Deze uitspraak gaat over de voorlopige voorziening hangende het beroep niet tijdig beslissen, dat eisers hebben ingesteld omdat niet op hun verzoek om handhaving is beslist.
Deze uitspraak gaat over de voorlopige voorziening hangende het beroep niet tijdig beslissen, dat eisers hebben ingesteld omdat niet op hun verzoek om handhaving is beslist. De voorzieningenrechter...
Rechtbank Midden-Nederland, 12 mei 2026 — ECLI:NL:RBMNE:2026:2324. Deze uitspraak gaat over de voorlopige voorziening hangende het beroep niet tijdig beslissen, dat eisers hebben ingesteld omdat niet op hun verzoek om handhaving is beslist. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om handhaving van eisers niet kan worden aangemerkt als een aanvraag.[1] Dat betekent dat ook geen sprake kan zijn van het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb. Dit betekent vervolgens da…
