Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [persoon B] om een woningvormingsvergunning afgewezen.
RvS-uitspraak over hardheidsclausule art. 7:3 Huisvestingsverordening Den Haag bij woningvorming/splitsing. Bevestigt dat eerder samengevoegde, ruime woningen + financieel belang geen onbillijkheid...
Raad van State, 20 mei 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:2917. Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de aanvraag van [persoon B] om een woningvormingsvergunning afgewezen. In 2015 hebben [persoon A] en [persoon B] twee naastgelegen appartementen met een tuin aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Den Haag samengevoegd door middel van het doorbreken van een muur. Zij wilden meer ruimte voor hun gezin. Zij zijn thans eigenaren van de samengevoegde woning met een woonoppervlakte van 190 m2 en een tuin van 236 m… Relevantie: RvS-uitspraak over hardheidsclausule art. 7:3 Huisvestingsverordening Den Haag bij woningvorming/splitsing. Bevestigt dat eerder samengevoegde, ruime woningen + financieel belang geen onbillijkheid van overwegende aard opleveren; meer gewicht aan behoud grotere woning in voorraad. Relevant voor splitsings-/woningvormingspraktijk, maar bestendigt eerder ingezette lijn meer dan dat het nieuwe doctrine introduceert. Onder de anchors (Brakel-West, Amsterdam omzetting), wel duidelijk binnen wonen-focus.
