Jachtakte ingetrokken na gebruik illegale vogelvangkooien
Processen-verbaal volstaan als bewijs; vrees voor misbruik rechtvaardigt intrekking zonder lichtvoetige evenredigheidsafweging.
De minister trok de jachtakte in omdat de houder betrokken was bij het bouwen, onderhouden en gebruiken van vogelvangkooien voor kraaien en eksters, zonder de vereiste vergunning. De rechtbank oordeelde dat de processen-verbaal voldoende bewijs vormden om vrees voor misbruik aan te nemen. De minister hoefde dat niet nader te onderbouwen. De evenredigheidstoets pakte negatief uit voor eiser: de rechtbank zag geen sprake van een lichte onregelmatigheid die een minder ingrijpende maatregel zou rechtvaardigen. Voor het expertteam betekent dit dat overtredingen van soortenbeschermingsregels — ook zonder strafrechtelijke veroordeling — een stevige bestuursrechtelijke respons kunnen dragen, mits de feiten uit de processen-verbaal helder zijn gedocumenteerd.
