Ruimtemeesters
Nummer 0042 november 2025

Jurisprudentie week 44 · 27 okt – 2 november 2025

Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 5 uitspraken, waarvan 5 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,15). Bron: corpus3k-2026-04-25, geordend op datum.

Editie: Alle edities5 van 5 artikelen zichtbaar voor jouw team

Recreatiewoning als hoofdverblijf verboden: dwangsom van €20.000 opgelegd

Permanente bewoning van een recreatiewoning blijft verboden — ook als je er al jaren woont.

De Raad van State bevestigt dat het college van Alphen-Chaam terecht heeft opgetreden tegen een bewoner die zijn hoofdverblijf had in een recreatiewoning op een vakantiepark in Chaam. De beheersverordening verbiedt permanente bewoning expliciet. Het college legde een last onder dwangsom op van €20.000 bij niet-naleving. De bewoner kon geen bijzondere omstandigheden aanvoeren die van handhaving moesten doen afzien. Voor het milieuteam betekent dit: gemeenten hebben een stevige handhavingsgrondslag bij permanente bewoning van recreatiewoningen — ook als de situatie al langere tijd bestaat.

Gebrekkige asbestinventarisatie leidt tot volledige schadevergoeding opdrachtgever

Een onvolledige asbestinventarisatie is niet alleen een fout — de inventariseerder betaalt alle meerkosten die daaruit volgen.

Een inventariseerder die asbest mist, draagt de volledige financiële gevolgen. De rechtbank wees alle schadeposten toe: de meerkosten voor sanering (want zonder concurrentie was de prijs hoger), de vertraging van de aannemer die niet op de afgesproken datum kon starten, én de kosten van de aanvullende inventarisaties. Voor het milieuteam betekent dit: controleer bij opdrachtverlening voor asbestinventarisatie expliciet de scope en vastlegging van volledigheid. Een opdrachtgever die later meer asbest aantreft, heeft een sterke civielrechtelijke positie. Houd bij begeleidingsopdrachten rekening met deze aansprakelijkheidsrisico's richting de inventariseerder.

VertrouwensbeginselOmgevingsplan03

Gewekt vertrouwen biedt geen garantie op horecavergunning

Ook bij ondubbelzinnige toezeggingen mag het college het algemeen belang zwaarder laten wegen.

Een aanvrager die toestemming vroeg voor functieverandering naar horeca beriep zich op gewekte verwachtingen vanuit eerdere contacten met de gemeente. De rechtbank erkent dat vertrouwen was gewekt, maar oordeelt dat het college dit mocht laten wijken voor het algemeen belang. Schadevergoeding volgt niet automatisch: de aanvrager kon niet aantonen dat het gewekte vertrouwen hem aantoonbaar schade heeft opgeleverd. Voor de praktijk: documenteer bij informele contacten met de gemeente altijd expliciet wélke toezegging is gedaan en door wie — en reken er niet op dat die toezegging een weigering blokkeert.

Geen handhaving geluidsoverlast gemeenteweg: wet biedt geen grondslag

Bestaande woningen vallen buiten het Bkl-geluidregime — handhaving via dit spoor is kansloos tenzij je 70 dB overschrijdt.

Wie bij de gemeente aanklopte voor handhaving van geluidsoverlast door een gemeenteweg, staat met lege handen. Paragraaf 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat geen maximale geluidbelasting voor bestaande woningen. Sanering komt pas in beeld bij meer dan 70 L(den) — een hoge drempel die zelden wordt gehaald. De rechtbank beoordeelt het EVRM-argument (artikel 8) niet inhoudelijk, omdat het handhavingsverzoek te ruim was geformuleerd. Praktisch betekent dit: een handhavingsverzoek op basis van Bkl-geluidnormen is voor bestaande woningen bij wegverkeerslawaai vrijwel kansloos. Wie toch wil procederen, moet het verzoek scherp afbakenen om aan artikel 8 EVRM-toetsing toe te komen.

Loonheffingen & detacheringArbeidsmigratie05

Fiscale naheffing bij Portugees uitzendbureau raakt vrijstellingen arbeidsmigranten

Controleer of ET-kostenvergoedingen en de 30%-regeling correct zijn onderbouwd bij grensoverschrijdende detachering.

Een Portugees uitzendbureau dat Oost-Europese lassers en pijpfitters in Nederland detacheerde, krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen over 2019 opgelegd. De rechtbank beoordeelt of gerichte vrijstellingen voor extraterritoriale kosten (ET-regeling) en de 30%-regeling terecht zijn toegepast. De kern van het geschil is de fiscale bewijslast: het bureau kon niet aantonen dat aan de voorwaarden was voldaan. Voor teams die arbeidsmigranten begeleiden is dit een reminder dat vrijstellingen alleen standhouden met gedegen loonadministratie en werkgeversverklaringen — ook als de formele werkgever in een ander EU-land is gevestigd.