Ruimtemeesters
← Terug naar de uitspraken

De voorzieningenrechter laat de woningsluiting van zes weken voorlopig in stand.s0001, s0007

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af; de woning blijft tot 23 oktober 2026 om 19.15 uur gesloten.s0001, s0002, s0007

Rechtbank Noord-Nederland · 2 oktober 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4180

Bekijk de bron op Rechtspraak

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor de woning tot 23 oktober 2026 om 19.15 uur gesloten blijft. De aanslag bij de portiek veroorzaakte volgens de rechter een ernstig veiligheidsrisico en een ernstige verstoring van de openbare orde. Het herhalingsgevaar en de bescherming van het gezin in de benedenwoning rechtvaardigen de sluiting. Cameratoezicht en extra politiesurveillance bieden volgens de aanvaarde onderbouwing onvoldoende bescherming. De aangeboden opvang beperkt de nadelige gevolgen voldoende. Het oordeel is voorlopig en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.s0001, s0002, s0004, s0005, s0006, s0007

Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.

Duiding bij deze uitspraak

Modelduiding bij deze bron, geen afzonderlijk oordeel van de rechter.

Uit de uitspraak

De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester van Groningen de woning met spoed mocht sluiten. Bij de centrale portiekdeur was een vuurwerk-brandstofcombinatie ontploft, waardoor brand en schade ontstonden. Op de deur stond een betalingsoproep met de voornaam van verzoeker [naam 1]. De explosie vond ongeveer twee meter van het slaapkamerraam van een gezin met drie kinderen plaats. De rechter betrekt ook de herhaalde aanslag op de woning van de moeder van verzoeker bij zijn oordeel. Deze omstandigheden dragen volgens hem de onmiddellijke sluiting zonder voorafgaande termijn om zelf maatregelen te nemen.s0002, s0003, s0004

Uit de uitspraak

De rechter aanvaardt de uitleg van de burgemeester dat cameratoezicht en extra politiesurveillance onvoldoende bescherming bieden. Een camera bij de woning van de moeder had een volgende aanslag niet voorkomen, terwijl permanent politietoezicht niet te realiseren was. Bij de belangenafweging tellen de aangeboden hotelopvang en vervangende woning mee. Verzoekers sloegen die aanbiedingen af omdat zij zelf opvang hadden geregeld en de vervangende woning ongeschikt vonden. Ook weegt mee dat het politieonderzoek voortduurt en drie van de zes sluitingsweken al verstreken zijn.s0005, s0006, s0007

Duiding

Voor de praktijk laat deze zaak zien welke concrete omstandigheden hier de afweging dragen: het herhalingsgevaar, de bescherming van omwonenden, de beperkingen van alternatieven en de aangeboden opvang. Dat verzoekers zich slachtoffer voelen en meewerken aan het onderzoek, neemt volgens dit voorlopige oordeel de noodzaak van sluiting niet weg. De beoordeling blijft verbonden aan deze omstandigheden en deze sluitingsduur.s0005, s0006, s0007

Grenzen van deze toelichting

  • Het oordeel is voorlopig en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.
  • De uitspraak vermeldt geen beslissing op het bezwaar van verzoekers.
  • Het politieonderzoek loopt nog; de uitspraak stelt niet vast wie de aanslag heeft gepleegd.
Inhoudsindicatie van Rechtspraak

Woningsluiting, openbare orde, vuurwerkbom gericht op verzoeker, woning wordt gesloten voor de duur van zes weken. Sluiting is noodzakelijk en evenwichtig.

Bronpassages bij deze tekst

De ankers verwijzen naar de behouden tekstversie. Voor de oorspronkelijke opmaak en bijlagen: bekijk de officiële bron.

Bronpassage s0001

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 26/3149 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2026 in de zaak tussen [naam 1 en naam 2 uit plaats] , verzoekers (gemachtigde: mr. P.N. Huisman), en de burgemeester van de gemeente Groningen (gemachtigden: mr. A. Brouwer en mr. K.G. Manting). Als derde partij heeft aan de zaak deelgenomen: Woningstichting Patrimonium, (gemachtigden: mr. S. Veenema-Bruinsma en dhr. [naam 3]) Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgmeester om de woning van verzoekers te sluiten gedurende de periode van 11 september 2026 tot 23 oktober 2026 om 19.15 uur. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt hij uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Totstandkoming van het besluit en procesverloop 2. Op vrijdag 11 september 2026 omstreeks 05:50 uur, kwam er bij de Meldkamer Noord-Nederland de melding binnen dat er een brand zou zijn bij de portiek aan [adres] die toegang geeft tot de percelen [nummers] . Er zou ook een knal zijn gehoord en een flits zijn gezien. 2.1. De politie is ter plaatse gekomen en heeft de brand kunne

Bronpassage s0002

n blussen. Door de brand is de portiekdeur beschadigd en zwartgeblakerd. Op de portiekdeur is met zwarte verf geschreven ‘ [naam 1] betalen’. De voornaam van verzoeker is [naam 1] . De politie stelt vast dat er een vuurwerk/brandstof combinatie (VBC) is gebruikt om een ontploffing te veroorzaken bij de deur die toegang geeft tot de centrale portiek. Verder is er bij nader onderzoek ook een huls in de nabijheid van de portiekdeur gevonden en een inslag in die deur met daarin een patroon die vermoedelijk op de deur is afgevuurd. De VBC is ontploft op ongeveer twee meter afstand van een slaapkamerraam van perceel [nummer] op de begane grond. De betreffende woning wordt bewoond door een gezin met drie kinderen. 2.2. Op 11 september 2026 om 19:15 uur is verzoekers mondeling meegedeeld dat de woning zal worden gesloten voor de duur van zes weken, derhalve tot vrijdag 23 oktober 2026 om 19:15 uur. De schriftelijke bevestiging van dit besluit is verzoekers op 17 september 2026 uitgereikt. Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt en is de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker [naam 1] , de gemachtigde van verzoekers, de gemachtigden van de burgemeester en de gemachtigden van de derde-partij. Beoordeling door de voorzieningenrechter Spoedeisend belang 3. Dat er een spoedeisend belang is, is niet in geschil. De voorzien

Bronpassage s0003

ingenrechter ziet geen aanleiding een spoedeisend belang niet aanwezig te achten en zal daarom deze zaak inhoudelijk beoordelen. De bevoegdheid van de burgemeester 4. De burgemeester is op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet bevoegd om, voor zover hier van belang, een woning te sluiten als door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning de openbare orde rond de woning ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring. 4.1. Uit artikel 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat de burgemeester bevoegd is om in spoedeisende situaties bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last en zonder een voorafgaande termijn voor de belanghebbenden om nog zelf maatregelen te nemen. In het geval van directe gevaarzetting voor een ernstige verstoring van de openbare orde of fysieke veiligheid waarbij zich een spoedeisende situatie voordoet, kan direct een bevel tot sluiting worden gegeven. 4.2. Uit het verzoekschrift maakt de voorzieningenrechter op dat verzoekers de bevoegdheid van de burgemeester neergelegd in artikel 174a van de Gemeentewet op zich niet betwisten. Verzoekers vragen zich alleen af waarom er sprake is van een zodanige spoed dat het vragen van een zienswijze niet mogelijk was. 4.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft mogen stellen dat er sprake is van een ernstig veiligh

Bronpassage s0004

eidsrisico en van een ernstige verstoring van de openbare orde in de onmiddellijke nabijheid van de woning van verzoekers. Om die reden is de burgemeester bevoegd om de woning op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b van de Gemeentewet te sluiten. Dat de burgemeester daarbij toepassing heeft gegeven aan artikel 5:31 van de Awb acht de voorzieningenrechter navolgbaar. Hij heeft bij zijn oordeel betrokken dat er meerdere aanslagen in de gemeente zijn geweest die naar alle waarschijnlijkheid voortvloeien uit hetzelfde conflict dat ook ten grondslag heeft gelegen aan het incident bij de woning van verzoekers. Hij doelt dan op de aanslag op de woning van de moeder van verzoeker [naam 1] . Dit heeft geleid tot een tijdelijke sluiting van die woning. Kort nadat de moeder van verzoeker [naam 1] naar de woning was teruggekeerd, is er weer een aanslag op deze woning gepleegd. 5. Als de bevoegdheid van de voorzieningenrechter aanwezig moet worden geacht, moet vervolgens worden beoordeeld of de burgemeester van haar bevoegdheid tot sluiting gebruik mocht maken. Als de burgemeester gebruik wil maken van haar sluitingsbevoegdheid, moet zij het concrete geval toetsen aan het evenredigheidsbeginsel uit artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. Die toetst houdt in dat de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de sluiting van de woning moet worden beoordeeld. Noodzakelijkheid 6. Verzoekers hebben aangevoerd dat een sluiting alleen noodzakelijk is als de burgemeester aannemelijk

Bronpassage s0005

heeft gemaakt dat de verstoring van de openbare orde rond de woning niet afdoende kan worden bestreden met een minder ingrijpend middel dan een sluiting. Daarbij is van belang of de sluiting noodzakelijk is ter herstel van de openbare orde en het voorkomen van een herhaling van de verstoring van de openbare orde. Verzoekers zijn van mening dat de burgemeester ook voor (permanent) cameratoezicht had kunnen kiezen of extra politiesurveillance. Verder hebben zij aangevoerd dat er afdoende informatie is verstrekt op basis waarvan nader opsporingsonderzoek kan worden gedaan naar de daders van de aanslag. Verzoekers weten wie de daders van de aanslag zijn. Als de daders worden gepakt, is er geen kans meer op herhaling. 6.1. De burgemeester heeft in reactie hierop aangevoerd dat bij de woning van de moeder van verzoeker [naam 1] na de eerste aanslag een camera is geplaatst, maar dat dit geen verschil heeft gemaakt, omdat de woning daarna toch weer het doelwit van een aanslag is geweest. Van een extra politiesurveillance verwacht de burgemeester niets, omdat een aanslag alleen voorkomen kan worden als er permanent toezicht is en dat is niet te realiseren. Dat er een noodzaak bestaat om de woning te sluiten is met name gelegen in de bescherming van het gezin dat in de flat onder die van verzoekers woont. Dat gezin heeft de aanslag als zeer angstig ervaren, mede omdat de VBC is afgegaan op enkele meters van het slaapkamerraam van hun woning. Zij waren ook erg bang voor het ontstaan van

Bronpassage s0006

een uitslaande brand. Verder is de sluiting noodzakelijk om verzoekers en hun dochter te beschermen. De burgemeester acht de kans op herhaling groot, waarbij zij wijst op wat er bij de woning van de moeder van verzoeker [naam 1] is gebeurd. 6.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester hiermee voldoende heeft onderbouwd dat er een noodzaak bestond om de woning tijdelijk te sluiten. Evenwichtigheid 7. Als sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. Er moet evenwicht zijn tussen de bescherming van het algemeen belang, in dit geval het herstel van de openbare orde en het voorkomen van herhaling, en de te respecteren belangen van verzoekers. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. 7.1. Verzoekers hebben aangevoerd dat zij zich coöperatief opstellen in het onderzoek naar het incident en dat de gevolgen van de sluiting groot zijn. Verzoekers voelen zich het slachtoffer van de aanslag, omdat de aanslag op hen was gericht en vooral omdat zij na de aanslag op straat zijn gezet. Zij voelen zich aan hun lot overgelaten. 7.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een evenwichtig besluit. Daarbij heeft de burgemeester op het moment van sluiting de belangen van verzoekers, gelet op de acute en ernstige verstoring van de openbare orde en ernstige vrees voor herhalin

Bronpassage s0007

g, ondergeschikt kunnen achten aan de belangen die gediend zijn met een spoedige sluiting van de woning. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband dat de burgemeester verzoekers op 11 september 2026 kortdurende opvang in een hotel heeft aangeboden. Verzoekers hebben dit aanbod echter afgeslagen, omdat ze zelf al opvang hadden geregeld. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat de woningbouwvereniging die eigenaar is van de woning, verzoekers een vervangende woning heeft aangeboden en dat verzoekers die woning hebben geweigerd omdat zij die niet geschikt vonden. Hiermee is voldoende gedaan om de nadelige effecten van de sluiting voor verzoekers te beperken. Daarbij acht de voorzieningenrechter ook van belang dat het politieonderzoek (nog altijd) in volle gang is en dat de woning gesloten is voor de duur van zes weken, waarvan op het moment van de uitspraak al drie weken zijn verstreken. Conclusie en gevolgen 8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.A. van Loo, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2026. de griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak

Bronpassage s0008

staat geen hoger beroep of verzet open.