Deze uitspraak gaat over een omgevingsvergunning voor de realisatie van een fietspad tussen de Narcislaan en Het Broek in Valkenswaard.
Rechtbank interpreteert artikel 22.281 Omgevingsplan en verhouding met artikel 22.278 en 8.0a Bkl bij oude aanlegvergunningenstelsels in transitiefase; oordeelt dat bevoegdheid met beoordelingsruim...
Rechtbank Oost-Brabant, 2 sep 2026 — ECLI:NL:RBOBR:2026:6330. Deze uitspraak gaat over een omgevingsvergunning voor de realisatie van een fietspad tussen de Narcislaan en Het Broek in Valkenswaard. De voorzieningenrechter schorst de omgevingsvergunning omdat het college heeft verzuimd adviezen in te winnen over een mogelijke onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en waterhuishoudkundige waarden van de gronden waarop het fietspad komt (ter plekke van een oud zandpad) en een mogelijke onevenredige afbreuk aan de functie van de waterkering. Relevantie: Rechtbank interpreteert artikel 22.281 Omgevingsplan en verhouding met artikel 22.278 en 8.0a Bkl bij oude aanlegvergunningenstelsels in transitiefase; oordeelt dat bevoegdheid met beoordelingsruimte behouden blijft en dat bij afwijking ETFAL-toetsing én toetsing aan provinciale instructieregels (8.0b Bkl) verplicht is. Doctrinaal relevant voor bruidsschat/BOPA-praktijk, sluit aan bij ETFAL-anchor RBAMS:2025:6393.