De Afdeling vernietigt het oorspronkelijke plan gedeeltelijk; het herstelbesluit blijft in stand.s0003, s0004
De Afdeling vernietigt het oorspronkelijke plan voor de ontbrekende borging van de compartimentskering; het herstelbesluit blijft overeind.s0003, s0004
Raad van State · 30 september 2026
ECLI:NL:RVS:2026:5774
De Afdeling vernietigt het oorspronkelijke bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0” voor zover het sluiten van de compartimentskering niet is geborgd. Het gewijzigde plan blijft in stand. Het oorspronkelijke besluit bood onvoldoende onderbouwing of borging voor een aanvaardbare waterhuishoudkundige situatie. De raad heeft daarom een voorwaardelijke verplichting opgenomen: de compartimentskering moet gesloten zijn vóór ingebruikname van de gronden en bouwwerken waar de nieuwe woningen zijn voorzien. De appellanten hebben tegen het herstelbesluit geen beroepsgronden aangevoerd. Daarom zijn hun beroepen tegen dat besluit ongegrond. De raad moet het griffierecht vergoeden, maar hoeft geen proceskosten te betalen.s0002, s0003, s0004
Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6 Astra.
Duiding bij deze uitspraak
Modelduiding bij deze bron, geen afzonderlijk oordeel van de rechter.
Uit de uitspraak
De gedeeltelijke vernietiging betreft het besluit van de raad van de gemeente Emmen tot vaststelling van het bestemmingsplan “Emmen, Delftlanden 3.0”. De raad had onvoldoende onderzocht, gemotiveerd of geborgd dat het plan geen onaanvaardbare verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie veroorzaakt. Daarbij ging het ook om de percelen van [appellanten sub 1] en [appellant sub 2]. De beslissing beperkt de vernietiging tot het ontbreken van borging van het sluiten van de compartimentskering.s0001, s0002, s0003
Uit de uitspraak
De raad heeft in het herstelbesluit een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De compartimentskering moet gesloten zijn voordat de gronden en bouwwerken op de locaties van de voorziene nieuwe woningen in gebruik worden genomen. Volgens de raad is daarmee voldoende waterbergingscapaciteit beschikbaar. De beroepen tegen dit herstelbesluit zijn ongegrond. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet wel € 194 aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] samen en € 194 aan [appellant sub 2] terugbetalen aan griffierecht. Betaling aan één van de twee eerstgenoemde appellanten volstaat.s0002, s0003, s0004
Duiding
Voor de toepassing van dit plan is het moment van ingebruikname dus bepalend voor de verplichting om de compartimentskering te sluiten. Daarnaast verdient de reden voor het ongegrond verklaren van de beroepen tegen het herstelbesluit aandacht. De appellanten dienden geen zienswijze in en voerden daarmee geen beroepsgronden tegen dat besluit aan. De Afdeling baseert deze uitkomst daarop. De uitspraak bevat dus geen bespreking van inhoudelijke bezwaren tegen de gekozen herstelmaatregel.s0002, s0003
Grenzen van deze toelichting
- De uitspraak geeft de voorwaardelijke verplichting weer, maar bevat niet de volledige tekst van artikel 27.2 van de planregels.
- De uitspraak vermeldt geen berekeningen van de waterbergingscapaciteit; de toereikendheid daarvan wordt weergegeven als standpunt van de raad.
Inhoudsindicatie van Rechtspraak
Bij uitspraak, deels tussenuitspraak, van 22 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2282) heeft de Afdeling de raad van de gemeente Emmen opgedragen om binnen 16 weken na verzending van die uitspraak het daarin genoemde gebrek in het op 24 oktober 2024 vastgestelde bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden 3.0" te herstellen. In de uitspraak van 22 april 2026 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van die uitspraak, alsnog deugdelijk te motiveren dat de waterbergingscapaciteit in het plangebied toereikend is om de toename aan hemelwater op te vangen. Als dit nodig is met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet de raad alsnog een regel in het plan opnemen waarin de aansluiting van de compartimentskering op maaiveldhoogte wordt verzekerd.
Bronpassages bij deze tekst
De ankers verwijzen naar de behouden tekstversie. Voor de oorspronkelijke opmaak en bijlagen: bekijk de officiële bron.
Bronpassage s0001
202500369/3/R3. Datum uitspraak: 30 september 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], beiden wonend in Emmen, 2. [appellant sub 2], wonend in Emmen, appellanten, en de raad van de gemeente Emmen, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak, deels tussenuitspraak, van 22 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2282) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van die uitspraak het daarin genoemde gebrek in het op 24 oktober 2024 vastgestelde bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden 3.0" te herstellen. Bij besluit van 25 juni 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden 3.0" opnieuw, gewijzigd vastgesteld (het herstelbesluit). [appellanten sub 1] en [appellant sub 2] zijn in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Zij hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder d, en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Zoals in de uitspraak van 22 april 2026 is overwogen, blijft op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing. 2. De Afdeling heeft in de uitspraak van 22 april 2026 overwogen dat de raad zich, zonder nader onderzoek en motivering of zonder borging in het plan, niet op het standpunt heeft kunnen stellen
Bronpassage s0002
dat het plan niet leidt tot een onaanvaardbare verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied, waaronder die ter plaatse van de percelen van [appellanten sub 1] en [appellant sub 2]. 3. Gelet op wat is overwogen in de uitspraak van 22 april 2026, zijn de beroepen van [appellanten sub 1] en [appellant sub 2] gegrond. Het besluit van 24 oktober 2024 moet wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb worden vernietigd, voor zover dat besluit geen deugdelijke motivering of borging bevat in verband met de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied. 4. In de uitspraak van 22 april 2026 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van die uitspraak, alsnog deugdelijk te motiveren dat de waterbergingscapaciteit in het plangebied toereikend is om de toename aan hemelwater op te vangen. Als dit nodig is met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet de raad alsnog een regel in het plan opnemen waarin de aansluiting van de compartimentskering op maaiveldhoogte wordt verzekerd. 5. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad het herstelbesluit genomen. De raad heeft toegelicht dat hij bij de vaststelling van het oorspronkelijke plan al rekening heeft gehouden met het sluiten van de compartimentskering. De raad heeft in artikel 27.2 van de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee is geborgd dat de compartimentskering wordt gesloten vóór ingebruikname van de gronden en bouwwerken op de locaties waar de nieuw
Bronpassage s0003
e woningen zijn voorzien. Volgens de raad beschikt het plangebied hiermee over voldoende waterbergingscapaciteit. 6. Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben." Het herstelbesluit is op grond van artikel 6:19 van de Awb onderwerp van dit geding. Voor [appellanten sub 1] en [appellant sub 2] is een beroep van rechtswege ontstaan tegen dit besluit. 7. [appellanten sub 1] en [appellant sub 2] hebben naar aanleiding van het herstelbesluit geen zienswijze ingediend en dus niet te kennen gegeven dat zij zich niet met het herstelbesluit kunnen verenigen. Dit betekent dat zij geen beroepsgronden tegen dit besluit hebben aangevoerd. De van rechtswege ontstane beroepen zijn ongegrond. 8. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2] tegen het besluit van de raad van de gemeente Emmen van 24 oktober 2024, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden 3.0", gegrond; II. vernietigt het onder I. genoemde besluit, voor zover daarin het sluiten van de compartimentskering niet is geborgd; III. verklaart de beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2] tegen het besluit van de raad van de gemeente Emmen va
Bronpassage s0004
n 25 juni 2026, waarbij het bestemmingsplan "Emmen, Delftlanden 3.0" opnieuw, gewijzigd is vastgesteld, ongegrond; IV. gelast dat de raad van de gemeente Emmen aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2] het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van: a. € 194,00 aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan; b. € 194,00 aan [appellant sub 2]. Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. M.M. Kaajan, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. Kemerink op Schiphorst-Hofman, griffier. w.g. Knol voorzitter w.g. Kemerink op Schiphorst-Hofman griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2026 933