Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk
RvS oordeelt dat bij een APV-weigering wegens strijd met het omgevingsplan (art. 2:28 lid 2 APV) de burgemeester moet toetsen aan het in de aanvraag omschreven gebruik, niet aan het feitelijk gebru...
De Afdeling verklaart het hoger beroep van [appellant], handelend onder de naam [eetcafé], gegrond en vernietigt het besluit op bezwaar van de burgemeester van Rijswijk. De burgemeester moest uitgaan van het aangevraagde gebruik als eetcafé, dat past binnen het omgevingsplan, en mocht het feitelijke gebruik met waterpijpen niet bepalend achten. De weigering op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de APV was daarom onjuist; het besluit was ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Deze uitspraak laat zien dat bij deze vergunningaanvraag het aangevraagde gebruik de beoordeling moest bepalen; de burgemeester moet opnieuw op het bezwaar beslissen. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5668. Bij besluit van 10 december 2024 heeft de burgemeester van Rijswijk een aanvraag van [appellant] om verlenging van de exploitatievergunning voor [eetcafé], gevestigd op het adres [locatie] te Rijswijk (het perceel), afgewezen. De burgemeester heeft de aanvraag om verlenging van deze vergunning op grond van artikel 2:28, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rijswijk 2024 (APV) afgewezen, omdat de exploitatie volgens hem in strijd is met het Omgevingsplan gemeente Rijswijk (het om… Relevantie: RvS oordeelt dat bij een APV-weigering wegens strijd met het omgevingsplan (art. 2:28 lid 2 APV) de burgemeester moet toetsen aan het in de aanvraag omschreven gebruik, niet aan het feitelijk gebruik. Raakt de omgevingsplan-toetsingskader-doctrine maar via de APV-band; nuttige verduidelijking, geen kerndoctrine over planregels of BOPA.