Jurisprudentie week 09 · 23 feb – 1 maart 2026
Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 8 uitspraken, waarvan 8 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,15). Bron: corpus3k-2026-04-25, geordend op datum.
Voortzetting huur na overlijden afgewezen wegens misbruik van recht
Ontruiming uitvoerbaar bij voorraad: een kansloze 7:268-vordering kan als misbruik van recht worden gekwalificeerd.
Een bewoner probeerde na het overlijden van de huurder de huurovereenkomst voort te zetten op grond van artikel 7:268 BW. De rechtbank wees de vordering af: de bewoner maakte geen reële kans. Opvallend is dat de rechter de ontruiming uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, omdat het instellen van de vordering onder deze omstandigheden misbruik van recht oplevert. Voor corporaties als Haag Wonen bevestigt dit dat een kansloze procedure de ontruiming niet automatisch vertraagt. Voor het wonen-team is dit geen doctrinaire koerswijziging, maar wel een bruikbaar precedent als bewoners 7:268-vorderingen gebruiken als vertragingstactiek.
Rechtbank laat Amsterdamse touringcarcorridor in stand ondanks bezwaar buiten route
Gemeentelijk beleidsdocument mag sturend zijn bij corridorkeuze — ook als jouw locatie er buiten valt.
Amsterdam stelde in 2021 een rijverbod in voor zware voertuigen binnen de centrumring. Een later verkeersbesluit creëerde een uitzondering: een corridor waarop autobussen wél mogen rijden. Twee eisers lagen buiten die corridor en vochten het besluit aan. De rechtbank toetste het besluit aan de Agenda Touringcar, een gemeentelijk beleidsdocument, en vond de corridorkeuze voldoende onderbouwd en evenredig. Les voor het expertteam: gemeentelijk beleid hoeft geen omgevingsvisie te zijn om rechterlijk gewicht te krijgen. Zorg bij soortgelijke verkeersbesluiten dat de beleidsgrondslag expliciet in het besluit staat en dat de ruimtelijke afweging per locatie inzichtelijk is gedocumenteerd.
Oude aanvraag bedrijfswoning valt buiten bereik nieuw planregime
Aanvragen van vóór 2024 blijven onder het oude bestemmingsplan vallen, ook als nieuw plan de bedrijfswoning inmiddels uitsluit.
Een aanvraag ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt beoordeeld naar het bestemmingsplan dat gold op het moment van aanvraag — niet naar een later vastgestelde herziening die de bedrijfswoning uitsluit. Dat volgt uit artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet. In deze zaak bood het oude bestemmingsplan geen weigeringsgrond, en had het college tijdens de beroepsprocedure bovendien aangegeven dat verlening mogelijk was. Die combinatie laat maar één uitkomst open: de vergunning moet worden verleend. Let bij lopende beroepszaken altijd op welk planregime van toepassing is en wat eerder in de procedure is toegezegd — beide kunnen het college binden.
Bestuursdwang sneuvelt als weg geen weg blijkt te zijn
Controleer altijd eerst of de weg wettelijk kwalificeert voordat je een snoeihandhaving start.
Het college legde een last onder bestuursdwang op aan een perceeleigenaar: snoei het overhangende groen zodat een doorgang van 4,5 meter breed en 4 meter hoog ontstaat. De rechtbank vernietigde die last omdat de weg in kwestie niet kwalificeert als weg in de zin van de Wegenwet. Zonder die grondslag ontbreekt de bevoegdheid om te handhaven. De uitspraak volgt een vaste Raad van State-lijn en is daarmee geen verrassing, maar het is een praktische herinnering: check de wegstatus vóór je een handhavingstraject start. Voor milieuhandhavingsteams is de directe relevantie beperkt, maar het principe — bevoegdheidsgrondslag eerst — geldt breed.
Motiveringsgebrek Zwarte Meer laat rechtsgevolgen wijzigingsbesluit intact
Gebrekkige onderbouwing hoeft niet te leiden tot vernietiging: controleer of rechtsgevolgen in stand kunnen blijven.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor het Natura 2000-gebied Zwarte Meer: het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden is op dat punt onvoldoende gemotiveerd. Toch blijven de rechtsgevolgen in stand. Voor het milieuteam betekent dit dat een motiveringsgebrek in besluiten over aanwijzing of wijziging van Habitatrichtlijngebieden niet automatisch tot inhoudelijke herziening leidt. Controleer bij bezwaar of beroep steeds of de rechter aanleiding ziet de rechtsgevolgen te laten voortbestaan — dat beperkt de praktische winst van een formele overwinning aanzienlijk. Leg die afweging tijdig voor aan de cliënt.
Buurtbewoners falen in verzet tegen ondergrondse afvalcontainers in woonstraat
Gemeenten hebben ruime beleidsvrijheid bij locatiekeuze voor ondergrondse containers — bezwaar vanuit directe omgeving maakt weinig kans.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat Den Haag de locatie Van Aerssenstraat terecht heeft aangewezen voor twee ondergrondse restafvalcontainers. Bewoners uit de straat tekenden beroep aan, maar de Afdeling houdt het plaatsingsplan in stand. Voor milieuteams is de kern: gemeenten beschikken over aanzienlijke beleidsvrijheid bij het vaststellen van plaatsingsplannen voor ondergrondse containers. Bezwaren over overlast, parkeerdruk of visuele hinder wegen zwaar mee in de besluitvorming, maar volstaan zelden om een aanwijzingsbesluit te laten sneuvelen. Zorg dat plaatsingsplannen aantoonbaar de belangen van omwonenden hebben afgewogen en de locatiekeuze vergelijkend hebben onderbouwd.
Geurklachten over ORAC verplichten college tot locatieonderzoek ter plekke
Bewonersklachten over stankoverlast bij afvalcontainers? Doe altijd aantoonbaar locatieonderzoek voor je het plaatsingsplan vaststelt.
De Raad van State oordeelt dat Den Haag onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de aanwijzing van locatie 51-22A voor drie ondergrondse restafvalcontainers. De bewoonster had concrete geurklachten gemeld, maar het college had nagelaten ter plekke te onderzoeken of die klachten hout sneden. Dat is niet conform de zorgvuldigheidsplicht. Voor handhavingsteams is de praktische les: ook buiten formele handhavingstrajecten kan een college gebonden zijn aan een onderzoeksplicht als bewoners onderbouwde overlastklachten indienen. Wie dat onderzoek overslaat, riskeert vernietiging van het besluit. Documenteer locatiebezoeken en -bevindingen altijd expliciet in het dossier.
Eerder dwangsom pluimveebedrijf blokkeert nieuw verbod stank en vliegen niet
Een bestaand dwangsomvonnis staat een aanvullend verbod op overlast niet in de weg — controleer je handhavingsstrategie.
Een pluimveebedrijf op Curaçao veroorzaakte aanhoudende stank- en vliegenoverlast. Er lag al een dwangsomvonnis, maar de overlast hield aan. Het Gemeenschappelijk Hof oordeelde dat een eerder opgelegd dwangsomvonnis een nieuw verbod niet uitsluit wanneer de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft. Voor het milieuteam betekent dit: stapel handhavingsinstrumenten indien nodig. Een lopende dwangsom dekt niet automatisch alle nieuwe of voortdurende overtredingen. Leg bij aanhoudende emissieoverlast afzonderlijk vast welke specifieke gedragingen het nieuwe verbod bestrijkt, zodat het onderscheid met het eerdere vonnis juridisch houdbaar blijft.
