Het College stelt de boete voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen lager vast omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mestaanvoer door de betreffende onde
Het College stelt de boete voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen lager vast omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mestaanvoer door de betreffende o...
Het College verlaagt de door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan [naam 1] opgelegde mestboete tot € 5.001,57 en herroept het boetebesluit in zoverre. Omdat de onderliggende Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen ontbreken, heeft de minister de betwiste aanvoer van vier vrachten door [naam 5] niet aannemelijk gemaakt en vermindert het College de berekende normoverschrijding met 495 kilogram stikstof. Naast de matiging wegens het verstrijken van de beslistermijn past het College een vermindering toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM. Deze uitspraak laat zien dat het registratieoverzicht hier onvoldoende bewijs bood voor de betwiste mestaanvoer. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 sep 2026 — ECLI:NL:CBB:2026:459. Het College stelt de boete voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen lager vast omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mestaanvoer door de betreffende onderneming op het bedrijf van appellant heeft plaatsgevonden. De Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen, die ten grondslag liggen aan het overzicht van de registraties door de mestaanvoerders, ontbreken namelijk. Het College heeft bij het lager vaststellen van de boete rekening gehouden met de oversch…