Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere [appellanten] (hierna: [appellant A]) gelast om het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van zijn woning aan
Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere [appellanten] (hierna: [appellant A]) gelast om het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van zijn woning ...
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep van [appellant A] en de erfgenamen van [appellant B] ongegrond is en bevestigt de rechtbankuitspraak voor zover aangevallen. Kortdurende recreatieve verhuur aan wisselende huurders met hun hoofdverblijf elders geldt niet als wonen volgens artikel 19.1, eerste lid, onder a, van de planregels; gebruik door de eigenaar als tweede woning heeft een andere duurzaamheid en ruimtelijke uitstraling. De aanduiding ‘verblijfsrecreatie’ ontbreekt, en ook als de verhuur buiten de definitie van verblijfsrecreatie valt, maakt dat haar nog geen wonen. Deze uitspraak laat zien dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar van het college van Veere in stand blijven, zodat de last onder dwangsom blijft gelden. Raad van State, 23 sep 2026 — ECLI:NL:RVS:2026:5664. Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere [appellanten] (hierna: [appellant A]) gelast om het gebruik in strijd met het bestemmingsplan van zijn woning aan de [locatie], gemeente Veere, te beëindigen en beëindigd te houden onder oplegging van een dwangsom. Hij kan dit doen door het recreatief verhuren van de woning te staken en gestaakt te houden. Een toezichthouder van de gemeente heeft in 2023 en 2024 controles uitgevoerd aan de woning aan de [loca…