De Afdeling handhaaft het gewasbeschermingsmiddelenverbod op het grootste gedeelte van het perceel van [appellant].s0003, s0005
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond; het gewasbeschermingsmiddelenverbod blijft gelden binnen de aangeduide spuitzone.s0002, s0005
Raad van State · 7 oktober 2026
ECLI:NL:RVS:2026:5905
De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] ongegrond, waardoor hij op het grootste gedeelte van zijn perceel geen gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken. De raad van Bernheze heeft volgens de Afdeling zijn bedrijfsbelangen voldoende afgewogen tegen de behoefte aan nieuwe woningen en de bescherming van toekomstige bewoners. De raad onderzocht een kortere afstand en een andere situering van de woningen, maar mocht aan de woningbehoefte meer gewicht geven. Het verbod omvat ook biologische middelen. Het ontbreken van een definitie maakt de regeling volgens de Afdeling niet rechtsonzeker. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.s0001, s0003, s0004, s0005
Samenvatting door Ruimtemeesters, opgesteld met GPT-6.1 Sol.
Duiding bij deze uitspraak
Modelduiding bij deze bron, geen afzonderlijk oordeel van de rechter.
Uit de uitspraak
Het wijzigingsbesluit van de raad van de gemeente Bernheze maakt 325 woningen en bijbehorende voorzieningen in Heesch mogelijk. [appellant] heeft een melkveebedrijf en gebruikt zijn perceel voor gras en mais als veevoer. Op het grootste gedeelte van dat perceel mag hij door de aangewezen spuitzone geen gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. De Afdeling vindt het begrip voldoende duidelijk, ook zonder definitie in de planregels. Het verbod omvat bewust ook biologische middelen, omdat de raad mogelijke gezondheidseffecten daarvan wil uitsluiten.s0001, s0002, s0003
Uit de uitspraak
De raad heeft onderzocht of de afstand van 50 meter kon worden verkleind met bijvoorbeeld een struweelhaag. Volgens zijn toelichting bieden zulke maatregelen onvoldoende garantie voor bescherming van de woningen en zijn zij stedenbouwkundig en landschappelijk onwenselijk. Een andere situering van de woningen zou minder woningen opleveren. De raad vindt de beperking aanvaardbaar omdat [appellant] akkerbouw bedrijft en geen spuitintensieve teelten heeft. De Afdeling aanvaardt dat de raad, na onderzoek naar alternatieven, meer gewicht geeft aan de woningbehoefte dan aan deze bedrijfsbelangen.s0004, s0005
Duiding
Voor de praktijk laat deze zaak zien waarom een concrete belangenafweging aandacht verdient wanneer woningbouw bestaand agrarisch gebruik beperkt. De onderbouwing die de Afdeling hier aanvaardt, behandelt de gevolgen voor het bedrijf, mogelijke beschermingsmaatregelen en een andere situering van de woningen. De beperking van het perceelgebruik maakt het besluit volgens de Afdeling op zichzelf niet onrechtmatig. Uit dit oordeel volgt geen algemene goedkeuring van iedere spuitvrije zone van 50 meter; de beoordeling betreft deze keuze, deze belangen en de aangevoerde beroepsgronden.s0002, s0004, s0005
Grenzen van deze toelichting
- Het verbod geldt op de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - spuitzone’, die het grootste gedeelte van het perceel van [appellant] omvatten.
- De uitspraak bevat geen beslissing over een verzoek om nadeelcompensatie.
Inhoudsindicatie van Rechtspraak
Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Bernheze het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze vastgesteld. [appellant] heeft een melkveebedrijf in Vinkel. Ook is [appellant] eigenaar van een perceel in het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet. Hij teelt op dit perceel gras en mais, om zijn vee mee te voeren. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit, omdat de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel worden beperkt. Artikel 6.3, onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit zorgt er namelijk voor dat op het grootste gedeelte van zijn perceel het verboden is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
Bronpassages bij deze tekst
De ankers verwijzen naar de behouden tekstversie. Voor de oorspronkelijke opmaak en bijlagen: bekijk de officiële bron.
Bronpassage s0001
202407764/1/R2. Datum uitspraak: 7 oktober 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], handelend onder de naam [bedrijf], wonend in [woonplaats], appellant, en de raad van de gemeente Bernheze, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 31 oktober 2024 heeft de raad het "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze (het wijzigingsbesluit) vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 24 april 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. F.K. van Wijk, advocaat te Leiden, en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.P.A.M. van Herpen en D.M.J. de Beer, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. Het wijzigingsbesluit maakt de komst van 325 nieuwe woningen en de daarbij horende voorzieningen in Heesch mogelijk. 2. [appellant] heeft een melkveebedrijf in Vinkel. Ook is [appellant] eigenaar van een perceel in het gebied waar het wijzigingsbesluit op ziet. Hij teelt op dit perceel gras en mais, om zijn vee mee te voeren. Hij kan zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit, omdat de gebruiksmogelijkheden van zijn perceel worden beperkt. Artikel 6.3, onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit zorgt er namelijk voor dat op het grootste gedeelte van zijn perceel het verboden is gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Toetsingskader 3. De raad neemt een wijzigingsbes
Bronpassage s0002
luit van het omgevingsplan met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of met het besluit tot wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Het beroep Gewasbeschermingsmiddel 4. [appellant] betoogt dat artikel 6.3, aanhef en onder h, van de regels van wijzigingsbesluit rechtsonzeker is, omdat een definitie van het begrip "gewasbeschermingsmiddel" ontbreekt. Daarnaast betoogt [appellant] dat de raad in artikel 6.3, aanhef en onder h, ten onrechte alle soorten gewasbeschermingsmiddelen onder de reikwijdte van het verbod heeft laten vallen. 4.1. Artikel 6.3, aanhef en onder h, van de regels van het wijzigingsbesluit luidt: "Het is verboden om: h. op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - spuitzone’ gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken." 4.2. Op de kaart die hoort bij het wijzigingsbesluit is aan het grootste gedeelte van het perceel van [appellant] de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - spuitzone" toegekend. Dat betekent dat [appellant] op grond va
Bronpassage s0003
n artikel 6.3, aanhef en onder h, geen gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken op het grootste gedeelte van zijn perceel. De Afdeling stelt vast dat het begrip "gewasbeschermingsmiddel" niet is gedefinieerd in de regels van het wijzigingsbesluit of in de regels van het omgevingsplan. Naar het oordeel van de Afdeling betekent dat niet dat het wijzigingsbesluit in strijd met de rechtszekerheid is genomen. Het begrip "gewasbeschermingsmiddel" is op zichzelf duidelijk genoeg. Een gewasbeschermingsmiddel is een bestrijdingsmiddel dat ter bescherming van gewassen op de gewassen of de grond wordt gespoten. Voor zover [appellant] erop heeft gewezen dat hiermee alle soorten gewasbeschermingsmiddelen, dus ook biologische, zijn uitgesloten, overweegt de Afdeling dat dat een bewuste keuze is geweest van de raad. De raad stelt zich op het standpunt dat ook biologische gewasbeschermingsmiddelen effect op de gezondheid kunnen hebben. De raad wil dat risico volledig uitsluiten. Dat betekent dat de reikwijdte van het verbod niet verder rijkt dan de bedoeling van de raad is geweest. Het betoog slaagt niet. Belangenafweging 5. [appellant] betoogt dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn belangen bij de keuze op zijn perceel het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uit te sluiten. Dat [appellant] wellicht om nadeelcompensatie kan verzoeken, ontslaat de raad niet van zijn plicht een besluit zorgvuldig voor te bereiden en de betrokken belangen deugdelijk af te wegen. 5.1. De raad
Bronpassage s0004
heeft toegelicht dat hij de bedrijfsmatige belangen van [appellant] heeft afgewogen tegen het belang nieuwe woningen te kunnen realiseren. Om te voorkomen dat toekomstige bewoners gezondheidsklachten krijgen door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, is het nodig het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen 50 m van deze nieuwe woningen niet toe te staan. De raad heeft verkend of deze afstand verkleind kon worden, bijvoorbeeld door het realiseren van landschappelijke driftreducerende maatregelen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een struweelhaag. Maar dergelijke maatregelen geven geen garantie dat de nieuwe woningen dan voldoende worden beschermd. Daarnaast zijn dergelijke maatregelen stedenbouwkundig en landschappelijk niet wenselijk. De raad heeft verder onderzocht of het mogelijk is de nieuwe woningen anders te situeren, om zo de spuitvrije zone te verkleinen. De raad heeft hier echter niet voor gekozen, omdat dat zou betekenen dat minder woningen kunnen worden gerealiseerd. De raad is zich ervan bewust dat dit voor [appellant] betekent dat hij op het grootste gedeelte van het perceel geen gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken. De raad acht dat niet een onaanvaardbare beperking, omdat [appellant] zijn perceel gebruikt voor akkerbouw en niet voor spuitintensieve teelten zoals boom- of sierteelt. 5.2. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad onvoldoende acht heeft geslagen op de belangen van [appellant]. De raad betwist niet dat het
Bronpassage s0005
wijzigingsbesluit de gebruiksmogelijkheden op het perceel van [appellant] beperkt. Maar dat maakt het wijzigingsbesluit naar het oordeel van de Afdeling niet onrechtmatig. De Afdeling wijst erop dat de raad de belangen van [appellant] in kaart heeft gebracht en mee heeft gewogen, maar ook heeft onderbouwd waarom ondanks de negatieve gevolgen voor [appellant] ervoor is gekozen binnen 50 m van de nieuwe woningen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet toe te staan. De Afdeling acht hierbij van belang dat de raad heeft onderzocht of een kortere afstand mogelijk was, maar heeft gekozen meer gewicht toe te kennen aan de behoefte aan woningen dan aan de bedrijfsbelangen van [appellant]. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad deze afweging kunnen maken. Het betoog slaagt niet. Conclusie 6. Het beroep is ongegrond. 7. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Perlot, griffier. w.g. Meijer lid van de enkelvoudige kamer w.g. Perlot griffier Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026 952