Ruimtemeesters
Nummer 01411 januari 2026

Jurisprudentie week 02 · 5 jan – 11 januari 2026

Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 3 uitspraken, waarvan 3 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,15). Bron: corpus3k-2026-04-25, geordend op datum.

Editie: Alle edities3 van 3 artikelen zichtbaar voor jouw team

Camping heringericht zonder AERIUS-berekening: vergunning geschorst

Geen AERIUS-berekening bij herinrichting camping is onvoldoende — controleer dit vóór vergunningverlening.

De rechtbank Gelderland schorste een omgevingsvergunning voor de herinrichting van een camping, omdat het college had nagelaten te beoordelen of het project significante gevolgen heeft voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het omgevingsplan verplicht tot die beoordeling, en zonder AERIUS-berekening kon het college die verplichting niet waarmaken. Praktisch gevolg: bij ruimtelijke ingrepen op of nabij campings — en vergelijkbare recreatieve voorzieningen — moet je als adviseur altijd eerst checken of een stikstofdepositieberekening onderdeel uitmaakt van het vergunningstraject. Ontbreekt die, dan staat de vergunning op losse schroeven zodra een belanghebbende naar de rechter stapt.

Natuurvergunning hockeyvelden Zaandijk blijft ondanks intrekkingsverzoek overeind

Een verzoek tot intrekking van een Wnb-vergunning stuit op hoge drempel — schorsing helpt niet zomaar.

De Raad van State beoordeelde of de natuurvergunning voor drie hockeyvelden en een clubgebouw in Zaandijk terecht niet werd ingetrokken na een verzoek van omgevingspartij KMZ. De uitspraak bevestigt dat intrekking van een eenmaal verleende Wnb-vergunning geen automatisme is: de lat ligt hoog en een schorsingsverzoek biedt geen shortcut. Voor milieuteams betekent dit dat wie een vergunning wil aanvechten via intrekking, concrete en actuele stikstof- of ecologische onderbouwing moet aanleveren. Een brief met een verzoek is onvoldoende; de bewijslast ligt bij de verzoeker.

Voorlopige voorzieningOmgevingsplan03

Voorlopige voorziening bestemmingsplan bedrijfsuitbreiding Heusden afgewezen

Spoedeisend belang woog niet op tegen gemeentelijk belang bij concentratie bedrijfslocaties.

De gemeente Heusden stelde een bestemmingsplan vast voor de uitbreiding en concentratie van een sloop- en recyclingbedrijf op één locatie in Hedikhuizen. Een omwonende of derde-belanghebbende vroeg een voorlopige voorziening aan om het plan te schorsen. De Raad van State wees dat verzoek af: het spoedeisend belang was onvoldoende om de gemeentelijke belangen opzij te zetten. Het plan valt nog onder de oude Wro (overgangsrecht art. 4.6 lid 3 Invoeringswet Ow). Voor het omgevingsplan-team geen nieuwe leerstukken, maar het bevestigt dat rechters bij vovo's de lat voor schorsing hoog leggen — ook bij gevoelige bedrijfsbestemmingen.