In het besluit van 20 december 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard.
In het besluit van 20 december 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Op het perceel aan de [locatie] in Alphen aan den Rijn staan een kas, een waterbassin ...
De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] tegen het niet-ontvankelijk verklaarde bezwaar ongegrond, maar kent wegens overschrijding van de redelijke termijn € 1.500 schadevergoeding toe. Na verkoop van zijn naastgelegen perceel maakte [appellant] onvoldoende aannemelijk dat de handhavingsweigering schade veroorzaakte: het achterlaten van spullen kwam door de toegangsweigering van Murbo Holding B.V. De termijnoverschrijding van veertien maanden leidt tot een vergoeding van € 1.285,71 door het college van Alphen aan den Rijn en € 214,29 door de Staat der Nederlanden. Deze uitspraak laat zien dat de gestelde schade hier geen procesbelang behield, terwijl [appellant] ondanks het ongegronde beroep vergoeding kreeg voor de te lange procedure. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5649. In het besluit van 20 december 2024 heeft het college het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard. Op het perceel aan de [locatie] in Alphen aan den Rijn staan een kas, een waterbassin en een aantal hekwerken. Murbo Holding B.V. is eigenaar van dit perceel. [appellant] heeft het college op 6 mei 2021 verzocht om handhavend op te treden tegen de hekwerken. Het college heeft dit verzoek tot handhaving in het besluit van 3 juni 2021 afgewezen. Het bezwaar van [appellant] tegen het besl…