Ruimtemeesters

Wonen

Woningbouwversnelling, betaalbaarheid, doelgroepenverordeningen — de wooncrisis in concrete bouwstenen.

Aantal in feed
33
Top score
0.40
Gem. score
0.24
Drempel
0.15
midden band
  1. 01
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:3353 Raad van State , 10-06-2026 / 202306460/1/R2

    Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waalwijk het exploitatieplan "Haven VIII Oost afronding" vastgesteld. Het exploitatieplan hoort bij het bestemmingsplan "BP Haven 8 Oost-afronding", dat ook is vastgesteld bij besluit van 22 juni 2023. Het bestemmingsplan maakt bedrijventerrein Haven 8 Oost-afronding planologisch mogelijk. De raad heeft het exploitatieplan vastgesteld om de noodzakelijke juridische basis te leggen voor het kostenverhaal. Daarnaast wil de raad met het exploitatieplan het tijdvak en de fasering bepalen en eisen en regels stellen. [appellante] is eigenaar van een perceel in het exploitatieplangebied. [appellante] betoogt dat een zonnepark een bouwwerk van algemeen nut is in de zin van artikel 4.1, aanhef en onder g van de planregels van het bestemmingsplan en dat de raad daarom rekening had moeten houden met de opbrengsten uit een zonnepark.

    ECLI:NL:RVS:2026:3353· Bestuursrecht
  2. 02
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:3478 Raad van State , 17-06-2026 / 202401953/1/A2

    Bij besluit van 9 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant sub 1] een vergunning verleend om zijn woonboot te gebruiken voor vakantieverhuur voor de periode van 9 februari 2022 tot 31 maart 2023. [appellant sub 2] is eigenaar van een woonboot aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellant sub 1] is eigenaar van de woonboot naast die van [appellant sub 2], gelegen aan de [locatie 2]. [appellant sub 1] moet, om zijn woonboot te bereiken, over het dek van de woonboot van [appellant sub 2] lopen. Ook (vakantie)gasten van [appellant sub 1] moeten gebruik maken van de route die over de woonboot van [appellant sub 2] loopt.

    ECLI:NL:RVS:2026:3478· Bestuursrecht
  3. 03
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026relevant

    ECLI:NL:RVS:2026:3501 Raad van State , 17-06-2026 / 202404263/1/R3

    Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van zijn woning aan de [locatie] in Wolvega. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Wolvega en wil zijn woning verbouwen. Hij heeft daarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo aangevraagd. De aanvraag had betrekking op een bouwplan waarin de woning werd voorzien van een zogenoemd lessenaarsdak. Deze aanvraag is afgewezen op grond van een negatief welstandsadvies van Hûs en Hiem van 15 april 2020. [appellant] is opgekomen tegen de afwijzing van de aanvraag om de omgevingsvergunning en vervolgens tegen de instandhouding van die afwijzing in bezwaar. De rechtbank heeft overwogen dat de eisen uit de welstandsnota over dat de bebouwing overwegend één bouwlaag moet zijn en over de hoogte van de noklijn buiten toepassing dienen te blijven omdat die de welstandstoets te buiten gaan.

    ECLI:NL:RVS:2026:3501· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  4. 04
    Expertteam Wonen·Rechtbank Amsterdam·9 jun 2026relevant

    ECLI:NL:RBAMS:2026:5773 Rechtbank Amsterdam , 09-06-2026 / 12225921 \ KK EXPL 26-294

    Huurder woont sinds 2010 in sociale huurwoning met haar twee zonen, waarvan één meerderjarig is. September 2025 drugs- en wapenvondst in de woning bij politie inval. De meerderjarige zoon is daarvoor aangehouden en verblijft sindsdien elders. Huurster verbleef ten tijde van de politie inval in Marokko. Explosie in de nacht van 6/7 maart 2026 bij de portiek van onder meer de woning. Zes woningen onbewoonbaar verklaard. De woningcorporatie weigert om huurder vervangende woonruimte aan te bieden. Huurder vordert vervangende woonruimte voor de duur van de onbewoonbaarheid van de woning. Woningcorporatie vordert ontruiming. Onvoldoende aannemelijk geworden dat de bodemrechter over zal gaan tot ontbinding van de huurovereenkomst gelet op de thans gegeven onderbouwing van de zijde van de woningcorporatie. Huurder heeft voldoende gemotiveerd betwist dat zij iets met de drugs- en wapenvondst te maken had. Belangenafweging valt uit in het voordeel van huurder en haar minderjarige zoon. Toewijzing vordering vervangende woonruimte.

    ECLI:NL:RBAMS:2026:5773· Civiel recht
  5. 05
    Expertteam Wonen·Rechtbank Noord-Nederland·12 jun 2026relevant

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2290 Rechtbank Noord-Nederland , 12-06-2026 / 25/2065

    Deze uitspraak gaat over de aan NAM opgelegde heffingsbesluiten waarmee de door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (het Instituut) vergoede waardedaling van woningen in Q4 (vierde kwartaal) 2020 en 2021 aan haar is doorbelast. De rechtbank zal in deze uitspraak ingaan op de verschillende punten die partijen verdeeld houden. NAM heeft van 2014 tot 2020 waardedalingsschade afgehandeld via de Regeling waardedaling. Die regeling zag op verkochte woningen. Het belangrijkste geschilpunt in deze zaak gaat over de vraag of de door het Instituut gemaakte kosten in verband met vergoede waardedaling van onverkochte woningen kunnen worden doorbelast. Het Instituut heeft een regeling gemaakt voor het begroten van de waardedaling van woningen met als peildatum 1 januari 2019. Op basis van deze regeling is een vergoeding voor waardedaling uitgekeerd die in beginsel definitief is en niet kan worden teruggevorderd. De Minister vindt dat NAM dit moet betalen en wijst onder meer op het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2018, waartegen door NAM niet in cassatie is gegaan. NAM vindt dat de minister deze kosten niet kan doorbelasten, omdat de regeling verder gaat dan de civielrechtelijke aansprakelijkheid van NAM. NAM verwijst hiervoor onder meer naar een door de Hoge Raad op 19 juli 2019 genomen prejudiciële beslissing. De rechtbank zoekt bij haar oordeel aansluiting bij de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 19 juli 2019 en is van oordeel dat de wijze waarop de waardedaling nu voor wat betreft onverkochte woningen is doorbelast daarmee niet overeenstemt. De Hoge Raad heeft op 19 juli 2019 overwogen dat er nog geen sprake is van een voldoende stabiele toestand om waardedaling van onverkochte woningen te begroten. Dit betekent dat het doorbelasten van kosten aan NAM niet kan als de waardedaling is begroot met als peildatum 1 januari 2019. De Minister moet een nieuw besluit nemen. Als de Minister vindt dat er inmiddels wel sprake is van een voldoende stabiele toestand om de waardedaling van onverkochte woningen te begroten, is het aan de Minister om dat uit te leggen en te onderbouwen.

    ECLI:NL:RBNNE:2026:2290· Bestuursrecht
  6. 06
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3172 Raad van State , 03-06-2026 / 202404784/1/R2 en 202404786/1/R2

    Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgesteld voor de nieuwe woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "CPO-project en sportpark Den Hout". Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 28 woningen in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) ter plaatse van het hoofdveld van voetbalvereniging Irene ‘58 aan het Ruiterspoor in de kern Den Hout. De beroepen richten zich niet daartegen. Doordat het hoofdveld van de voetbalvereniging komt te vervallen, voorziet het plan ook in de aanleg van een nieuw hoofdveld (sportpark) aan het Ruiterspoor aan de zuidrand van Den Hout, naast het bestaande oefenveld. Milieuvereniging Oosterhout kan zich daar niet in vinden. Zij vindt onder meer dat er geen noodzaak bestaat voor de aanleg van een nieuw veld en dat dit leidt tot een aantasting van natuurwaarden. [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] wonen aan het [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij verwachten overlast te zullen ondervinden van het geluid van het parkeerterrein bij het sportpark, de extra voertuigbewegingen en het sportpark zelf.

    ECLI:NL:RVS:2026:3172· Bestuursrecht
  7. 07
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3180 Raad van State , 03-06-2026 / 202504519/1/R1

    Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het "Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Intrekken 1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam vastgesteld. Het besluit "1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder" maakt op grond van artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet (Ow), in samenhang bezien met artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder m, van de Invoeringswet Ow, deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam. Stichting Park Muiderslotlaan en Stichting Bewonersbelangen Leeuw en Sluis komen op voor de belangen van eigenaren en bewoners van gebouwde of nog te bouwen woningen op gronden gelegen in het exploitatieplangebied. Stichting Flora & Faunabescherming komt op voor de natuurbelangen ter plaatse. De stichtingen vrezen dat met het wegvallen van het exploitatieplan woningen zullen worden gerealiseerd zonder (parallelle) aanleg van voldoende recreatief groen of speelvoorzieningen. Hun beroepen hebben daarmee betrekking op het niet-financiële deel van het (voormalige) exploitatieplan waarin, onder meer, regels over fasering van de bouw van woningen en (groen)voorzieningen zijn opgenomen.

    ECLI:NL:RVS:2026:3180· Bestuursrecht
  8. 08
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3189 Raad van State , 03-06-2026 / 202404982/1/R2

    Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "De Hoofong." vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van twee ruimte-voor-ruimte woningen aan De Hoof in Someren mogelijk. [appellant] woont tegenover het plangebied aan [locatie] en vreest met name voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat het plan in strijd is met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (de IOV). Hij voert daarover aan dat het plan niet voldoet aan de verplichtingen voor ruimte-voor-ruimte woningen zoals genoemd in artikel 3.77 en 3.79 van de IOV. Volgens [appellant] gaat het bestemmingsplan onvoldoende in op de vraag of de woningen passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Ook voldoet de ontwikkelingsrichting niet aan de eisen zoals genoemd in artikel 3.77, eerste lid, van de IOV. Ook houdt het plan volgens [appellant] geen rekening met een goede omgevingskwaliteit zoals genoemd in artikel 3.5, tweede lid, van de IOV.

    ECLI:NL:RVS:2026:3189· Bestuursrecht
  9. 09
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3356 Raad van State , 10-06-2026 / 202407154/1/R1

    Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college aan [vergunninghouders] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van de agrarische bedrijfswoning als plattelandswoning op [locatie] in Assendelft. De Taurushoeve exploiteert een melkveehouderij aan de Akere 7 in Assendelft. Het bestaande bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Bij dit bedrijf horen twee bedrijfswoningen. De verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op de tweede (voormalige) bedrijfswoning, gelegen aan de [locatie], waarvan [vergunninghouders] eigenaar zijn en die in planologisch opzicht deel uitmaakt van de melkveehouderij. De Taurushoeve vreest in haar uitbreidingsmogelijkheden te worden beperkt als gevolg van de verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van deze bedrijfswoning als plattelandswoning.

    ECLI:NL:RVS:2026:3356· Bestuursrecht
  10. 10
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3499 Raad van State , 17-06-2026 / 202504032/1/R3

    Bij besluit van 15 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo geweigerd om aan Holland Steen een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van 22 short stay-appartementen in het kantoorgebouw aan het Stationsplein 20 in Almelo. Holland Steen is eigenaar van het kantoorgebouw. De studio’s hebben een oppervlakte van maximaal 20 m2, met een aantal grotere appartementen, voornamelijk bedoeld voor expats. Nadat medewerkers van de gemeente negatief hebben geadviseerd over dat bouwplan, heeft Holland Steen in juni 2023 tekeningen voor een gewijzigd bouwplan laten opstellen en ingediend bij het college. Dit gewijzigde bouwplan betreft het realiseren van elf appartementen met een oppervlakte van 43 tot 60 m2. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning geweigerd. Het college wil niet meewerken aan het afwijken van het bestemmingsplan "Centrum", omdat het college aan het behoud van een kantoorfunctie in het gebouw de voorkeur geeft, en omdat niet is voldaan aan de voorwaarden over de gebruiksoppervlakte uit de Beleidsregels "Kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing, herbestemmen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en verkleining oppervlaktemaat voor woningen".

    ECLI:NL:RVS:2026:3499· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  11. 11
    Expertteam Wonen·Rechtbank Midden-Nederland·15 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RBMNE:2026:3299 Rechtbank Midden-Nederland , 15-06-2026 / UTR 26/5618

    Verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar over een omgevingsvergunning voor kamergewijze verhuur van een woning aan statushouders voor de duur van maximaal 5 jaar. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de omgevingsvergunning in bezwaar niet in stand zal blijven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

    ECLI:NL:RBMNE:2026:3299· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  12. 12
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3345 Raad van State , 10-06-2026 / 202305179/2/R2

    Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:786 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Helmond opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het onder 11.7 omschreven gebrek in het besluit van 20 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "’t Hout - De Hoefkens" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 11.7 geoordeeld dat de raad niet inzichtelijk heeft gemaakt of ter plaatse van de woningen in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd zonder dat [appellante] onevenredig wordt beperkt in haar bedrijfsmogelijkheden. Gelet op wat de Afdeling in overweging 11.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 20 juni 2023 gegrond. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het gebrek te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad het geconstateerde gebrek zou kunnen herstellen door bijvoorbeeld op basis van een akoestisch onderzoek alsnog deugdelijk te motiveren dat [appellante] niet in haar bedrijfsvoering wordt beperkt door de woningbouw.

    ECLI:NL:RVS:2026:3345· Bestuursrecht
  13. 13
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3484 Raad van State , 17-06-2026 / 202306720/3/R1

    Bij uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen. De raad heeft bij besluit van 12 oktober 2023 het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. In dat plan is aan het perceel [locatie] te Assendelft de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 11.3, overwogen dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat het gebruik voor wonen in die bebouwing niet was toegestaan onder de werking van het bestemmingsplan "Saendelft" en daarmee onder het algemene overgangsrecht van dat plan viel. Evenmin heeft de raad inzichtelijk gemaakt waarom artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de planvoorschriften, dat betrekking heeft op een uit te werken bestemming, van toepassing was op het perceel van [appellant]. Ook heeft de raad niet gemotiveerd hoe wordt bepaald of het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen meer bedraagt dan 41. De Afdeling heeft daarom de raad opgedragen alsnog te beoordelen of een woonbestemming kan worden toegestaan op het perceel [locatie] en de geluidbelasting ter plaatse mee te nemen in de beoordeling.

    ECLI:NL:RVS:2026:3484· Bestuursrecht
  14. 14
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3171 Raad van State , 03-06-2026 / 202401934/1/R3

    Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Leiden het bestemmingsplan "Plesmanlaan 100" vastgesteld. Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en het uitbreiden van een voormalig kantoorgebouw naar een woongebouw met 420 woningen en ondersteunend commercieel en maatschappelijk programma op de locatie Plesmanlaan 100. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor 420 huurappartementen met een woonoppervlakte tot 75 m2, waarvan 103 voor de sociale huur. Verder voorziet het plan in 750 m2 aan ondersteunende, commerciële voorzieningen in de plint van het gebouw. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Plesmanlaan, aan de westzijde aan de Haagse Schouwweg, aan de zuidzijde aan de Van Ravelingenstraat en aan de oostzijde aan de Verbeekstraat. De belangenvereniging stelt zich ten doel de leefbaarheid van de wijk Bockhorst te verhogen en de collectieve belangen van haar leden te behartigen, voor zover deze betrekking hebben op de algemene wijkvoorzieningen en woonhuizen en aanhorigheden. De wijk Bockhorst ligt ten zuiden van het plangebied. De belangenvereniging vindt de bebouwing te hoog en vreest dat het plan een negatieve impact heeft op de woonomgeving van de wijk. Zo leidt het plan volgens de belangenvereniging tot parkeerhinder.

    ECLI:NL:RVS:2026:3171· Bestuursrecht
  15. 15
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3354 Raad van State , 10-06-2026 / 202403136/1/R3

    Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de raad geweigerd het bestemmingsplan "[locatie] te [plaats]" vast te stellen. Het plangebied is gelegen aan [locatie] in [plaats] en ligt in het buitengebied op ongeveer 80 m van het stedelijk gebied van [woonplaats]. Momenteel geldt voor het perceel het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-Drenthe", zoals gewijzigd door het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied Midden-Drenthe 2022". Het grootste gedeelte van de gronden heeft de bestemmingen "Bedrijf -Openbaar Nut" en "Waarde - Archeologie 2" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - rioolwaterzuiveringsinstallatie". Een strook grond aan de westkant van het perceel is bestemd voor "Agrarisch met waarden - 2" en "Waarde -Archeologie 2". Deze bestemmingen staan geen woningbouw toe. [appellant 1] en anderen zijn de initiatiefnemers van het plan en zijn voornemens om het perceel te herontwikkelen door de voormalige rioolwaterzuivering te vervangen door woningen. Het plan voorziet daarom onder andere in de toekenning van een woonbestemming aan een gedeelte van het perceel om twee vrijstaande woningen te kunnen realiseren.

    ECLI:NL:RVS:2026:3354· Bestuursrecht
  16. 16
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3182 Raad van State , 03-06-2026 / 202304853/1/R1

    Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan Bouwadviesbureau C&G Partners B.V. vergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van recreatieve appartementen naar permanente bewoning op het perceel Burgerweg 9, appartementen 1 tot en met 20, in Burgerbrug. Op het perceel zijn aanwezig restaurant De Brugwachter en appartementencomplex Residenz Polderblick met 20 appartementen en 21 bergingen. In het verleden is de eigendom gesplitst in een gedeelte met restaurant met berging en een privégedeelte met appartementen en bergingen. Ten behoeve van deze hoofdsplitsing is de Vereniging van Eigenaars Polderblick opgericht. Het privégedeelte met appartementen en bergingen is vervolgens verder opgesplitst in 20 recreatieve appartementen en 21 bergingen. Ten behoeve van deze ondersplitsing is de Vereniging opgericht. Het college heeft bij besluit op bezwaar van 23 december 2021 de verleende omgevingsvergunning herroepen. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de Vereniging geen belanghebbende is bij haar verzoek om omgevingsvergunning.

    ECLI:NL:RVS:2026:3182· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  17. 17
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3160 Raad van State , 03-06-2026 / 202305238/1/A3

    Bij besluit van 8 november 2021 heeft de burgemeester van Bergen besloten tot het sluiten van de woning van [appellant sub 2] voor zes maanden. [appellant sub 2] huurt de woning aan de [locatie] in Nieuw-Bergen. Bij een doorzoeking in haar woning zijn 23,8 gram hennep, 27,75 gram amfetamine, negen XTC-pillen, lege gripzakjes, een keukenweegschaal met daarop een residu van vermoedelijk verdovende middelen en vier BB-guns met munitie aangetroffen. De politie heeft van de doorzoeking een proces-verbaal van bevindingen opgesteld. De burgemeester heeft bij het besluit van 8 november 2021 besloten tot het sluiten van de woning voor de duur van zes maanden. De burgemeester heeft de sluiting bij het besluit van 7 maart 2022, gewijzigd bij het besluit van 10 maart 2022, gehandhaafd. Doordat de voorzieningenrechter zowel hangende bezwaar als hangende beroep de besluiten heeft geschorst, is de woning feitelijk gesloten geweest van 20 april 2022 tot 6 mei 2022. [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de sluiting van de woning niet noodzakelijk is. De aangetroffen drugs zijn van de voormalig partner van [appellant sub 2]. Er is niet vanuit de woning gehandeld, er zijn geen potentiële kopers van drugs naar de woning gekomen en er is geen overlast gemeld door buurtbewoners.

    ECLI:NL:RVS:2026:3160· Bestuursrecht
  18. 18
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3161 Raad van State , 03-06-2026 / 202502217/1/A2

    Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een aanvraag van [partij] om een urgentieverklaring voor een huurwoning ingewilligd. [partij] woont samen met zijn partner en dochter in een flatwoning op de vierde verdieping van een gebouw zonder lift in Rotterdam. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden in verband met fysieke problemen met traplopen. Naar aanleiding hiervan heeft de SUWR advies gevraagd aan het team Sociaal Medische Advisering (SMA). In het advies van het SMA is vermeld dat [partij] maximaal één trap kan lopen en vanwege hoogtevrees niet hoog kan wonen. De problematiek is van dien aard, ernst en beloop, dat sprake is van een levensontwrichtende woonsituatie op medische gronden. Verder is sprake van een medisch urgente situatie, waardoor [partij] op zeer korte termijn, binnen drie maanden, een passende woning moet hebben.

    ECLI:NL:RVS:2026:3161· Bestuursrecht
  19. 19
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3355 Raad van State , 10-06-2026 / 202405094/1/R3

    Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Hoofdstraat 212 Epe" vastgesteld. Woonstichting Triada wil aan de Hoofdstraat 212 in Epe een appartementengebouw met 32 sociale huurwoningen realiseren. Het bestemmingsplan maakt dit mogelijk. Het plangebied ligt in de zuidoostelijke hoek van nieuwbouwwijk Klaarbeek. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] wonen eveneens in deze nieuwbouwwijk aan de rand van het plangebied. Zij vrezen vooral voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat er bij de totstandkoming van het bestemmingsplan onvoldoende mogelijkheden zijn geweest voor inspraak en participatie en dat onvoldoende naar hen is geluisterd. [appellant sub 2] en [appellanten sub 1] betogen dat het plan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening omdat de toegestane bouwhoogtes niet in de omgeving passen.

    ECLI:NL:RVS:2026:3355· Bestuursrecht
  20. 20
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3493 Raad van State , 17-06-2026 / 202305848/1/R4

    Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Nunspeet een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet (Chw) genomen voor de realisatie van een appartementengebouw met acht appartementen op het perceel [locatie 1], en voor vier vrijstaande woningen op het perceel [locatie 2] in Nunspeet (het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023). De aanleiding voor de besluiten is het aangevraagde project voor de herontwikkeling van de percelen [locatie 1]-[locatie 2]. Op de gronden van de [locatie 1]-[locatie 2] staan momenteel de voormalige huishoudschool van Nunspeet en een bedrijfsgebouw voor een opslagbedrijf. De bedoeling is op deze locatie de bouw van een appartementengebouw voor acht appartementen in het hogere segment en de bouw van vier vrijstaande woningen mogelijk te maken (het project). Voor het project heeft het college bij besluit van 27 juli 2023 omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan verleend. Voorafgaand daaraan heeft de raad het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023 genomen, dat onder meer bestaat uit een verklaring van geen bedenkingen. [appellant A] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en vrezen voor ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat.

    ECLI:NL:RVS:2026:3493· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  21. 21
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3327 Raad van State , 10-06-2026 / 202403464/1/R2

    Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Altena het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten" vastgesteld. Het bestemmingsplan kent aan grote delen van de gemeente de aanduiding "Veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten" toe. Die aanduiding houdt in dat geen bouwwerken mogen worden gebouwd, tenzij bij de bouw van de bouwwerken geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,30 m onder het bestaande maaiveld. Die aanduiding houdt ook in dat bepaalde werkzaamheden, zoals het uitvoeren van sonderingen of het planten van een boom, onder bepaalde voorwaarden niet zonder een omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd. Van deze regels kan het college afwijken als wordt voldaan aan het beleid voor het onderzoeken en opsporen van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten. De raad heeft hiervoor gekozen om het woon-, leef- en verblijfsklimaat te beschermen tegen mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten in de bodem. [appellant] woont in het gebied waarover de aanduiding "Veiligheidszone - ontplofbare oorlogsresten" zich uitstrekt. Hij is het niet eens met deze aanduiding. Volgens hem is de aanduiding onnodig en te belastend voor hem als initiatiefnemer van ruimtelijke ontwikkelingen.

    ECLI:NL:RVS:2026:3327· Bestuursrecht
  22. 22
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3505 Raad van State , 17-06-2026 / 202503153/1/R1

    Bij besluit van 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw, in afwijking van de geldende bestemmingsplannen, van 37 nieuwbouwwoningen, inclusief parkeer- en perceelvoorzieningen in het kader van het project Weespersluis, deelplan 2B3-2 (E), op de locaties Fort Nieuwersluisstraat 35 tot en met 45 (oneven), Fort Veldhuissingel 72 tot en met 78 (even), Veldhuishof Noord 2 tot en met 22 (even) en Veldhuishof Zuid 1 tot en met 27 (oneven) in Weesp. De initiatiefnemer herontwikkelt een landbouwgebied tussen Weesp en Muiden in de Bloemendalerpolder tot een nieuwe woonwijk, genaamd "Weespersluis", met 2.750 woningen met bijbehorende commerciële en maatschappelijke voorzieningen, groen- en recreatiegebied en ontsluitingen. Het project is verdeeld in een aantal gebiedsdelen en fasen. Het voorliggende bouwplan heeft betrekking op deelplan 2B3-2 (E). Het gaat om 37 nieuwbouwwoningen. Stichting Flora & Faunabescherming komt op voor de natuurbelangen en kan zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank. Zij vreest als gevolg van het realiseren van het bouwplan aantasting van de natuur, de leefomgeving, het milieu en de landschappelijke waarden.

    ECLI:NL:RVS:2026:3505· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  23. 23
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3490 Raad van State , 17-06-2026 / 202404002/1/R1

    Bij besluit van 14 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede aan De Blekerij B.V. een omgevingsvergunning verleend voor een gebouw met op de begane grond detailhandel en daarboven zes appartementen aan de [locatie] in Heemstede. Het bouwplan aan de [locatie] bestaat uit een gebouw met op de begane grond detailhandel met een oppervlakte van 303 m² met daarboven 6 appartementen. Op het voorerf zijn vijf parkeerplaatsen voorzien. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen naast het bouwplan. Zij zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning, omdat volgens hen niet wordt voorzien in de parkeerbehoefte. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning heeft mogen verlenen. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het bouwplan niet in voldoende parkeerplaatsen voorziet. Volgens hen is het bouwplan in strijd met de parkeerregels omdat er onvoldoende parkeerplaatsen zijn voorzien.

    ECLI:NL:RVS:2026:3490· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  24. 24
    Expertteam Wonen·Raad van State·3 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3181 Raad van State , 03-06-2026 / 202302921/1/R1

    Bij besluit van 17 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning aan de [locatie 1] in Breukeleveen. [partij] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Breukeleveen. Hij heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op het westelijke deel van het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Plassengebied Loosdrecht 2013". Op het perceel rusten, voor zover hier van belang, de bestemming "Wonen" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Verder is de gebiedsaanduiding "milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 1" aan het perceel toegekend. Het college is ervan uitgegaan dat de woning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. [appellant] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] en is het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld omdat hij een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar wil bereiken. Volgens hem is de rechtbank er ten onrechte aan voorbij gegaan dat de woning op meer punten in strijd is met het bestemmingsplan dan waarvan de rechtbank is uitgegaan.

    ECLI:NL:RVS:2026:3181· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  25. 25
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3349 Raad van State , 10-06-2026 / 202502918/1/A2

    Bij besluit van 10 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten dat de woning van [appellanten] niet versterkt hoeft te worden. [appellanten] is eigenaar van een woonboerderij uit 1883 met een voormalige schuur met gebintconstructie aan de [locatie] te [woonplaats]. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft laten onderzoeken of de woonboerderij met schuur van [appellanten] voldoet aan de veiligheidsnorm voor gebouwen in het aardbevingsgebied, tegenwoordig neergelegd in artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen (TwG).

    ECLI:NL:RVS:2026:3349· Bestuursrecht
  26. 26
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3352 Raad van State , 10-06-2026 / 202306245/1/R1

    Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd om tien geconstateerde overtredingen op het perceel [adres] in Bunde te beëindigen. Daarbij heeft het college vermeld dat, als [appellant] de last niet tijdig uitvoert, het college de last zal uitvoeren en de kosten daarvan op hem zal verhalen. appellant] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] in Bunde. Dit pand is een gemeentelijk monument. Naar aanleiding van de bevindingen van een toezichthouder van de gemeente bij een inspectie van de woning op 10 maart 2021 heeft het college op 16 maart 2021 aan [appellant] laten weten dat het van plan is om handhavend op te treden vanwege achterstallig onderhoud aan het pand. Op 3 september 2021 heeft een controlebezoek plaatsgevonden waarbij de toezichthouder van de gemeente, de politie Eenheid Limburg, de GGD, Bureau Trajekt en een door de gemeente ingeschakelde constructeur de woning zijn binnengetreden. Naast de constatering dat [appellant] geen werkzaamheden aan het dak had verricht, is bij de controle gebleken dat over de oppervlakte van de gehele woning veel spullen waren opgeslagen en de woning ernstig was vervuild door onder meer dierenuitwerpselen. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een inspectierapport van 7 september 2021, voorzien van fotomateriaal.

    ECLI:NL:RVS:2026:3352· Bestuursrecht
  27. 27
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3348 Raad van State , 10-06-2026 / 202404770/1/R3

    Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Ring 18a Simonshaven" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 44 woningen mogelijk op gronden gelegen aan de Ring 18a in Simonshaven. Onder het voorheen geldende bestemmingsplan "Simonshaven" had een gedeelte van de gronden de bestemming "Agrarisch met waarden - Weidevogelgebied" en een gedeelte van de gronden de bestemming "Bedrijf". De gronden aan de zuidwestzijde van het plangebied hadden de bestemming "Sport". [appellant A] en anderen wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Simonshaven. Hun percelen grenzen aan het plangebied. Zij komen op tegen de vaststelling van het plan omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en omdat zij investeringen hebben gedaan in en rondom hun woningen in de veronderstelling dat het vrije uitzicht behouden zou blijven.

    ECLI:NL:RVS:2026:3348· Bestuursrecht
  28. 28
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3363 Raad van State , 10-06-2026 / 202407386/1/R2

    Bij besluit van 15 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan "Rubenslaan 1, Budel" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een appartementencomplex mogelijk op de gronden aan de Rubenslaan 1 in Budel. Het complex bestaat uit 3 bouwlagen voor in totaal 12 appartementen (sociale huurwoningen), bedoeld voor starters en senioren. De woningbouwcorporatie Stichting WoCom is initiatiefnemer van deze ontwikkeling en zal de woningen gaan verhuren. [appellant] woont direct ten westen van het plangebied op de gronden aan de Cranendoncklaan 62 in Budel. Hij vreest onder meer voor een "parkeerstraat" en voor aantasting van zijn privacy.

    ECLI:NL:RVS:2026:3363· Bestuursrecht
  29. 29
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3340 Raad van State , 10-06-2026 / 202504551/1/R1

    Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bedrijfswoning in het bedrijfspand aan het [perceel] in Krommenie (perceel) buiten behandeling gesteld. [appellant] woont in het bedrijfspand op het perceel. Op 28 juli 2023 heeft hij een aanvraag gedaan om het pand te legaliseren als een bedrijfswoning. Met de brief van 15 augustus 2023 heeft het college [appellant] gevraagd om aanvullende gegevens aan te leveren, waaronder informatie over de goede ruimtelijke ordening vanwege de strijd met het bestemmingsplan. Omdat [appellant] die gegevens niet heeft aangeleverd, heeft het college de aanvraag van [appellant] met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de aanvraag buiten behandeling mocht stellen. Volgens [appellant] is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan en was de gevraagde informatie over de goede ruimtelijke ordening daarom niet nodig.

    ECLI:NL:RVS:2026:3340· Bestuursrecht
  30. 30
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3504 Raad van State , 17-06-2026 / 202402241/1/R2

    Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Halderberge het bestemmingsplan "Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd" vastgesteld. Naar aanleiding van een verzoek van Maple Farm Adventures B.V. heeft de raad het bestemmingsplan vastgesteld. Hierin wordt op het bestaande landgoed Maple Farm, waar een beeldentuin en galerie waren gevestigd, en twee aangrenzende agrarische percelen een dagrecreatiepark mogelijk gemaakt. Daartoe heeft dat deel van het plangebied in het bestreden besluit de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" gekregen. Volgens de plantoelichting komt er een combinatie van ‘family entertainment’ en natuureducatie, gericht op 45.000 tot maximaal 80.000 bezoekers per jaar. Het bestaande bos, onderdeel van Natuur Netwerk Brabant, is eveneens in eigendom bij Maple Farm Adventures B.V. en behoudt de bestemming "Natuur". [appellant] en anderen wonen in de buurt van het plangebied. Zij vrezen voor de aantasting van hun woonplezier door een toename aan verkeer- en parkeeroverlast als gevolg van het beoogde dagrecreatiepark.

    ECLI:NL:RVS:2026:3504· Bestuursrecht
  31. 31
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3358 Raad van State , 10-06-2026 / 202300902/1/R4

    In het besluit van 1 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van de verdieping gelegen op het [perceel] in Blaricum. Het college heeft op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan "Kom Beschermd Dorpsgezicht" bouwen van een aan- en opbouw aan de achterzijde van de woning aan het [perceel] in Blaricum. [wederpartij] was tot aan zijn overlijden eigenaar van de naastgelegen woning aan de [locatie 1] in Blaricum. [wederpartij] was het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van een zeer onredelijke of ongewenste situatie als bedoeld in artikel 2 van de Beleidsregels Planologische Afwijking Blaricum 2011 (beleidsregels), zodat geen vergunning kon worden verleend met de hardheidsclausule.

    ECLI:NL:RVS:2026:3358· Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  32. 32
    Expertteam Wonen·Raad van State·10 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3325 Raad van State , 10-06-2026 / 202403583/1/R1

    Bij besluit van 16 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van het gebouw op het [perceel] te Amsterdam (het perceel). [appellant] is eigenaar van het gebouw op het perceel dat hij gebruikt als woning. Het gebouw ligt aan de achterzijde van het historische grachtenpand "De Dolphijn", dat ligt aan [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam. Het gebouw van [appellant] bestaat uit twee te onderscheiden delen: een hoger deel en een daaraan grenzend lager deel. Dat lagere deel wordt door [appellant] aangeduid als keukenaanbouw en door het college als zijaanbouw (hierna: de zijaanbouw). Beide delen van het gebouw bestaan uit een kelderverdieping en een daarboven gelegen verdieping. De zijaanbouw ligt op minder dan 6 meter van de achtergevel van het grachtenpand "De Dolphijn".

    ECLI:NL:RVS:2026:3325· Bestuursrecht / Bestuursrecht; Omgevingsrecht
  33. 33
    Expertteam Wonen·Raad van State·17 jun 2026raakvlak

    ECLI:NL:RVS:2026:3497 Raad van State , 17-06-2026 / 202406839/1/R3

    Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Havenbuurt te De Lier" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om in het zuidelijke deel van Molensloot-Oost, ten oosten van De Lier, 323 woningen te ontwikkelen. BPD gaat de woningen in het plangebied realiseren. De vereniging zet zich in voor het ontwikkelen van gebouwen die geschikt zijn voor gezamenlijke bewoning door ouderen in De Lier. Zij komt op tegen de vaststelling van het plan omdat zij graag de mogelijkheid had gehad om in het plangebied geclusterde wooneenheden voor ouderen te realiseren. De vereniging heeft verschillende beroepsgronden naar voren gebracht die zien op de tussen de gemeente Westland en BPD in 2018 afgesloten samenwerkingsovereenkomst en de latere herijking hiervan. De Afdeling wijst erop dat in deze procedure alleen beroepsgronden aan de orde kunnen komen die zijn gericht tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

    ECLI:NL:RVS:2026:3497· Bestuursrecht
Bron: dagelijkse ingest (daily-window-since-2026-06-03, scoring via cursor-auto-v1). Snapshot van 18 jun 2026 — drempel 0.15. Volgorde "Redactioneel" past quota op rechtsgebied + court toe en weegt recente uitspraken iets zwaarder; "Pure score" toont de relevantie-score ongewijzigd.