daarnaast wil de raad met het exploitatieplan het tijdvak en de fasering bepalen en eisen en regels stellen. [appellante] is eigenaar van een perceel in het exploitatieplangebied. [appellante] betoogt dat een zonnepark een bouwwerk van algemeen nut is in de zin van artikel 4.1, aanhef en onder g van de planregels van het bestemmingsplan en dat de raad daarom rekening had moeten houden met de opbrengsten uit een zonnepark.
ECLI:NL:RVS:2026:3353· Bestuursrecht
09
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgesteld voor de nieuwe woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "CPO-project en sportpark Den Hout". Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 28 woningen in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) ter plaatse van het hoofdveld van voetbalvereniging Irene ‘58 aan het Ruiterspoor in de kern Den Hout. De beroepen richten zich niet daartegen. Doordat het hoofdveld van de voetbalvereniging komt te vervallen, voorziet het plan ook in de aanleg van een nieuw hoofdveld (sportpark) aan het Ruiterspoor aan de zuidrand van Den Hout, naast het bestaande oefenveld. Milieuvereniging Oosterhout kan zich daar niet in vinden. Zij vindt onder meer dat er geen noodzaak bestaat voor de aanleg van een nieuw veld en dat dit leidt tot een aantasting van natuurwaarden. [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] wonen aan het [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij verwachten overlast te zullen ondervinden van het geluid van het parkeerterrein bij het sportpark, de extra voertuigbewegingen en het sportpark zelf.
ECLI:NL:RVS:2026:3172· Bestuursrecht
10
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 7 december 2022 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Bergvennen en Brecklenkampse Veld" gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan maakt een aantal interne en externe maatregelen voor het beheer en herstel van het Natura 2000-gebied juridisch mogelijk. In het Natura 2000 beheerplan "Bergvennen & Brecklenkampse Veld" zijn verschillende maatregelen beschreven die nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen voor dat Natura 2000-gebied te behalen. Het inpassingsplan maakt een deel van die maatregelen mogelijk. Daarbij gaat het met name om maatregelen die tot vernatting van percelen in en nabij het Natura 2000-gebied leiden. Deze maatregelen zijn opgenomen in een bij de regels van het inpassingsplan behorend inrichtingsplan. Landschap Overijssel is eigenaar van het overgrote deel van de gronden in het plangebied. Appellanten zijn grondeigenaren en omwonenden met gronden in de (directe) omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, met name omdat zij vrezen voor vernatting van hun gronden.
ECLI:NL:RVS:2026:3168· Bestuursrecht
11
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 16 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van een dakopbouw op een bestaande garage met carport aan de [locatie] in Hilvarenbeek. [partij] woont aan de [locatie] in Hilvarenbeek. Hij wil een dakopbouw op zijn garage en carport bouwen. Het college heeft hiervoor aan hem een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het handelen in strijd met het bestemmingsplan "Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek". Met de omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan een goothoogte van 5,5 meter heeft, terwijl op grond van het bestemmingsplan op een deel van de gronden slechts een maximale goothoogte van 3 meter is toegestaan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de rechtbank ten onrechte enkel de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ heeft vernietigd. De rechtbank had volgens hen de hele vergunning, dus ook de vergunning voor de activiteit ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ moeten vernietigen.
In het besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de verdieping gelegen op het [perceel] in Blaricum. Het college heeft op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Kom Beschermd Dorpsgezicht" bouwen van een aan- en opbouw aan de achterzijde van de woning aan het [perceel] in Blaricum. [wederpartij] was tot aan zijn overlijden eigenaar van de naastgelegen woning aan de [locatie 1] in Blaricum. [wederpartij] was het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een zeer onredelijke of ongewenste situatie als bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregels Planologische Afwijking Blaricum 2011 (beleidsregels), zodat geen vergunning kon worden verleend met de hardheidsclausule.
Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan Bouwadviesbureau C&G Partners B.V. vergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van recreatieve appartementen naar permanente bewoning op het perceel Burgerweg 9, appartementen 1 tot en met 20, in Burgerbrug. Op het perceel zijn aanwezig restaurant De Brugwachter en appartementencomplex Residenz Polderblick met 20 appartementen en 21 bergingen. In het verleden is de eigendom gesplitst in een gedeelte met restaurant met berging en een privégedeelte met appartementen en bergingen. Ten behoeve van deze hoofdsplitsing is de Vereniging van Eigenaars Polderblick opgericht. Het privégedeelte met appartementen en bergingen is vervolgens verder opgesplitst in 20 recreatieve appartementen en 21 bergingen. Ten behoeve van deze ondersplitsing is de Vereniging opgericht. Het college heeft bij besluit op bezwaar van 23 december 2021 de verleende omgevingsvergunning herroepen. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de Vereniging geen belanghebbende is bij haar verzoek om omgevingsvergunning.
Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "De Hoofong." vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van twee ruimte-voor-ruimte woningen aan De Hoof in Someren mogelijk. [appellant] woont tegenover het plangebied aan [locatie] en vreest met name voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat het plan in strijd is met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (de IOV). Hij voert daarover aan dat het plan niet voldoet aan de verplichtingen voor ruimte-voor-ruimte woningen zoals genoemd in artikel 3.77 en 3.79 van de IOV. Volgens [appellant] gaat het bestemmingsplan onvoldoende in op de vraag of de woningen passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Ook voldoet de ontwikkelingsrichting niet aan de eisen zoals genoemd in artikel 3.77, eerste lid, van de IOV. Ook houdt het plan volgens [appellant] geen rekening met een goede omgevingskwaliteit zoals genoemd in artikel 3.5, tweede lid, van de IOV.
ECLI:NL:RVS:2026:3189· Bestuursrecht
15
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 2 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 5.000,00 ineens gelast de op kadastraal perceel 112, sectie E, aan de Laan van Heemstede in Puttershoek (het perceel) geplante bomen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel nr. 112, sectie E aan de Laan van Heemstede in Puttershoek. Dit perceel wordt gebruikt door [partij C] en [partij D]. Zij hebben op het perceel 17 bomen geplant. [partijen] hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen het planten van deze bomen, omdat volgens hen de bomen afbreuk doen aan het open polderlandschap.
ECLI:NL:RVS:2026:3335· Bestuursrecht
16
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Hoofdstraat 212 Epe" vastgesteld. Woonstichting Triada wil aan de Hoofdstraat 212 in Epe een appartementengebouw met 32 sociale huurwoningen realiseren. Het bestemmingsplan maakt dit mogelijk. Het plangebied ligt in de zuidoostelijke hoek van nieuwbouwwijk Klaarbeek. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] wonen eveneens in deze nieuwbouwwijk aan de rand van het plangebied. Zij vrezen vooral voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat er bij de totstandkoming van het bestemmingsplan onvoldoende mogelijkheden zijn geweest voor inspraak en participatie en dat onvoldoende naar hen is geluisterd. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat het plan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening omdat de toegestane bouwhoogtes niet in de omgeving passen.
ECLI:NL:RVS:2026:3355· Bestuursrecht
17
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Beekdaelen het bestemmingsplan "Groevepark Silt" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het groevegebied gelegen ten zuidwesten van Nagelbeek en Schinnen, de zogenoemde Groeve Schinnen. Dit groevegebied is jarenlang gebruikt voor de winning van zand en grind. Als gevolg van de intensivering van landgebruik is de plateaurand van het groevegebied niet meer herkenbaar. Hierdoor is de verbinding tussen het groevegebied en de beekdalen verdwenen. Verder is het terrein ten oosten van het groevegebied jarenlang gebruikt als vuilstort. [bedrijf] is als initiatiefnemer volgens de plantoelichting voornemens om het groevegebied en de afgewerkte vuilstort te transformeren naar een plek waar de natuur en het (recreatieve) gebruik van de mens hand-in-hand samen komen. Het plan voorziet in een juridisch planologisch kader voor deze transformatie. Het plan voorziet in de aanleg van een recreatieplas en de bouw van maximaal 60 verblijfseenheden, met daaraan ondersteunend onder andere horeca, ondergeschikte detailhandel en een wellnessgebouw. Op de voormalige vuilstortplaats komt een zonneweide in de vorm van twee clusters zonnepanelen met daartussen een parkeerplaats voor de bezoekers van het recreatiepark.
ECLI:NL:RVS:2026:3193· Bestuursrecht
18
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college aan [vergunninghouders] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van de agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning op [locatie] in Assendelft. De Taurushoeve exploiteert een melkveehouderij aan de Akere 7 in Assendelft. Het bestaande bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij dit bedrijf horen twee bedrijfswoningen. De verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op de tweede (voormalige) bedrijfswoning, gelegen aan de [locatie], waarvan [vergunninghouders] eigenaar zijn en die in planologisch opzicht deel uitmaakt van de melkveehouderij. De Taurushoeve vreest in haar uitbreidingsmogelijkheden te worden beperkt als gevolg van de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van deze bedrijfswoning als plattelandswoning.
ECLI:NL:RVS:2026:3356· Bestuursrecht
19
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 27 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente het wijzigingsplan "Buitengebied Hof van Twente, wijziging Zomerweg 3 Ambt Delden" (het wijzigingsplan) vastgesteld. Het perceel aan de Zomerweg 3 in Ambt Delden had in het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente" (het bestemmingsplan) de bestemming "Agrarisch" met een agrarisch bouwvlak en de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied". Deze aanduiding maakte een intensieve veehouderij mogelijk. De agrarische activiteiten zijn ter plaatse beëindigd. Het college heeft op verzoek van de initiatiefnemer gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan "Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2020" en het wijzigingsplan vastgesteld. De initiatiefnemer is voornemens om een groepsaccommodatie te realiseren. [appellanten] wonen aan de [locatie B] in Ambt Delden en zijn het niet eens met het wijzigingsplan omdat zij vrezen voor geluidsoverlast.
ECLI:NL:RVS:2026:3365· Bestuursrecht
20
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Ring 18a Simonshaven" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 44 woningen mogelijk op gronden gelegen aan de Ring 18a in Simonshaven. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Simonshaven" had een gedeelte van de gronden de bestemming "Agrarisch met waarden - Weidevogelgebied" en een gedeelte van de gronden de bestemming "Bedrijf". De gronden aan de zuidwestzijde van het plangebied hadden de bestemming "Sport". [appellant A] en anderen wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Simonshaven. Hun percelen grenzen aan het plangebied. Zij komen op tegen de vaststelling van het plan omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en omdat zij investeringen hebben gedaan in en rondom hun woningen in de veronderstelling dat het vrije uitzicht behouden zou blijven.
ECLI:NL:RVS:2026:3348· Bestuursrecht
21
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "[locatie], Hedikhuizen en Oude Haven 31a, Haarsteeg" vastgesteld. Het bestemmingsplan beoogt te voorzien in de uitbreiding van het bedrijf [partij]. [partij] is een aannemersbedrijf dat gespecialiseerd is in sloop- en grondwerken en in recycling van grondstoffen. Het bedrijf is op meerdere locaties gevestigd. Met het bestemmingsplan worden de bedrijfsactiviteiten geconcentreerd op de locatie [locatie] in Hedikhuizen. De locatie aan de Oude Haven in Haarsteeg is daardoor niet langer nodig. Deze locatie is in het bestemmingsplan bestemd voor woningen. Aan [locatie] voorziet het plan in een bestemmingsvlak voor het bedrijf en in de mogelijkheid om op het uitbreidingsvlak bebouwing te realiseren. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] zijn omwonenden en hebben beroep ingesteld tegen het deel van het bestemmingsplan dat gaat over [locatie], omdat zij met name vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat. Volgens hen is de uitbreiding van het bedrijf onder meer in strijd met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) en gemeentelijk beleid en met een goede ruimtelijke ordening.
ECLI:NL:RVS:2026:3360· Bestuursrecht
22
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Leiden het bestemmingsplan "Plesmanlaan 100" vastgesteld. Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en het uitbreiden van een voormalig kantoorgebouw naar een woongebouw met 420 woningen en ondersteunend commercieel en maatschappelijk programma op de locatie Plesmanlaan 100. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor 420 huurappartementen met een woonoppervlakte tot 75 m2, waarvan 103 voor de sociale huur. Verder voorziet het plan in 750 m2 aan ondersteunende, commerciële voorzieningen in de plint van het gebouw. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Plesmanlaan, aan de westzijde aan de Haagse Schouwweg, aan de zuidzijde aan de Van Ravelingenstraat en aan de oostzijde aan de Verbeekstraat. De belangenvereniging stelt zich ten doel de leefbaarheid van de wijk Bockhorst te verhogen en de collectieve belangen van haar leden te behartigen, voor zover deze betrekking hebben op de algemene wijkvoorzieningen en woonhuizen en aanhorigheden. De wijk Bockhorst ligt ten zuiden van het plangebied. De belangenvereniging vindt de bebouwing te hoog en vreest dat het plan een negatieve impact heeft op de woonomgeving van de wijk. Zo leidt het plan volgens de belangenvereniging tot parkeerhinder.
ECLI:NL:RVS:2026:3171· Bestuursrecht
23
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Deze uitspraak gaat over de hoger beroepen in zaken nr. 202307109/1 en nr. 202503531/1. Zaak nr. 202307109/1/R1 gaat over de uitspraak van de rechtbank over een bij het besluit van 7 juni 2022 aan [partij] verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van zijn woning op het perceel [locatie 1] in Middelburg. Zaak nr. 202503531/1/R1 gaat over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Middelburg om handhavend op te treden tegen een gerealiseerde afwijking van het vergunde bouwplan en over een door [partij] aangevraagde wijziging van dat bouwplan. Hangende het hoger beroep in zaak nr. 202307109/1/R1 heeft het college bij besluit van 11 april 2024 ingestemd met die wijziging van het bouwplan. [partij] woont op het perceel en heeft de omgevingsvergunning aangevraagd om zijn woning uit te breiden en te veranderen. De bestaande woning wordt aanzienlijk vergroot. De kapverdieping van de woning wordt gesloopt. Het bouwplan voorziet in een nieuwe verdieping met een plat dak. Daarin komen vier slaapkamers, een badkamer en een berging. Op de begane grond komt een slaapkamer. Aan de voorzijde en zijkant van de bestaande woning komt een aanbouw met daarin onder meer een hal, badkamer, deel van die slaapkamer, garage en berging. Aan de achterzijde en zijkant van de bestaande woning komt ook een aanbouw met daarin een woonkamer.
Bij besluit van 26 november 2024 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor)" vastgesteld. Het plan maakt één van de zes deelgebieden van de doorfietsroute "Groene Corridor" in Eindhoven mogelijk. Het plangebied omvat een gedeelte van de weg Oirschotsedijk. Het maakt een fietsbrug mogelijk ter plaatse van de kruising van de Oirschotsedijk met de Anthony Fokkerweg en voorziet in een nieuwe ontsluiting voor de wijk Tegenbosch en het crematorium aan de Anthony Fokkerweg. Als gevolg van het plan kan gemotoriseerd verkeer niet langer via de Anthony Fokkerweg de Oirschotsedijk op rijden. De Mispelhoef B.V. en anderen exploiteren de horecagelegenheid "De Mispelhoef" aan de Oirschotsedijk 9 in Eindhoven. Zij vrezen dat door het plan de bereikbaarheid van de horecagelegenheid aanzienlijk zal verslechteren en de parkeermogelijkheden zullen afnemen. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan.
ECLI:NL:RVS:2026:3174· Bestuursrecht
25
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 19 april 2022 heeft de raad van de gemeente Aalten het bestemmingsplan "Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022" vastgesteld. De gecoördineerde besluiten voorzien in een aantal ontwikkelingen, waaronder het slopen van 2 woningen en het kappen van een aantal bomen. Het beroep van SNMA is gericht tegen het plan dat de bouw mogelijk maakt van een opslaghal voor ISG Lettink aan de Dinxperlosestraatweg 70 in Aalten en een opslag- en expeditiehal voor Kaemingk aan de Vierde Broekdijk 51 in Aalten en tegen de verleende omgevingsvergunning aan Kaemingk. SNMA betoogt dat een maximale bouwhoogte van 16,5 m die het plan mogelijk maakt voor de bedrijfshal van Kaemingk uit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar is. Een dergelijke bouwhoogte is een te grote aantasting van het landschap, ondanks de voorziene landschappelijke inpassing. Ook is volgens SNMA de toegestane bouwhoogte veel groter dan de hoogte van de andere gebouwen op het bestaande industrieterrein.
ECLI:NL:RVS:2026:3186· Bestuursrecht
26
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 16 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van het gebouw op het [perceel] te Amsterdam (het perceel). [appellant] is eigenaar van het gebouw op het perceel dat hij gebruikt als woning. Het gebouw ligt aan de achterzijde van het historische grachtenpand "De Dolphijn", dat ligt aan [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam. Het gebouw van [appellant] bestaat uit twee te onderscheiden delen: een hoger deel en een daaraan grenzend lager deel. Dat lagere deel wordt door [appellant] aangeduid als keukenaanbouw en door het college als zijaanbouw (hierna: de zijaanbouw). Beide delen van het gebouw bestaan uit een kelderverdieping en een daarboven gelegen verdieping. De zijaanbouw ligt op minder dan 6 meter van de achtergevel van het grachtenpand "De Dolphijn".
Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad geweigerd het bestemmingsplan "[locatie] te [plaats]" vast te stellen. Het plangebied is gelegen aan [locatie] in [plaats] en ligt in het buitengebied op ongeveer 80 m van het stedelijk gebied van [woonplaats]. Momenteel geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Drenthe", zoals gewijzigd door het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied Midden-Drenthe 2022". Het grootste gedeelte van de gronden heeft de bestemmingen "Bedrijf -Openbaar Nut" en "Waarde - Archeologie 2" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - rioolwaterzuiveringsinstallatie". Een strook grond aan de westkant van het perceel is bestemd voor "Agrarisch met waarden - 2" en "Waarde -Archeologie 2". Deze bestemmingen staan geen woningbouw toe. [appellant 1] en anderen zijn de initiatiefnemers van het plan en zijn voornemens om het perceel te herontwikkelen door de voormalige rioolwaterzuivering te vervangen door woningen. Het plan voorziet daarom onder andere in de toekenning van een woonbestemming aan een gedeelte van het perceel om twee vrijstaande woningen te kunnen realiseren.
ECLI:NL:RVS:2026:3354· Bestuursrecht
28
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee het bestemmingsplan "Veegplan 2022" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt de geldende bestemming op delen van de percelen Kelderweg 17 en 18 in Ouddorp gewijzigd van "Tuin" naar "Natuur - 1" ter bescherming van de ter plaatse aanwezige bomen. [appellant] woont aan de [locatie A] en is het niet eens met het plan. Omdat de bomen een beschermde status krijgen, vreest hij voor beperkingen van de onderhoudsmogelijkheden. In het geval van de aan zijn perceel grenzende boom zal dit leiden tot nog meer overlast bij zijn woning en voor de tegenover zijn perceel staande bomen tot gevaar voor de omgeving. [appellant] betoogt dat het toekennen van een beschermde planologische status aan de aanwezige bomen niet noodzakelijk is. Hij voert aan dat de rij lindenbomen op het perceel aan de Kelderweg 18 reeds is opgenomen op de Bomenlijst Goeree-Overflakkee (de Bomenlijst) en dat die bomen daarmee al een beschermde status hebben.
ECLI:NL:RVS:2026:3366· Bestuursrecht
29
Expertteam Omgevingsplan·College van Beroep voor het bedrijfsleven·16 jun 2026raakvlak
Afwijzing subsidie voor melkveehouderij omdat de stikstofvracht die de locatie veroorzaakt op een overbelast Natura 2000-gebied niet boven de drempelwaarden uit de Lbv uitkomt. De minister mocht de afwijzing baseren op de uitkomst van de AERIUS Check. Het gebruik van de AERIUS Check als rekeninstrument in de Lbv is niet ontoelaatbaar en kan de (terughoudende) exceptieve toetsing aan algemene rechtsbeginselen doorstaan. Geen strijd met het vertrouwensbeginsel.
ECLI:NL:CBB:2026:276· Bestuursrecht
30
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bedrijfswoning in het bedrijfspand aan het [perceel] in Krommenie (perceel) buiten behandeling gesteld. [appellant] woont in het bedrijfspand op het perceel. Op 28 juli 2023 heeft hij een aanvraag gedaan om het pand te legaliseren als een bedrijfswoning. Met de brief van 15 augustus 2023 heeft het college [appellant] gevraagd om aanvullende gegevens aan te leveren, waaronder informatie over de goede ruimtelijke ordening vanwege de strijd met het bestemmingsplan. Omdat [appellant] die gegevens niet heeft aangeleverd, heeft het college de aanvraag van [appellant] met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen. Volgens [appellant] is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan en was de gevraagde informatie over de goede ruimtelijke ordening daarom niet nodig.
ECLI:NL:RVS:2026:3340· Bestuursrecht
31
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van Gedeputeerde Staten de aanvraag van [appellante] van een omgevingsvergunning afgewezen. [appellante] heeft op 13 november 2020 een vergunning aangevraagd op grond van de destijds geldende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk, het verrichten van werk of werkzaamheden, het handelen in strijd met het bestemmingsplan en het veranderen van een inrichting en handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college heeft naar aanleiding van deze aanvraag een onderzoek gestart als bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om een advies gevraagd. Het LBB heeft een advies uitgebracht op 31 januari 2022. Het college heeft op basis van dit advies de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b, van de Wet Bibob; de b-grond). De rechtbank is het college hierin gevolgd.
ECLI:NL:RVS:2026:3347· Bestuursrecht
32
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 19 september 2023 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "Gemeentehuis Provincialeweg 5a, Bergambacht" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een nieuw gemeentehuis met bijbehorende parkeergelegenheid voor de gemeente Krimpenerwaard aan de Provincialeweg 5a in Bergambacht, ten westen van de Veerweg. Daarnaast voorziet het plan in de aanleg van een nieuw natuurgebied, ten zuiden van het voorziene gemeentehuis. Op grond van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2011" hadden de gronden van het plangebied een bedrijfsbestemming. In het voorliggende plan hebben de gronden deels de bestemming "Maatschappelijk" en deels de bestemming "Natuur". [appellante] woont en heeft haar boerderij ten noorden van het plangebied tegenover het voorziene gemeentehuis. [appellante] kan zich niet met het plan verenigen, onder meer omdat zij de locatie niet geschikt vindt voor een gemeentehuis met de geplande omvang.
ECLI:NL:RVS:2026:3188· Bestuursrecht
33
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·10 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 30 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leudal geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een baan voor het trainen van paarden op het [perceel], ter hoogte van het perceel achter [locatie] in Haelen. [appellante] heeft op 27 februari 2022 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Het gaat om de aanleg van een baan voor het trainen van paarden op het perceel. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Aan deze weigering heeft het college ten grondslag gelegd dat de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden volgens het college de aanwezige waarden (ernstig) aangetast.
Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar over een omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur van een woning aan statushouders voor de duur van maximaal 5 jaar. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de omgevingsvergunning in bezwaar niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Bij besluit van 21 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Ruimer Leven B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het herstellen van de fundering, het intern verbouwen en het maken van een uitbouw aan de achterzijde van het pand op de begane grond, het maken van een kelder onder het gebouw en de uitbouw en het maken van een koekoek aan de voor- en achterzijde op het adres [locatie] in Amsterdam. Het bouwplan voorziet onder meer in de bouw van een kelder onder de woning op het perceel. Op de kelder zal aan de achterkant op de begane grond een uitbouw met een diepte van 2,5 m worden gebouwd. Het bouwplan is op meerdere onderdelen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Stadion- en Beethovenbuurt 2012". In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vergunde uitbouw aan de achterzijde van de woning op het perceel.
Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4756 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Heeze-Leende opgedragen om: - binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat is overwogen onder 11, de daar omschreven gebreken in het besluit van 22 mei 2023 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Langstraat 15a, 17 en 17a Leende" te herstellen, en - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij het herstelbesluit een nieuw gewijzigd bestemmingsplan vastgesteld. De raad heeft enkele planregels aangepast, de verbeelding gewijzigd en de plantoelichting aangevuld. Het herstelbesluit is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onderdeel van dit geding. De beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] zijn van rechtswege mede gericht tegen het herstelbesluit. [appellant sub 1A] en [appellant sub 2] hebben zienswijzen over het herstelbesluit naar voren gebracht.
ECLI:NL:RVS:2026:3359· Bestuursrecht
37
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 29 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de groenstrook aan de Daan Hoeksemastraat ter hoogte van de Flipjestraat in Almere, aangewezen voor het plaatsen van vier ondergrondse inzamelcontainers. In de gemeente Almere worden de aanwezige gezamenlijke inpandige afvalcontainers in hoogbouw-complexen vervangen door ondergrondse inzamelcontainers. Het college heeft in dat verband bij besluit van 29 december 2025 de locatie aan de Daan Hoeksemastraat aangewezen als locatie voor vier ondergrondse containers ten behoeve van de bewoners van het daar nabijgelegen appartementencomplex. Twee containers zijn bestemd voor restafval en plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken (pmd), één is bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval (gft) en de resterende is bestemd voor papier en karton. [appellant sub 1] en anderen wonen aan [locatie 1] en [locatie 2] en [appellant sub 2] woont aan [locatie 3]. Zij vinden de aangewezen locatie om verschillende redenen ongeschikt. Volgens [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] is de alternatieve, initieel door het college beoogde locatie aan de Jochem Jofelstraat geschikter.
ECLI:NL:RVS:2026:3164· Bestuursrecht
38
Expertteam Omgevingsplan·Raad van State·3 jun 2026raakvlak
Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Lawn Tennis Club Gorssel (tennisvereniging) een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verleend voor het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal. De omgevingsvergunning is verleend voor het wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal op het terrein van de tennisvereniging. De omgevingsvergunning is verleend onder het voorschrift dat de ooievaarspaal op 35 meter van de oude locatie wordt geplaatst. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het terrein van de tennisvereniging. Zij vinden dat hun woon- en leefomgeving wordt aangetast door het wegnemen van het nest van de ooievaar door de verwijdering en verplaatsing van de ooievaarspaal. De ooievaar is hierdoor uit hun woonomgeving verdreven en niet teruggekeerd.