Ruimtemeesters
Nummer 04927 september 2026

Jurisprudentie week 39 · 21 sep – 27 september 2026

Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 40 uitspraken, waarvan 15 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,25). Plus 2 wetgevingsadviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State. Bron: corpus-rolling-2026-09-27, geordend op datum.

Editie: Alle edities42 van 42 artikelen zichtbaar

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een dierenverblijf en een

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een dierenverblijf en ...

De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak: het college van Tilburg mocht de omgevingsvergunning voor de kas en het dierenverblijf van [appellant] weigeren. Het college heeft beleidsruimte bij afwijking van het bestemmingsplan en mocht het behoud van het open karakter achter de woonpercelen zwaarder laten wegen dan het individuele belang van [appellant]. Andere bouwmogelijkheden op het agrarische perceel en het eigen woonperceel verplichtten het college niet tot afwijking; de aanwezige bomen namen de aantasting door de bouwwerken evenmin weg. Deze uitspraak laat zien dat zulke bouwmogelijkheden in dit geval onvoldoende waren om de gemotiveerde weigering vanwege het open karakter te weerleggen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5556. Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een dierenverblijf en een kas achter het perceel aan de [locatie 1] in Tilburg. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie 2] in Tilburg. [appellant] heeft op het aangrenzende perceel, dat ook in zijn eigendom is, twee bouwwerken gerealiseerd: een dierenverblijf en een kas. Het dierenverblijf wordt gebruikt voor het …

Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft de raad an de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Hoge Wiek" vastgesteld.

Bestemmingsplan voor 400 studentenwoningen in Rotterdam met parkeernorm nul; RvS aanvaardt afwijking vanwege bijzondere doelgroep (studenten) en verwijst naar analogie met transformatieregeling. Re...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] tegen het Rotterdamse bestemmingsplan ‘Hoge Wiek’ ongegrond, maar verplicht de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Artikel 15 van de Beleidsregeling 2022 stond alleen afwijking van parkeren op eigen terrein toe; de verlaging van de parkeereis tot nul schond daarom artikelen 3:46 en 4:84 Awb. De Afdeling passeert dit gebrek met artikel 6:22 Awb, omdat de inmiddels toegepaste Beleidsregeling 2025 volledige afwijking wel toestaat en de raad voldoende motiveerde dat geen onevenredige parkeerhinder ontstaat. Deze uitspraak laat zien dat een onjuiste grondslag voor de parkeereis hier niet tot vernietiging leidt, doordat de nieuwe regeling de afwijking onder materieel dezelfde voorwaarden mogelijk maakt. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5628. Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft de raad an de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Hoge Wiek" vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van de Hoge Wiek aan de Oostmolenwerf in Rotterdam mogelijk. Op het perceel staat in de huidige situatie een woontoren waarin 211 studentenwoningen aanwezig zijn. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en in de plaats daarvan voorziet het plan in een gebouw met in totaal 400 studentenwoningen. Daarnaast maakt het plan de vestiging van kantoren en be… Relevantie: Bestemmingsplan voor 400 studentenwoningen in Rotterdam met parkeernorm nul; RvS aanvaardt afwijking vanwege bijzondere doelgroep (studenten) en verwijst naar analogie met transformatieregeling. Relevant voor woningbouwversnelling en doelgroepenbeleid, maar volgt bestaande lijn (o.a. RvS 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3171). Motiveringsgebrek gepasseerd met 6:22 Awb via Beleidsregeling 2025.

Relevante jurisprudentieOmgevingsbeleid№03

Bij besluit van 16 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan Zonnepark Holten B.

RvS-uitspraak over toepassing provinciale Omgevingsverordening Overijssel 2017 in grondwaterbeschermingsgebied. Bevestigt dat 'toename van risico' voldoende is voor verbod, niet 'grote/zeer grote r...

De Afdeling verklaart het hoger beroep van Zonnepark Holten B.V. ongegrond en bevestigt dat het college van gedeputeerde staten van Overijssel terecht een ontheffing verleende. Het zonnepark zet geen thermische energie om en valt daarom niet onder de aangevoerde Bor-categorie voor inrichtingen; de opsomming van grote en grootschalige projecten in de Omgevingsverordening is bovendien niet limitatief. Artikel 3.2.2.4 vereist slechts een toename van het verontreinigingsrisico, die het college voldoende onderbouwde met mogelijke uitloging uit de draagconstructie en fundering en de kwetsbare zandbodem. Deze uitspraak laat zien dat voor dit zonnepark ook een beperkt of niet-significant risico de ontheffingsplicht niet wegneemt. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5632. Bij besluit van 16 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan Zonnepark Holten B.V. een ontheffing van het verbod uit artikel 3.2.2.4 van de Omgevingsverordening Overijssel 2017 verleend. Zonnepark Holten B.V. is de exploitant van een zonnepark nabij de Beumersteeg 13 in Holten (het zonnepark). Voor dit zonnepark heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten bij besluit van 13 november 2019 een omgevingsvergunning verleend. Het college van … Relevantie: RvS-uitspraak over toepassing provinciale Omgevingsverordening Overijssel 2017 in grondwaterbeschermingsgebied. Bevestigt dat 'toename van risico' voldoende is voor verbod, niet 'grote/zeer grote risico's' zoals toelichting suggereert; relevant voor doorwerking provinciaal omgevingsbeleid, maar smal domein (grondwaterbescherming/zonneparken).

In het besluit van 19 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Maassluis het bestemmingsplan "Parkeerterrein Schuurkerk (Petrus Kockstraat)" gewijzigd vastgesteld.

In het besluit van 19 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Maassluis het bestemmingsplan "Parkeerterrein Schuurkerk (Petrus Kockstraat)" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt een parkeerterrein...

De Afdeling verklaart het beroep van Vereniging BIZ Stadshart Maassluis niet-ontvankelijk en dat van [appellant B], [persoon A] en [persoon B] ongegrond, waardoor het parkeerplan standhoudt. De berekende parkeerbehoefte van omwonenden volgens de Beleidsregel Parkeren Maassluis 2022 is gedekt; binnen zijn beleidsruimte mocht de raad 1.000 m² groen zwaarder laten wegen dan extra parkeerplaatsen voor binnenstadbezoekers. Wegens overschrijding van de redelijke termijn moet de Staat der Nederlanden de vereniging en de overige appellanten samen € 500 schadevergoeding betalen. Deze uitspraak laat zien dat de raad van Maassluis dit parkeerplan mocht vaststellen zonder nieuw parkeerdrukonderzoek, hoewel het mogelijk niet de volledige parkeerbehoefte van binnenstadbezoekers dekt. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5633. In het besluit van 19 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Maassluis het bestemmingsplan "Parkeerterrein Schuurkerk (Petrus Kockstraat)" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt een parkeerterrein met maximaal 122 parkeerplaatsen mogelijk. Het plangebied is gelegen op de locatie van een voormalig kerkterrein tussen de P.C. Hooftlaan en de Petrus Kockstraat in Maassluis en tegenover de "Vlietlocatie", een binnenstedelijke ontwikkeling waar onder andere woningen, openbare parkeerplaatsen en een …

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan "Van Angerenstraat 2-32" vastgesteld.

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan "Van Angerenstraat 2-32" vastgesteld. Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het Soester bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor 37 sociale huurappartementen van Portaal ongegrond. De wettelijke voorbereidingsprocedure is gevolgd, voorafgaande participatie was hier niet verplicht en de raad heeft de ruimtelijke aanvaardbaarheid voldoende gemotiveerd. Artikel 3.1.1a Bro sluit oudere onderzoeken niet uit; appellanten maakten niet aannemelijk dat de ecologische onderzoeken onvoldoende actueel waren, terwijl de raad met een logboek toelichtte hoe nieuwvestiging van beschermde soorten was voorkomen. Deze uitspraak laat zien dat de raad en het college voor deze ontwikkeling de parkeernormen voor toegelaten instellingen en de voorgeschreven afronding naar beneden konden toepassen, zonder een bestaand parkeertekort te hoeven oplossen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5635. Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Soest het bestemmingsplan "Van Angerenstraat 2-32" vastgesteld. Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 37 sociale huurappartementen aan de Van Angerenstraat 2-32. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 37 woningen aan de Van Angerenstraat 2-32 in Soesterberg mogelijk. De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteit bouwen van …

Relevante jurisprudentieOmgevingsbeleid№06

Bij besluit van 20 februari 2025 hebben de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Radar Herwijnen" vastgesteld.

Rijksinpassingsplan Radar Herwijnen — nationale coördinatieregeling, doorwerking nationaal veiligheidsbelang, alternatievenafweging, participatie onder Wro. Analoog aan anchor RVS:2025:5496 (tussen...

De Afdeling vernietigt het inpassingsplan "Radar Herwijnen" van de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening alleen voor zover de ICNIRP-contour niet is vastgelegd, en voorziet daar zelf in met een planregel en een bijlage. Zonder die regel is volgens de Afdeling in strijd met artikel 3.1, eerste lid, Wro niet planologisch geborgd dat de radar aan de ICNIRP-blootstellingslimieten voldoet. De overige gronden over participatie, mer, straling, de omvang van het terrein en het alternatievenonderzoek slagen niet; de keuze voor Herwijnen is navolgbaar onderbouwd en valt binnen de beleidsruimte van verweerders. Het beroep van de raad en het college van West Betuwe is niet-ontvankelijk wegens artikel 1.4 Chw. Deze uitspraak laat zien dat een gebrek in een rijksinpassingsplan door de Afdeling zelf te herstellen kan zijn, zodat het plan in stand blijft. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5638. Bij besluit van 20 februari 2025 hebben de minister van Defensie en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Radar Herwijnen" vastgesteld. Al een aantal jaren wil het Ministerie van Defensie in de buurt van het Gelderse dorp Herwijnen een nieuw militair radarstation bouwen, op de plek waar in het verleden een civiele radar van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft gestaan. Om dat mogelijk te maken is in 2017 een ontwerpbestemmingsplan opgesteld, maar d… Relevantie: Rijksinpassingsplan Radar Herwijnen — nationale coördinatieregeling, doorwerking nationaal veiligheidsbelang, alternatievenafweging, participatie onder Wro. Analoog aan anchor RVS:2025:5496 (tussenuitspraak in dezelfde zaak). Einduitspraak bevestigt en verfijnt kader voor nationaal omgevingsbeleid via inpassingsplan.

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" vastgesteld.

Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" vastgesteld. Het plan maakt waterwoningen mogelijk in het ...

De Afdeling vernietigt het Amsterdamse herstelbesluit voor waterwoningen op IJburg uitsluitend voor de aanduiding ‘aaneengebouwd’ op het noordelijkste bestemmingsvlak ‘Wonen’. Het beroep van [appellant sub 2] en anderen tegen dat besluit is gegrond, dat van [appellant sub 1] en anderen ongegrond; hun beroepen tegen het oorspronkelijke besluit zijn niet-ontvankelijk omdat het herstelbesluit dit vervangt en procesbelang ontbreekt. De raad van Amsterdam wilde de aanduiding verwijderen, maar verwerkte dit niet in het herstelbesluit, waardoor dit onderdeel in strijd met artikel 3:2 Awb onzorgvuldig is voorbereid. Deze uitspraak laat zien dat dit gebrek met een gerichte vernietiging kon worden hersteld: het overige plan blijft gelden en de raad moet de wijziging binnen vier weken in het elektronische plan verwerken. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5639. Bij besluit van 13 november 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "IJburg 1e fase - kavel 124 II reparatieplan" vastgesteld. Het plan maakt waterwoningen mogelijk in het water tussen de woningen aan de Schokkerjachtdijk en de Brigantijnkade. Een vorig plan voor deze gronden heeft de Afdeling bij uitspraak van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1167, vernietigd.

Bij besluit van 7 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met ar

Bij besluit van 7 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] ongegrond: het college van Den Haag mocht de verwijderingskosten van € 199,57 op hem verhalen. Artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 verbiedt huishoudelijk afval buiten de aangewezen inzamelvoorziening aan te bieden; het adreslabel maakte de doos ondanks de ontbrekende naam herleidbaar tot [appellant]. Zijn niet onderbouwde verklaringen over pakketontvangst voor derden en zijn hartproblemen, en de afstand tot de container, ontkrachtten het bewijsvermoeden niet. Deze uitspraak laat zien dat het college hier op het adreslabel mocht afgaan, omdat wat [appellant] aanvoerde onvoldoende twijfel aan zijn verantwoordelijkheid opriep. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5641. Bij besluit van 7 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 lid 1 Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57 voor rekening van [ap…

Relevante jurisprudentieArbeidsmigratie№09

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de minister [appellant] een boete opgelegd van € 18.

RvS bevestigt en versterkt lijn uit ECLI:NL:RVS:2026:2767: payrollbedrijven hebben in het kader van de Wav GEEN bijzondere positie/zwaardere zorgplicht t.o.v. inleners; corrigeert lezing van RvS 23...

De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gegrond, het incidenteel hoger beroep van [appellant] ongegrond en handhaaft de boete van € 18.000. Voor de overtredingen van artikel 2, eerste lid, Wav bij [betrokkene 1] geldt grove schuld; bij [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] geldt normale verwijtbaarheid door onvoldoende vergunningen- en urencontrole. Het payrollbedrijf heeft geen wettelijk zwaardere zorgplicht, maar zijn professionele bedrijfsvoering mocht meewegen; de getroffen maatregelen rechtvaardigden geen matiging omdat onvoldoende bleek hoe zij overtredingen voorkomen. Deze uitspraak laat zien dat afstand tot de werkvloer en controle bij salarisuitbetaling voor dit payrollbedrijf onvoldoende waren om een lagere boete te rechtvaardigen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5642. Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de minister [appellant] een boete opgelegd van € 18.000,00 wegens vier overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).In het op ambtseed opgemaakte boeterapport van 12 januari 2024 staat het volgende. Arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie hebben [appellant] geselecteerd voor onderzoek voor de periode van 17 augustus 2022 tot en met 16 augustus 2023 omdat bij haar in die periode buitenlandse studenten werkten. D… Relevantie: RvS bevestigt en versterkt lijn uit ECLI:NL:RVS:2026:2767: payrollbedrijven hebben in het kader van de Wav GEEN bijzondere positie/zwaardere zorgplicht t.o.v. inleners; corrigeert lezing van RvS 23-08-2023 (kennismigrant-uitspraak). Relevant voor uitzend-/payrollstructuren met arbeidsmigranten en toepassing Beleidsregel Wav 2020 op verwijtbaarheidstrappen; matigingsgronden 'Kennismigrant' en 'Studenten: incidenteel teveel gewerkt' afgebakend.

Relevante jurisprudentieOmgevingsbeleid№10

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de raad an de gemeente Schouwen-Duiveland het bestemmingsplan "Rietdijk 12 Zonnemaire" vastgesteld.

Toetsing aan provinciale Omgevingsverordening Zeeland (art. 2.27, 2.28), gemeentelijke structuurvisie en Novi; klassieke doorwerking beleidskaders. Bevestiging bindende werking structuurvisie-belei...

De Afdeling draagt de raad van Schouwen-Duiveland op binnen zestien weken drie gebreken in het bestemmingsplan te herstellen. Het plan voor Landschapscamping Kijkuit V.O.F., waartegen NVSD en [appellant sub 2] en anderen opkomen, strijdt met de structuurvisie, berust op gebrekkig stikstofonderzoek en onderbouwt onvoldoende de gevolgen voor nabijgelegen natuur. Daarmee zijn de artikelen 3:2 en 3:46 Awb en artikel 2.27 van de Omgevingsverordening geschonden; ook de later ingediende passende beoordeling dekt de maximale planologische mogelijkheden onvoldoende. Deze uitspraak laat zien dat deze raad voor herstel de beleidsafwijking moet motiveren of het plan moet aanpassen, de passende beoordeling moet herstellen of het plan daarop moet afstemmen, en aanvullend natuuronderzoek moet verrichten. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5643. Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de raad an de gemeente Schouwen-Duiveland het bestemmingsplan "Rietdijk 12 Zonnemaire" vastgesteld. Relevantie: Toetsing aan provinciale Omgevingsverordening Zeeland (art. 2.27, 2.28), gemeentelijke structuurvisie en Novi; klassieke doorwerking beleidskaders. Bevestiging bindende werking structuurvisie-beleidsbeslissingen, maar routineus.

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld.

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder andere [appellanten] ...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellant A] en [appellant B] gegrond, vernietigt de planregel en bijlage over landschappelijke inpassing en vervangt deze zelf. De raad van Gemert-Bakel had de aanleg gekoppeld aan een omgevingsvergunning die niet nodig was; bovendien was de beplanting onvoldoende gespecificeerd, waardoor het besluit strijdig was met artikel 3:2 Awb en artikel 3.42, tweede lid, onder a, van de Interim-Omgevingsverordening Noord-Brabant. Alle partijen, waaronder [partij], stemden in met de aangepaste regel en inpassing. Deze uitspraak laat zien dat de inpassing hier wordt geborgd door realisatie binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van het plan en duurzame instandhouding verplicht te stellen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5644. Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben onder andere [appellanten] beroep ingesteld. Het plan maakt een aantal ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in de gemeente Gemert-Bakel. Aan de [locatie] in Gemert maakt het plan de herbestemming van een voormalig agrarisch bedrijf tot een bedrijfsverzamelgebouw mogelijk.

Bij uitspraak van 27 februari 2026 heeft rechtbank Zeeland­-West-­Brabant het verzoek van de raad om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal bekend g

Bij uitspraak van 27 februari 2026 heeft rechtbank Zeeland­-West-­Brabant het verzoek van de raad om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal beken...

De Afdeling bevestigt de bekrachtiging van de onteigening van een deel van [perceel] van [appellant] voor een landbouwontsluitingsweg in Vlissingen. Argumenten over alternatieve ontsluitingen en bestaande bereikbaarheid betreffen keuzes uit de bestemmingsplanprocedure en kunnen niet alsnog in de onteigeningsprocedure worden aangevoerd. Het minnelijk overleg was serieus en reëel; artikel 11.7, eerste lid, van de Omgevingswet verplichtte de gemeente niet haar biedingen vanaf het begin op een onafhankelijke taxatie te baseren. Deze uitspraak laat zien dat de bekrachtiging ondanks zulke bezwaren stand kan houden, terwijl de raad op grond van artikelen 16.120 en 16.119 van de Omgevingswet wel de redelijk geachte proceskosten en het griffierecht van [appellant] moet vergoeden. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5646. Bij uitspraak van 27 februari 2026 heeft rechtbank Zeeland­-West-­Brabant het verzoek van de raad om een onteigeningsbeschikking te bekrachtigen voor zover deze ziet op het perceel kadastraal bekend gemeente Vlissingen, [perceel] (verder: [perceel]), toegewezen. De Staat, de provincie Zeeland, het waterschap Scheldestromen en de gemeente Vlissingen zijn in het 'Bestuursakkoord Compensatiepakket Marinierskazerne' een maatregelenpakket overeengekomen, om de provincie, de gemeente en het waterscha…

Relevante jurisprudentieMilieurechthandhaving№13

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerde aan [appellante] onder andere een last onder dwangsom opgelegd in verband met een overtreding van de artikelen 3

RvS vernietigt last onder dwangsom en invordering wegens ondeugdelijke wettelijke grondslag: college kon niet motiveren dat grondwal een 'geluidswal' / bouw- of wegconstructie in de zin van art. 35...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellante] gegrond, vernietigt het besluit op bezwaar gedeeltelijk en herroept de last onder dwangsom en bijbehorende invordering voor de gestelde overtredingen van het Besluit bodemkwaliteit. Het college van Heerde heeft onvoldoende onderbouwd dat de grondwal een geluidswal en daarmee een bouw- of wegconstructie volgens artikel 35, onder a, is, zodat de wettelijke grondslag voor handhaving van de artikelen 38 en 42 ontbreekt. Het college maakte niet inzichtelijk wie de wal tegen geluid beschermde en weersprak de gestelde functie als zichtafscherming niet gemotiveerd. Deze uitspraak laat zien dat de enkele aanname dat deze grondwal als geluidswal functioneert, de last en invordering niet kan dragen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5647. Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerde aan [appellante] onder andere een last onder dwangsom opgelegd in verband met een overtreding van de artikelen 38 en 42 van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Bij besluit van 16 december 2020 heeft het college onder andere besloten tot invordering van de volgens het college in verband met de hiervoor genoemde overtreding door [appellante] verbeurde dwangsommen van in totaal € 10.000,00. Relevantie: RvS vernietigt last onder dwangsom en invordering wegens ondeugdelijke wettelijke grondslag: college kon niet motiveren dat grondwal een 'geluidswal' / bouw- of wegconstructie in de zin van art. 35 Bbk is; bevestigt strenge motiveringsplicht bij Bbk-kwalificatie en verjaringswerking art. 5:35 lid 2 Awb. Bruikbaar precedent voor Bbk-handhaving, maar toepassing op feiten en oud recht (pre-Ow).

Relevante jurisprudentieOmgevingsbeleid№14

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Cartierheide" vastgesteld.

Toepassing provinciale Interim omgevingsverordening (IOV art. 3.21) op NNB in bestemmingsplan; provinciale kaders werken door in gemeentelijk plan, maar routine toetsing zonder doctrinaire verschui...

De Afdeling verklaart het beroep van Stichting Milieu-Werkgroep Kempenland en Stichting Brabantse Milieufederatie gegrond, vernietigt het bestemmingsplan Cartierheide gedeeltelijk en voegt zelf de ontbrekende cultuurhistorische aanduiding toe. De raad van Bladel had deze aanduiding gelet op artikel 3.29 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant moeten opnemen; het ontbreken ervan maakt het besluit onzorgvuldig voorbereid en strijdig met artikel 3:2 Awb. De natuurbezwaren slagen niet: de areaalaantasting is hier kleinschalig en het ecologisch onderzoek onderbouwt dat ecologische waarden en kenmerken niet worden aangetast, zodat compensatie achterwege kon blijven. Deze uitspraak laat zien dat cultuurhistorische beschermingsregels in dit plan ook de bijbehorende aanduiding op de verbeelding vereisen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5648. Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Cartierheide" vastgesteld.Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van to… Relevantie: Toepassing provinciale Interim omgevingsverordening (IOV art. 3.21) op NNB in bestemmingsplan; provinciale kaders werken door in gemeentelijk plan, maar routine toetsing zonder doctrinaire verschuiving.

In het besluit van 20 december 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard.

In het besluit van 20 december 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Op het perceel aan de [locatie] in Alphen aan den Rijn staan een kas, een waterbassin ...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] tegen het niet-ontvankelijk verklaarde bezwaar ongegrond, maar kent wegens overschrijding van de redelijke termijn € 1.500 schadevergoeding toe. Na verkoop van zijn naastgelegen perceel maakte [appellant] onvoldoende aannemelijk dat de handhavingsweigering schade veroorzaakte: het achterlaten van spullen kwam door de toegangsweigering van Murbo Holding B.V. De termijnoverschrijding van veertien maanden leidt tot een vergoeding van € 1.285,71 door het college van Alphen aan den Rijn en € 214,29 door de Staat der Nederlanden. Deze uitspraak laat zien dat de gestelde schade hier geen procesbelang behield, terwijl [appellant] ondanks het ongegronde beroep vergoeding kreeg voor de te lange procedure. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5649. In het besluit van 20 december 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Op het perceel aan de [locatie] in Alphen aan den Rijn staan een kas, een waterbassin en een aantal hekwerken. Murbo Holding B.V. is eigenaar van dit perceel. [appellant] heeft het college op 6 mei 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen de hekwerken. Het college heeft dit verzoek tot handhaving in het besluit van 3 juni 2021 afgewezen. Het bezwaar van [appellant] tegen het besl…

In het besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een poké bowl horecavestiging op het perceel [locat

In het besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een poké bowl horecavestiging op het perceel [lo...

De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant A] en [appellant B] gegrond en vernietigt het besluit op bezwaar over de poké bowl-horecavestiging op de Brink. Het college van Deventer onderbouwde onvoldoende wat toevoeging boven het maximum van 35 horecabedrijven betekent voor het werk- en leefklimaat en het bestaande horeca-aanbod. Daarnaast ontbrak het verplichte advies van de planadviesraad volgens artikel 254.2.1, onder c, en voldeed de motivering voor fietsparkeren niet aan artikel 284.5.2, onder a: een integrale afweging, een zwaarder wegend belang en bescherming van de openbare ruimte. Deze uitspraak laat zien dat Deventer bij het nieuwe besluit op bezwaar die onderbouwing moet leveren en het voorgeschreven advies moet vragen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5650. In het besluit van 6 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een poké bowl horecavestiging op het perceel [locatie 1] in Deventer (het perceel).

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld.

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld. Het plan maakt een aantal ruimtelijke ontwi...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] tegen het bestemmingsplan van Gemert-Bakel ongegrond; [partij] en anderen waren als partij betrokken. De raad mocht zich vanuit een goede ruimtelijke ordening op het standpunt stellen dat de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast: de woningen liggen circa 60 meter van de Lodderdijk en het hoger gelegen akkerdeel behoudt een groenbestemming die bebouwing uitsluit. De bebouwingsvrije zone van 100 meter in het aangrenzende bestemmingsplan verplichtte de raad niet hier dezelfde afstand aan te houden. Deze uitspraak laat zien dat de raad hier met een locatiespecifieke motivering een kleinere afstand kon aanhouden; beroepen tegen andere planonderdelen lopen nog. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5651. Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Gemert-Bakel stedelijke gebieden, december 2023" vastgesteld. Het plan maakt een aantal ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in de gemeente Gemert-Bakel. Aan de Lodderdijk 24-26 in Gemert maakt het plan de splitsing van een langgevelboerderij en de bouw van twee nieuwe woningen mogelijk. [appellant] woont naast het plangebied. Hij kan zich niet met het plan verenigen, omdat hij vreest dat de waardevolle a…

Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan splitsen van een woonboerderij in twee wonin

Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan splitsen van een woonboerderij in twee wo...

De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak, waardoor de door het college van Gemert-Bakel aan [partij] verleende vergunning voor splitsing van de woonboerderij aan [locatie] in stand blijft. De parkeerbezwaren van [appellant] slagen niet: de vergunning strookt met de Nota Parkeernormen Gemert-Bakel 2017 en voor de inrit hoeft slechts één openbare parkeerplaats te worden verplaatst, waarvoor voldoende ruimte bestaat. De Afdeling behandelt de cultuurhistorische beroepsgrond niet, omdat [appellant] deze pas in hoger beroep aanvoert en benadeling van andere belanghebbenden niet uitgesloten is. Deze uitspraak laat zien dat een nieuwe beroepsgrond over cultuurhistorie in hoger beroep door de grondentrechter buiten behandeling kan blijven. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5653. Bij besluit van 20 september 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan splitsen van een woonboerderij in twee woningen aan de [locatie] in De Mortel. [partij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het splitsen van de woonboerderij aan de [locatie] in twee woningen. Ten tijde van belang gold het bestemmingsplan "Gemert-Bakel buitengebied 2017". Op het perceel gold de bestemming "Wonen". Het bouwplan is …

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Senzora-terrein" gewijzigd vastgesteld.

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Senzora-terrein" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van het terrei...

De Afdeling draagt de raad van Deventer in het beroep van Vereniging BBO Senzora en anderen op om binnen zestien weken drie gebreken in het bestemmingsplan Senzora-terrein te herstellen. De vereiste 80 mm statische waterberging en de noodzakelijke geluidwerende maatregelen voor de parkeergarage zijn onvoldoende geborgd, terwijl zorgwoningen onbedoeld zijn toegestaan: het besluit schendt het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 3:2 Awb. Het gebrek in het onderzoek naar wegverkeerslawaai is al hersteld met aanvullend onderzoek. Deze uitspraak laat zien dat de verwijzing naar het gemeentelijke rioleringsplan hier onvoldoende was om de waterbergingseis van het waterschap te borgen, omdat die eis daarin ontbreekt en ook niet anderszins publiekrechtelijk afdwingbaar is. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5655. Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Deventer het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Senzora-terrein" gewijzigd vastgesteld. Het plan maakt de herontwikkeling van het terrein van de voormalige Senzora-fabriek in Deventer mogelijk. Met het plan wordt het mogelijk om daar maximaal 119 woningen en 670 m2 bvo aan kantoor en maatschappelijke voorzieningen te bouwen.

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en beëindigd te

Bij besluit van 11 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en beëindigd...

De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant A] en [appellant B] ongegrond en laat de last onder dwangsom van het college van Schagen in stand. Detailings- en poetswerkzaamheden zijn niet per definitie autoreparatie, maar dit bedrijf gebruikt een autobrug en gereedschap en demonteert auto-onderdelen, waardoor de activiteiten naar aard of invloed gelijkgesteld kunnen worden met een autoreparatiebedrijf. Zo’n bedrijf is uitdrukkelijk uitgesloten in bijlage 1 bij de planregels; het gebruik is daarmee in strijd met het bestemmingsplan en artikel 2.1, eerste lid, onder c, Wabo. Deze uitspraak laat zien dat bij toetsing van dit autopoetsbedrijf de concrete werkzaamheden en hun omgevingsinvloed de gelijkstelling met de uitgesloten bedrijfsactiviteit dragen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5656. Bij besluit van 11 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen [appellanten] onder oplegging van een dwangsom gelast de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en beëindigd te houden wegens strijd met het bestemmingsplan. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Tuitjenhorn. Op datzelfde perceel is het bedrijf "[bedrijf]" van [appellant A] gevestigd. Dit bedrijf richt zich op het uitvoeren van poets- en onderhoudswerkzaamheden aan auto’s. Ter plaatse geldt het bestemming…

Relevante jurisprudentieEvenementen№21

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Kasteel Limbricht en omgeving" gewijzigd vastgesteld.

Uitbreiding evenemententerrein van 3 naar 91 evenementdagen met categorie 3 (3.000 bezoekers) en multifunctioneel horecagebouw dat zelfstandig geëxploiteerd kan worden; RvS vernietigt wegens onvold...

De Afdeling verklaart de beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen, [appellant sub 3A] en [appellante sub 3B] gegrond en vernietigt het bestemmingsplan van de raad van Sittard-Geleen. De geluid- en parkeeronderzoeken rekenden met een gebouw van 1.000 m², terwijl het plan 3.500 m² grondoppervlakte, meerdere verdiepingen en ruimere terrassen toestaat. Ook onderzocht de raad de gelijktijdige exploitatie van het multifunctionele gebouw en evenementen onvoldoende, waardoor het besluit in strijd met artikel 3:2 Awb onzorgvuldig is voorbereid. Deze uitspraak laat zien dat onderzoek naar een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden hier ook de ruimere bebouwing, terrassen en gelijktijdige activiteiten moest omvatten. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5657. Bij besluit van 12 december 2024 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Kasteel Limbricht en omgeving" gewijzigd vastgesteld. Het plangebied ligt ten noordoosten van de kern Limbricht, langs beide zijden van de Allee. Het plangebied omvat het landgoed Kasteel Limbricht met het kasteel, de omliggende gronden en ten zuiden van de spoorweg het monumentale pand aan Platz 1. Met het gewijzigde plan wordt beoogd de verleende omgevingsvergunningen voor Kasteel Limbricht vast… Relevantie: Uitbreiding evenemententerrein van 3 naar 91 evenementdagen met categorie 3 (3.000 bezoekers) en multifunctioneel horecagebouw dat zelfstandig geëxploiteerd kan worden; RvS vernietigt wegens onvoldoende onderzoek naar cumulatieve/gelijktijdige exploitatie. Relevant voor evenementenplanologie en geluidsonderzoek bij evenemententerreinen, al is de doctrinale kern (representatieve maximale invulling) settled.

Bij besluit van 27 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub a].

Bij besluit van 27 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub a]. een boete van € 8.100,00 opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandigheden...

De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak, waardoor de boete van € 5.400 die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] oplegde, in stand blijft. Artikel 4.48a van het Arbobesluit verplicht de werkgever doeltreffende maatregelen te nemen om verspreiding van asbeststof buiten de werkruimte te voorkomen. Het verpakken van puin om gaten in de vloer te vinden en te dichten was doeltreffend, maar het uitsluizen van afvalzakken bij te lage onderdruk ging verder dan noodzakelijk; [appellante] maakte niet aannemelijk dat hoge ventilatie de sluis alsnog goed liet functioneren. Deze uitspraak laat zien dat herstelwerkzaamheden hier geen rechtvaardiging boden voor het uitsluizen van asbestafval bij een onvoldoende functionerende sluis. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5661. Bij besluit van 27 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub a]. een boete van € 8.100,00 opgelegd wegens een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). [appellante sub a]. heeft aan de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) gemeld dat zij op 16 februari 2023 asbestsaneringswerkzaamheden zou uitvoeren in een hal van een woning in [locatie] (in een containment), bestaande uit het verwijderen …

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van in totaal € 2.

Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van in totaal € 2.700,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstan...

De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak: de boete van € 2.565 voor [appellant], handelend onder de naam [bedrijf], en de openbaarmaking van inspectiegegevens blijven in stand. Regen voorafgaand aan de werkzaamheden weerlegde de inspectiebevindingen niet; gezien de slechte conditie van de asbestplaten waren bronafzuiging en bevochtiging verplicht op grond van artikel 4.45, eerste lid, van het Arbobesluit, en ook het werkplan was niet gevolgd. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoefde wegens gezondheidsproblemen en een niet met stukken onderbouwde klantenterugloop niet van publicatie af te zien. Deze uitspraak laat zien dat eerdere regenval hier geen vervanging was voor bronmaatregelen en dat gestelde bedrijfsgevolgen van publicatie onderbouwing vergden. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5662. Bij besluit van 13 maart 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van in totaal € 2.700,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) respectievelijk het Arbeidsomstandighedenbesluit (het Arbobesluit). Verder heeft de minister besloten om een aantal inspectiegegevens openbaar te maken. [appellant] heeft een eenmansbedrijf waarmee hij ook handelt onder de naam [appellante sub a]. Dit bedrijf is gespecialiseer…

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere [appellanten] (hierna: [appellant A]) gelast om het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van zijn woning aan

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere [appellanten] (hierna: [appellant A]) gelast om het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van zijn woning ...

De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep van [appellant A] en de erfgenamen van [appellant B] ongegrond is en bevestigt de rechtbankuitspraak voor zover aangevallen. Kortdurende recreatieve verhuur aan wisselende huurders met hun hoofdverblijf elders geldt niet als wonen volgens artikel 19.1, eerste lid, onder a, van de planregels; gebruik door de eigenaar als tweede woning heeft een andere duurzaamheid en ruimtelijke uitstraling. De aanduiding ‘verblijfsrecreatie’ ontbreekt, en ook als de verhuur buiten de definitie van verblijfsrecreatie valt, maakt dat haar nog geen wonen. Deze uitspraak laat zien dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar van het college van Veere in stand blijven, zodat de last onder dwangsom blijft gelden. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5664. Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere [appellanten] (hierna: [appellant A]) gelast om het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van zijn woning aan de [locatie], gemeente Veere, te beëindigen en beëindigd te houden onder oplegging van een dwangsom. Hij kan dit doen door het recreatief verhuren van de woning te staken en gestaakt te houden. Een toezichthouder van de gemeente heeft in 2023 en 2024 controles uitgevoerd aan de woning aan de [loca…

Relevante jurisprudentieOmgevingsbeleid№25

Bij ongedateerde brief heeft de minister het verzoek van de vereniging om een instructie te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden om het

Betreft art. 2.34 lid 3 Ow instructiebevoegdheid minister richting waterschap — kaderstelling/interbestuurlijke sturing onder Ow — maar uitspraak blijft steken op ontvankelijkheid (doorzendbrief ge...

De Afdeling verklaart het beroep van Vereniging Natuur en Milieu tegen de doorzendbrief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat niet-ontvankelijk. De vereniging had verzocht om een instructie aan het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden om het waterpeil rond Natura 2000-gebied Kolland en Overlangbroek te verhogen; de minister zond dit verzoek door aan gedeputeerde staten van Utrecht. De brief bevat uitsluitend een mededeling van die feitelijke handeling, geen inhoudelijke afwijzing, en is daarom geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, Awb. Deze uitspraak laat zien dat de toelichting over de bevoegdheid in deze doorzendbrief geen appellabel besluit oplevert. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5665. Bij ongedateerde brief heeft de minister het verzoek van de vereniging om een instructie te geven aan het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden om het waterpeil in en om het Natura 2000-gebied "Kolland en Overlangbroek" (het gebied) te verhogen, doorgezonden aan het college van gedeputeerde staten van Utrecht. De vereniging komt op voor het landschap, de natuur en het leefmilieu in de omgeving van Wijk bij Duurstede. Volgens de vereniging is een… Relevantie: Betreft art. 2.34 lid 3 Ow instructiebevoegdheid minister richting waterschap — kaderstelling/interbestuurlijke sturing onder Ow — maar uitspraak blijft steken op ontvankelijkheid (doorzendbrief geen besluit), dus geen inhoudelijke doorwerking op omgevingsbeleid.

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan De Melkfabriek B.

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan De Melkfabriek B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een oude melkfabriek tot ...

De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant] ongegrond en bevestigt daarmee dat de vergunning van het college van Tynaarlo aan De Melkfabriek B.V. in stand blijft. Tegen toepassing van artikel 4, onderdeel 9, van bijlage II bij het Bor herhaalde [appellant] eerdere argumenten zonder de beoordeling door de rechtbank gemotiveerd te bestrijden. Het college mocht voor de levensloopbestendige woningen de parkeernormen voor koopappartementen gebruiken vanwege hun situering in een groter gebouw en gedeeltelijke stapeling; het verschil tussen de parkeerberekeningen volgde uit een onbetwiste correctie met aanwezigheidspercentages. Deze uitspraak laat zien dat bij bestrijding van deze parkeertoets zowel de woningkenmerken als de correctie met aanwezigheidspercentages aandacht verdienen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5666. Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan De Melkfabriek B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een oude melkfabriek tot 18 wooneenheden en een bedrijfs- en kantoorfunctie. Op 24 november 2022 heeft De Melkfabriek een omgevingsvergunning aangevraagd om de oude melkfabriek aan de [locatie 1] te verbouwen. [appellant] woont aan de [locatie 2] nabij de oude melkfabriek Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voo…

Relevante jurisprudentieEvenementen№27

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de burgemeester aan Insight een exploitatievergunning verleend voor het verrichten van horeca-activiteiten op de eerste etage van het hoofdgebouw van Chi Chi en d

Raakt APV-vergunningstelsel voor openbare inrichting (art. 2:28 APV), verhouding tussen bestemmingsplan-weigeringsplicht (lid 2) en openbare-orde-weigering (lid 3), en bevoegdheid om voorschriften ...

De Afdeling verklaart de hoger beroepen van de burgemeester van De Bilt, Insight en Chi Chi gegrond, maar hun beroepen en dat van [partij C] tegen het nieuwe besluit ongegrond. Alleen [partij C] ondervindt gevolgen van enige betekenis; de bezwaren van [partij A] en de overige omwonenden worden niet-ontvankelijk verklaard. Artikel 4.1 van de planregels vereist geen ondergeschikte horecaomvang, ontoelaatbare geluidhinder is onvoldoende aangetoond en artikelen 1:4 en 2:28 van de APV dragen het alcoholverbod bij de publiek toegankelijke afslagplaatsen ter bescherming van de openbare orde. Deze uitspraak laat zien dat voor deze vergunning de gevolgen van de vergunde horeca bepalend zijn voor belanghebbendheid en dat de burgemeester het alcoholverbod mocht verbinden aan de exploitatievergunning. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5667. Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de burgemeester aan Insight een exploitatievergunning verleend voor het verrichten van horeca-activiteiten op de eerste etage van het hoofdgebouw van Chi Chi en daaraan een aantal voorschriften verbonden. De burgemeester heeft geweigerd om een exploitatievergunning te verlenen voor het verrichten van horeca-activiteiten op de begane grond. Relevantie: Raakt APV-vergunningstelsel voor openbare inrichting (art. 2:28 APV), verhouding tussen bestemmingsplan-weigeringsplicht (lid 2) en openbare-orde-weigering (lid 3), en bevoegdheid om voorschriften (alcoholverbod) te verbinden naast gesloten stelsel Alcoholwet. Relevant voor APV/openbare-orde-praktijk in evenementen/horeca-hoek, maar hoofdthema is horeca-exploitatie, niet evenementenvergunning. RvS-niveau motivering verhouding APV↔Alcoholwet is nuttig maar niet baanbrekend.

Relevante jurisprudentieOmgevingsplan№28

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk

RvS oordeelt dat bij een APV-weigering wegens strijd met het omgevingsplan (art. 2:28 lid 2 APV) de burgemeester moet toetsen aan het in de aanvraag omschreven gebruik, niet aan het feitelijk gebru...

De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant], handelend onder de naam [eetcafé], gegrond en vernietigt het besluit op bezwaar van de burgemeester van Rijswijk. De burgemeester moest uitgaan van het aangevraagde gebruik als eetcafé, dat past binnen het omgevingsplan, en mocht het feitelijke gebruik met waterpijpen niet bepalend achten. De weigering op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de APV was daarom onjuist; het besluit was ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Deze uitspraak laat zien dat bij deze vergunningaanvraag het aangevraagde gebruik de beoordeling moest bepalen; de burgemeester moet opnieuw op het bezwaar beslissen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5668. Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk (het perceel), afgewezen. De burgemeester heeft de aanvraag om verlenging van deze vergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2024 (APV) afgewezen, omdat de exploitatie volgens hem in strijd is met het Omgevingsplan gemeente Rijswijk (het om… Relevantie: RvS oordeelt dat bij een APV-weigering wegens strijd met het omgevingsplan (art. 2:28 lid 2 APV) de burgemeester moet toetsen aan het in de aanvraag omschreven gebruik, niet aan het feitelijk gebruik. Raakt de omgevingsplan-toetsingskader-doctrine maar via de APV-band; nuttige verduidelijking, geen kerndoctrine over planregels of BOPA.

Relevante jurisprudentieMilieurechthandhaving№29

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] een boete van in totaal € 45.

RvS bevestigt dat Arbo-inspectiegegevens over asbest kwalificeren als milieu-informatie over emissies (Woo art. 5.1 lid 7), bouwt voort op RvS 2017:2086 en 2021:153 onder de Woo; matigt boete extra...

De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellante sub 1], thans [bedrijf], gegrond, verwerpt het incidenteel hoger beroep van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en stelt de boete vast op € 22.500. Op grond van artikel 5:46, tweede lid, Awb rechtvaardigen verbeteracties 25% matiging en rechtvaardigt één feitelijke handeling met vier samenhangende overtredingen nog eens 25% matiging, omdat de minister de evenredigheid van de cumulatie onvoldoende toelichtte. De openbaarmaking van inspectiegegevens en de waarschuwing voor preventieve stillegging blijven overeind. Deze uitspraak laat zien dat samenhang tussen overtredingen hier aanvullende boetematiging rechtvaardigt, terwijl die matiging geen reden vormt om de waarschuwing achterwege te laten. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5672. Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] een boete van in totaal € 45.000,00 opgelegd voor vier overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), gelezen in samenhang met het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), en besloten een aantal inspectiegegevens openbaar te maken. [appellante sub 1] is een bouw- en renovatiebedrijf. Zij verricht in opdracht van achttien woningcorporaties werkzaamheden aan huurwoningen in … Relevantie: RvS bevestigt dat Arbo-inspectiegegevens over asbest kwalificeren als milieu-informatie over emissies (Woo art. 5.1 lid 7), bouwt voort op RvS 2017:2086 en 2021:153 onder de Woo; matigt boete extra 25% wegens cumulatie van vier samenhangende overtredingen uit één handeling. Relevant voor handhavings-/Woo-praktijk, maar raakvlak met kern-milieuhandhaving (Wm/Wabo/omgevingsdienst) is indirect; asbestsanering ligt op snijvlak Arbo/milieu.

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] tot het verwijderen en verwijderd houden van het dierenverbli

Bij besluit van 19 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] tot het verwijderen en verwijderd houden van het dierenver...

De Afdeling bevestigt de last onder dwangsom van het college van Tilburg aan [appellant] voor een kas en dierenverblijf en verklaart het beroep tegen de invordering van € 25.000 ongegrond. Bij de handhaving op verzoek van [partij] ontbrak concreet zicht op legalisatie: de omgevingsvergunning was geweigerd, en die weigering hoefde niet onherroepelijk te zijn. Bij invordering weegt het invorderingsbelang zwaar, mede gelet op artikel 5:37, eerste lid, Awb; de nog niet onherroepelijke last en verwijdering na de begunstigingstermijn waren geen bijzondere omstandigheden. Deze uitspraak laat zien dat het college hier mocht invorderen ondanks de lopende procedure tegen de last en de latere beëindiging van de overtreding. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5675. Bij besluit van 19 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant] tot het verwijderen en verwijderd houden van het dierenverblijf en de kas op het perceel achter de [locatie 1] in Tilburg. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie 2] in Tilburg. [appellant] heeft op het aangrenzende perceel twee bouwwerken gerealiseerd: een kas en een dierenverblijf. Het dierenverblijf wordt gebruikt voor het hobbymatig houden van k…

In het besluit van 22 september 2022 heeft het collegevan burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd in verband met het bouwen en in stand laten van drie balkons zonder g

In het besluit van 22 september 2022 heeft het collegevan burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd in verband met het bouwen en in stand laten van drie balkons zonde...

De Afdeling draagt het college van Den Haag in een tussenuitspraak op om binnen twaalf weken de gebrekkige belangenafweging bij de last onder dwangsom voor de balkons van [appellant] te herstellen. Het college heeft in strijd met artikel 3:4 Awb de zwaarwegende medische belangen van zijn echtgenote niet betrokken, terwijl een medische verklaring de gevolgen van verwijdering voor haar gezondheid onderbouwt. Het college moet die belangen alsnog gemotiveerd meewegen bij de beoordeling van de evenredigheid, of een gewijzigd of nieuw besluit nemen. Deze uitspraak laat zien dat het ontbreken van concreet zicht op legalisatie hier onvoldoende was om handhaving zonder afweging van die medische belangen te dragen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5677. In het besluit van 22 september 2022 heeft het collegevan burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd in verband met het bouwen en in stand laten van drie balkons zonder geldige omgevingsvergunning op het perceel aan het [locatie] in Den Haag (perceel). [appellant] woont op het perceel met zijn echtgenote. De woning die op het perceel staat is een gemeentelijk monument. Op 11 juli 2019 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor het realiseren van twee balkons op …

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem, het bestemmingsplan "Googermolenweg Oude Wetering" gewijzigd vastgesteld.

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem, het bestemmingsplan "Googermolenweg Oude Wetering" gewijzigd vastgesteld.Het plan maakt de bouw van vijftien woningen mo...

De Afdeling verklaart het beroep van [appellant sub 2] ongegrond en draagt de raad van Kaag en Braassem naar aanleiding van de beroepen van [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 3] en anderen op binnen twintig weken gebreken te herstellen. De onbekende terreinophoging maakt de bouwhoogte rechtsonzeker; bovendien is de beoogde beperking van dakopbouwen niet vastgelegd en is de tuinbestemming op alle westelijke gronden onvoldoende gemotiveerd. Het besluit strijdt daarmee met artikel 3:2 Awb en de rechtszekerheid; herstel volgt via artikel 8:51d Awb. Deze uitspraak laat zien dat de raad bij dit plan de terreinophoging moet betrekken bij de aanvaardbare bouwhoogte en de tuinbestemming nader moet onderbouwen of aanpassen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5678. Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem, het bestemmingsplan "Googermolenweg Oude Wetering" gewijzigd vastgesteld.Het plan maakt de bouw van vijftien woningen mogelijk. Het plangebied ligt aan de noordkant van Oude Wetering, tussen de Googermolenweg en de Molendijk. De gronden van het plangebied zijn op dit moment in gebruik als grasland

Relevante jurisprudentieMilieurechthandhaving№33

Bij besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld aan [appellante sub 1] een legaliserende omgevingsvergunning verleend voor twee paddocks, een buitenrijbaan

Legaliserende omgevingsvergunning met Natura 2000/Wnb-aanhaakplicht en referentiesituatie-discussie (impliciet vergunde buitenrijbaan onder Hinderwetvergunning); raakt gebiedsbescherming/stikstof m...

De Afdeling bevestigt de vernietiging van de eerste vergunning voor [appellante sub 1], verklaart de beroepen van Stichting Werkgroep Milieuzorg Apeldoorn tegen de latere besluiten ongegrond en het beroep van [wederpartij A] en [wederpartij B] niet-ontvankelijk wegens ontbrekend procesbelang. Het eerste natuuronderzoek schoot tekort volgens artikel 3:2 Awb; bij de nieuwe vergunning verviel de aanhaakplicht uit artikel 2.2aa Bor door een voorafgaande afzonderlijke natuurvergunningaanvraag. Het college van Barneveld mocht de uitvoerbaarheid aannemen omdat alternatief gebruik van binnen- en buitenrijbaan mogelijk was zonder extra vervoersbewegingen en stikstofdepositie. Deze uitspraak laat zien dat voor deze uitvoerbaarheidstoets volstond dat de extra voorzieningen niet noodzakelijk tot extra activiteiten met natuurgevolgen leidden. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5680. Bij besluit van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld aan [appellante sub 1] een legaliserende omgevingsvergunning verleend voor twee paddocks, een buitenrijbaan, hekwerken en lichtmasten op het perceel [locatie 1] in Kootwijk (het perceel). appellante sub 1] exploiteert een paardenhouderij op het perceel, dat grenst aan Natura 2000-gebied de Veluwe. Op het perceel zijn in elk geval sinds 2005/2006 onder meer twee paddocks, een buitenrijbaan van 5.555 m², … Relevantie: Legaliserende omgevingsvergunning met Natura 2000/Wnb-aanhaakplicht en referentiesituatie-discussie (impliciet vergunde buitenrijbaan onder Hinderwetvergunning); raakt gebiedsbescherming/stikstof maar geen dwangsom/invordering/toezicht-doctrine. Zijdelings relevant, geen kernhandhavingsleerstuk.

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft het college an burgemeester en wethouders van Oisterwijk een omgevingsvergunning verleend aan 5Dees voor het bouwen van elf appartementen met buitenbergingen in

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft het college an burgemeester en wethouders van Oisterwijk een omgevingsvergunning verleend aan 5Dees voor het bouwen van elf appartementen met buitenbergingen ...

De Afdeling bevestigt de rechtbankuitspraak: het hoger beroep van [appellant sub 1] is ongegrond en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van 5Dees vervalt. Het college van Oisterwijk mocht de vergunning voor elf appartementen verlenen met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, Wabo; de bezwaren over parkeren, schaduwhinder en privaatrechtelijke belemmeringen leiden niet tot vernietiging. De enkele stelling dat een parkeerberekening onjuist is, weerlegt niet dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze uitspraak laat zien dat de afwijzing van het principeverzoek van [appellant sub 1] deze vergunningverlening niet verhinderde: het college moet bij elke aanvraag de betrokken belangen afwegen en heeft daarbij beleidsruimte. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5682. Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft het college an burgemeester en wethouders van Oisterwijk een omgevingsvergunning verleend aan 5Dees voor het bouwen van elf appartementen met buitenbergingen in Moergestel. 5Dees heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor bouwen en het gebruik van gronden in afwijking van het bestemmingsplan om elf appartementen met buitenbergingen te realiseren op de percelen Rootven 16, 18 en 20 in Moergestel. De appartementen hebben een bouwdiepte van 47 cm in afwij…

Last onder dwangsom en verbeurde dwangsommen voor het afgeven van plantenpaspoorten zonder dat aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.

Last onder dwangsom en verbeurde dwangsommen voor het afgeven van plantenpaspoorten zonder dat aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Appellant heeft plantenpaspoorten afgegeven voor materiaal afk...

Het College verklaart het beroep van [naam 1] B.V. tegen de last onder dwangsom en de invordering van € 4.000 door de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ongegrond. Op grond van artikel 66 van Verordening 2016/2031 moest [naam 1] alle percelen, geteelde planten en wijzigingen daarin bij Naktuinbouw opgeven. Door percelen niet aan te melden, ontbrak het vereiste toezicht en schond de afgifte van plantenpaspoorten de artikelen 84 en 87; eigen onderzoek kon dat niet herstellen. Deze uitspraak laat zien dat het achterwege laten van perceelmeldingen bij deze kweker handhaving rechtvaardigde, omdat Naktuinbouw daardoor de vereiste controles niet kon uitvoeren. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 sep 2026 — ECLI:NL:CBB:2026:428. Last onder dwangsom en verbeurde dwangsommen voor het afgeven van plantenpaspoorten zonder dat aan de voorwaarden daarvoor is voldaan. Appellant heeft plantenpaspoorten afgegeven voor materiaal afkomstig van percelen die hij niet heeft opgegeven bij Naktuinbouw, terwijl hij daar wel toe was gehouden en dit nodig is om Naktuinbouw in staat te stellen het vereiste toezicht uit te voeren.

Niet naleven van een last onder dwangsom.

Niet naleven van een last onder dwangsom. Verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder. Dat de gezondheid en financiële situatie van...

Het College verklaart het beroep van [naam 1] ongegrond: de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur mocht € 750 aan verbeurde dwangsommen invorderen. Het hercontrolerapport onderbouwt dat een zandbad, voldoende frisse lucht en voldoende bewegingsruimte ontbraken; de klacht over de toezichthouder gaf geen reden om aan diens bevindingen te twijfelen. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen afzien van invordering rechtvaardigen; de gezondheid van [naam 1] en haar onvoldoende onderbouwde betwisting van de draagkrachtberekening boden daarvoor geen grond. Deze uitspraak laat zien dat een beroep op betalingsonmacht bij invordering een betrouwbaar en volledig inzicht in de financiële situatie vergt. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 sep 2026 — ECLI:NL:CBB:2026:448. Niet naleven van een last onder dwangsom. Verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder. Dat de gezondheid en financiële situatie van de eigenaar niet optimaal is, betekent niet dat de staatssecretaris de verbeurde dwangsommen niet mocht invorderen.

Het College stelt de boete voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen lager vast omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mestaanvoer door de betreffende onde

Het College stelt de boete voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen lager vast omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mestaanvoer door de betreffende o...

Het College verlaagt de door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan [naam 1] opgelegde mestboete tot € 5.001,57 en herroept het boetebesluit in zoverre. Omdat de onderliggende Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen ontbreken, heeft de minister de betwiste aanvoer van vier vrachten door [naam 5] niet aannemelijk gemaakt en vermindert het College de berekende normoverschrijding met 495 kilogram stikstof. Naast de matiging wegens het verstrijken van de beslistermijn past het College een vermindering toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM. Deze uitspraak laat zien dat het registratieoverzicht hier onvoldoende bewijs bood voor de betwiste mestaanvoer. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 sep 2026 — ECLI:NL:CBB:2026:459. Het College stelt de boete voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen lager vast omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mestaanvoer door de betreffende onderneming op het bedrijf van appellant heeft plaatsgevonden. De Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen, die ten grondslag liggen aan het overzicht van de registraties door de mestaanvoerders, ontbreken namelijk. Het College heeft bij het lager vaststellen van de boete rekening gehouden met de oversch…

Relevante jurisprudentieOmgevingsbeleid№38

Beroep tegen het vestigen van een voorkeursrecht op de percelen van Renbaan Duindigt in Wassenaar en het afwijzen van het verzoek om ontheffing van de aanbiedingsplicht.

Kernvraag: welke grondslag (structuurvisie/omgevingsvisie vs. voorkeursrechtbeschikking) voor toedeling van niet-agrarische functie/moderniseringslocatie onder art. 9.1 Ow. Directe toetsing van doo...

De rechtbank verklaart de beroepen van Stichting Beheer Renbaan Duindigt ongegrond: het voorkeursrecht van de gemeenteraad van Wassenaar en de geweigerde ontheffing door het college blijven in stand. Modernisering bood voldoende richting voor artikel 9.1, eerste lid, onder c, Omgevingswet; de structuurvisie bedacht de renbaan nog geen concrete functie toe. De koopovereenkomst met Stichting Villa Betty was niet tijdig ingeschreven voor de uitzondering van artikel 9.9 en leverde geen gewichtige reden op voor ontheffing volgens artikel 9.10; bovendien beoogde de koper ook woningbouw. Deze uitspraak laat zien dat de eerdere verkoop en de gestelde noodzaak daarvan voor behoud van deze renbaan onvoldoende waren om de aanbiedingsplicht te doorbreken. Rechtbank Den Haag, 22 sep 2026 — ECLI:NL:RBDHA:2026:27066. Beroep tegen het vestigen van een voorkeursrecht op de percelen van Renbaan Duindigt in Wassenaar en het afwijzen van het verzoek om ontheffing van de aanbiedingsplicht. De rechtbank is van oordeel dat de gemeenteraad een voorkeursrecht mogen vestigen op de percelen van Renbaan Duindigt. Daarnaast zijn er geen gewichtige redenen om een ontheffing van de aanbiedingsplicht te verlenen. Het college heeft dat verzoek dan ook mogen afwijzen. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Relevantie: Kernvraag: welke grondslag (structuurvisie/omgevingsvisie vs. voorkeursrechtbeschikking) voor toedeling van niet-agrarische functie/moderniseringslocatie onder art. 9.1 Ow. Directe toetsing van doorwerking van structuurvisie als omgevingsvisie en 'meest concrete grondslag'-leer — relevant kader voor omgevingsbeleid.

Voorlopige voorziening, bouwstop, kelder

Voorlopige voorziening, bouwstop, kelder

De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] om een voorlopige voorziening tegen de bouwstop en last onder dwangsom van het college van Ede af. De ruimte onder de recreatiewoning heeft door haar omvang, gestorte vloer en trap de kenmerken van een kelder; deze is niet vergund, zodat voorlopig sprake is van een overtreding van de vergunningplicht. Een bouwstop is een ordemaatregel met een beperkte belangenafweging, waarbij het college niet hoeft te onderzoeken of legalisatie mogelijk is. Deze uitspraak laat zien dat het college hier een permanente oplossing van verzoekers mocht verlangen voordat de bouwstop wordt opgeheven, ook als permanente bewoning zou zijn toegestaan. Rechtbank Gelderland, 22 sep 2026 — ECLI:NL:RBGEL:2026:7218. Voorlopige voorziening, bouwstop, kelder

Relevante jurisprudentieOmgevingsplan№40

Tussenuitspraak over de omgevingsvergunning voor het vestigen van een tijdelijk AZC aan de Boekelsedijk in Uden.

BOPA-tussenuitspraak onder Omgevingswet met bestemmingsplan als onderdeel van omgevingsplan; toetsing van doelomschrijving beoogd gebruik en ETFAL-normen bij afwijking van omgevingsplan. Relevant v...

De rechtbank geeft het college van Maashorst in de beroepen van [naam] en [namen], met het COA en de gemeenteraad als derde-partijen, gelegenheid de AZC-vergunning te herstellen en houdt verdere beslissingen aan. Onduidelijk is of ook statushouders mogen worden opgevangen; daarnaast is de verkeersveiligheid onvoldoende onderbouwd, in strijd met artikelen 3:2 en 3:46 Awb. Het herstelbesluit moet het toegestane gebruik verduidelijken en de verkeersveiligheid onderbouwen, inclusief het verkeer voor de biogasinstallatie, op basis van een intern of extern advies. Deze uitspraak laat zien dat dit college de gebreken via een herstelbesluit kan herstellen zonder een ontwerpbesluit ter inzage te leggen of opnieuw advies aan de gemeenteraad te vragen. Rechtbank Oost-Brabant, 21 sep 2026 — ECLI:NL:RBOBR:2026:6779. Tussenuitspraak over de omgevingsvergunning voor het vestigen van een tijdelijk AZC aan de Boekelsedijk in Uden. De rechtbank geeft het college de gelegenheid om een gebrek in de doelomschrijving van het beoogde gebruik in de omgevingsvergunning te herstellen. Verder dient het college in het herstelbesluit nader te onderbouwen of de verkeersveiligheid op de Boekelsedijk in gevaar komt als gevolg van dit beschreven beoogde gebruik. De rechtbank zal de overige beroepsgronden behandelen in de eind… Relevantie: BOPA-tussenuitspraak onder Omgevingswet met bestemmingsplan als onderdeel van omgevingsplan; toetsing van doelomschrijving beoogd gebruik en ETFAL-normen bij afwijking van omgevingsplan. Relevant voor BOPA-praktijk, iets minder principieel dan de anchor Amsterdam warmtepompen.

41

Advies Raad van State inzake het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte in verband met het bieden van verlichting aan met name particuliere verhuurders in de specifieke gevallen waar zij knelpunten in huurregulering ervaren, alsmede met technische wijzigingen en het herstellen van verschrijvingen in het Woningwaarderingsstelsel

Wijziging Besluit huurprijzen woonruimte en Woningwaarderingsstelsel (WWS/WWSO) — kern van de huurregulering onder de Wet betaalbare huur.

Afdeling advisering Raad van State, 21 sep 2026 — W04.26.00199/I. Aanbieder: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Relevantie voor team: Wijziging Besluit huurprijzen woonruimte en Woningwaarderingsstelsel (WWS/WWSO) — kern van de huurregulering onder de Wet betaalbare huur.

42

Advies Raad van State inzake het Uitvoeringsbesluit hoofdstuk VIII EU-verordening batterijen

Ontwerpbesluit voert hoofdstuk VIII Batterijenverordening (EU) 2023/1542 uit: beheer van afgedankte batterijen, producentenregister, grondslag art. 9.5.2 Wet milieubeheer.

Afdeling advisering Raad van State, 21 sep 2026 — W17.25.00195/IV. Aanbieder: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Relevantie voor team: Ontwerpbesluit voert hoofdstuk VIII Batterijenverordening (EU) 2023/1542 uit: beheer van afgedankte batterijen, producentenregister, grondslag art. 9.5.2 Wet milieubeheer.