Bij besluit van 7 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met ar
Bij besluit van 7 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met...
De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] ongegrond: het college van Den Haag mocht de verwijderingskosten van € 199,57 op hem verhalen. Artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 verbiedt huishoudelijk afval buiten de aangewezen inzamelvoorziening aan te bieden; het adreslabel maakte de doos ondanks de ontbrekende naam herleidbaar tot [appellant]. Zijn niet onderbouwde verklaringen over pakketontvangst voor derden en zijn hartproblemen, en de afstand tot de container, ontkrachtten het bewijsvermoeden niet. Deze uitspraak laat zien dat het college hier op het adreslabel mocht afgaan, omdat wat [appellant] aanvoerde onvoldoende twijfel aan zijn verantwoordelijkheid opriep. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5641. Bij besluit van 7 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 februari 2026 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 lid 1 Afvalstoffenverordening 2010 en de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57 voor rekening van [ap…