Beroep tegen het vestigen van een voorkeursrecht op de percelen van Renbaan Duindigt in Wassenaar en het afwijzen van het verzoek om ontheffing van de aanbiedingsplicht.
Kernvraag: welke grondslag (structuurvisie/omgevingsvisie vs. voorkeursrechtbeschikking) voor toedeling van niet-agrarische functie/moderniseringslocatie onder art. 9.1 Ow. Directe toetsing van doo...
De rechtbank verklaart de beroepen van Stichting Beheer Renbaan Duindigt ongegrond: het voorkeursrecht van de gemeenteraad van Wassenaar en de geweigerde ontheffing door het college blijven in stand. Modernisering bood voldoende richting voor artikel 9.1, eerste lid, onder c, Omgevingswet; de structuurvisie bedacht de renbaan nog geen concrete functie toe. De koopovereenkomst met Stichting Villa Betty was niet tijdig ingeschreven voor de uitzondering van artikel 9.9 en leverde geen gewichtige reden op voor ontheffing volgens artikel 9.10; bovendien beoogde de koper ook woningbouw. Deze uitspraak laat zien dat de eerdere verkoop en de gestelde noodzaak daarvan voor behoud van deze renbaan onvoldoende waren om de aanbiedingsplicht te doorbreken. Rechtbank Den Haag, 22 sep 2026 — ECLI:NL:RBDHA:2026:27066. Beroep tegen het vestigen van een voorkeursrecht op de percelen van Renbaan Duindigt in Wassenaar en het afwijzen van het verzoek om ontheffing van de aanbiedingsplicht. De rechtbank is van oordeel dat de gemeenteraad een voorkeursrecht mogen vestigen op de percelen van Renbaan Duindigt. Daarnaast zijn er geen gewichtige redenen om een ontheffing van de aanbiedingsplicht te verlenen. Het college heeft dat verzoek dan ook mogen afwijzen. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Relevantie: Kernvraag: welke grondslag (structuurvisie/omgevingsvisie vs. voorkeursrechtbeschikking) voor toedeling van niet-agrarische functie/moderniseringslocatie onder art. 9.1 Ow. Directe toetsing van doorwerking van structuurvisie als omgevingsvisie en 'meest concrete grondslag'-leer — relevant kader voor omgevingsbeleid.