Bij besluit van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris [bedrijf A] een bestuurlijke boete van € 174.
Letse uitzendkrachten via werkervaringscontract herkwalificeerd als arbeidsovereenkomst; Wml-boete €174.500 plus feitelijk leidinggevenden persoonlijk beboet. Raakt arbeidsmigratie-handhaving direc...
Raad van State, 20 mei 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:2902. Bij besluit van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris [bedrijf A] een bestuurlijke boete van € 174.500,- opgelegd. Bij twee afzonderlijke besluiten van 10 mei 2019 heeft de staatssecretaris [appellant A] en [appellant B] ieder afzonderlijk een boete van € 87.250,00 opgelegd. [appellant A] en [appellant B] waren tot medio januari 2015 de bestuurders van [bedrijf B]. [bedrijf A] heeft sinds januari 2015 de activiteiten van [bedrijf B] overgenomen. Via [bedrijf B] en [bedrijf A] werden personen ui… Relevantie: Letse uitzendkrachten via werkervaringscontract herkwalificeerd als arbeidsovereenkomst; Wml-boete €174.500 plus feitelijk leidinggevenden persoonlijk beboet. Raakt arbeidsmigratie-handhaving direct, maar leerstuk (schijnconstructie + onkostenvergoeding ≠ loon) is bevestiging van vaste lijn (RvS 2023:2320, 2019:1235). Som boetes natuurlijke personen > maximumboete rechtspersoon expliciet toegestaan is wel een bruikbaar punt voor uitzendbranche-praktijk.
