Jurisprudentie week 48 · 24 nov – 30 november 2025
Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 9 uitspraken, waarvan 9 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,15). Bron: corpus3k-2026-04-25, geordend op datum.
Motiveringsgebrek vergunning nieuwe inrit overleeft voorlopige voorziening
Een gebrekkige motivering hoeft geen schorsing te betekenen als herstel in bezwaar realistisch is.
Het college verleende een omgevingsvergunning voor een nieuwe inrit, maar motiveerde het besluit onvoldoende. Toch wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af: het gebrek is herstelbaar in bezwaar, en dat weegt zwaarder dan de geconstateerde tekortkoming. Voor het milieuteam betekent dit dat een inhoudelijk aanvechtbaar vergunningsbesluit niet automatisch geschorst wordt zodra herstel nog mogelijk is. Zorg bij bezwaarschriften dus dat je ook aantoont waarom het gebrek níet herstelbaar is — alleen dan vergroot je de kans op schorsing via een voorlopige voorziening.
Stationaire batterij buiten boot omdat laadstations onder drempel van 25.000 euro blijven
Combineer laadstations en batterijopslag pas in één SPRILA-aanvraag als het subsidiebedrag voor de laadstations minimaal €25.000 bedraagt.
Een bedrijf vroeg SPRILA-subsidie aan voor zowel laadstations als een stationaire batterij. De rechtbank Den Haag bevestigt dat de batterijsubsidie alleen wordt verleend als het subsidiebedrag voor de laadstations minimaal €25.000 bedraagt. Dat drempelbedrag werd hier niet gehaald, waardoor de batterij buiten de regeling valt. Er is geen principiële lijn: de rechter past de regelingstekst strikt toe. Praktisch gevolg: controleer bij SPRILA-aanvragen of de laadstationcomponent zelfstandig de drempel haalt voordat je batterijopslag meeneemt. Is dat niet het geval, dien beide onderdelen apart in of wacht op een aanvraagperiode met voldoende laadstationcapaciteit.
Uitspraak valt buiten scope nieuwsbrief
Deze uitspraak betreft strafrecht (Opiumwet) en is niet relevant voor het ruimtelijk-juridische werkveld.
Deze uitspraak van Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2025:14414) gaat over de strafrechtelijke veroordeling voor uitvoer van harddrugs onder de Opiumwet. Dat is strafrecht, geen omgevingsrecht, bestuursrecht of milieutoezicht in de zin van de Omgevingswet. De aanduiding 'milieu-relevant (tata)' in de aanlevering is niet navolgbaar op basis van de beschikbare informatie. Advies: deze uitspraak niet opnemen in de nieuwsbrief. Als er een milieurechtelijke link is die ontbreekt in de aanlevering, graag die context alsnog aanleveren.
Parapluplan kleine windmolens agrarisch bedrijf houdt stand bij Raad van State
Een parapluplan met binnenplanse afwijking werkt als juridisch instrument voor kleine windturbines op agrarische percelen.
De gemeente Dantumadiel stelde een paraplubestemmingsplan vast dat op het hele gemeentelijke grondgebied van toepassing is. Agrariërs kunnen via een binnenplanse afwijkingsvergunning maximaal twee kleine windturbines plaatsen op of direct grenzend aan hun bouwperceel. De Raad van State liet het plan in stand. Voor het expertteam Milieu betekent dit dat een paraplubestemmingsplan een bruikbare aanpak is om gemeentebreed beleid voor kleine windmolens te verankeren zonder elk bestemmingsplan afzonderlijk te herzien. Let wel op de voorwaarden die aan de binnenplanse afwijking worden gesteld: die bepalen in de praktijk hoeveel ruimte initiatiefnemers krijgen.
Zorgplicht geluid TivoliVredenburg: handhavingsverzoek alsnog gehonoreerd na jaren
Gebruik artikel 2.1 Activiteitenbesluit als zelfstandige grondslag bij geluidsoverlast — en houd de beslistermijn na bezwaar strak bij.
De Raad van State bevestigt dat de zorgplicht van artikel 2.1 Activiteitenbesluit een zelfstandige handhavingsgrondslag vormt: als geluidsoverlast onmiskenbaar in strijd is met die zorgplicht, mag het bevoegd gezag handhaving niet weigeren met een beroep op de APV of het ontbreken van concrete normen. Rangorde tussen APV en Wet milieubeheer speelt hier wél een rol — ken die hiërarchie. Praktisch extra punt: het college overschreed de beslistermijn op bezwaar, waardoor de dwangsom van rechtswege opliep tot het wettelijk maximum op grond van artikel 4:17 Awb. Houd bij handhavingsverzoeken de herbeslistermijn dus strak in de gaten, anders loopt de gemeente automatisch vast op een dwangsom.
Kerkombouw naar 83 wooneenheden in Waalwijk juridisch houdbaar
Herbestemming van een rijksmonument naar woningen: zo doorstaat het plan de Raad van State.
De Raad van State heeft het bestemmingsplan voor de Sint-Clemenskerk in Waalwijk in stand gelaten. De gemeente maakt hiermee de transformatie van een leegstaand rijksmonument naar maximaal 83 wooneenheden mogelijk — 46 zorgwoningen en 37 reguliere woningen. De uitspraak bevestigt dat een kerkombouw in een bestaande woonwijk planologisch haalbaar is, mits het woon- en leefklimaat deugdelijk is onderbouwd. Voor het expertteam Wonen betekent dit: bij vergelijkbare herbestemmingen van religieus erfgoed moet je de effecten op omliggende bewoners concreet in beeld brengen. Een rijksmonumentstatus staat woningbouw niet in de weg, maar vraagt extra aandacht voor de ruimtelijke inpassing.
Heerlen's verbod op woningsplitsing en kamerbewoning houdt stand bij Raad van State
Gemeenten mogen woningsplitsing en kamerbewoning verbieden via een parapluplan, ook als afwijking via beleidsregels mogelijk blijft.
Heerlen stelde een paraplubestemmingsplan vast dat woningsplitsing en kamerbewoning verbiedt op het hele grondgebied. Afwijking is mogelijk via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, gekoppeld aan gemeentelijke beleidsregels over kamerbewoning en huisvesting van aandachtsgroepen. De Raad van State bevestigt dat dit juridisch houdbaar is. Voor gemeenten die vergelijkbare parapluplannen willen inzetten: zorg dat de afwijkingsbevoegdheid duidelijk is afgebakend in beleidsregels en dat die beleidsregels actueel zijn vastgesteld. De koppeling tussen planregel en beleidsregel is hier de sleutel tot de houdbaarheid.
Wederspannigheid bij aanhouding: geen schending recht op getuigenverhoor
Getuigenverzoek afgewezen als niet relevant voor de tenlastelegging — dat mag.
De Hoge Raad liet het oordeel van het hof in stand via artikel 81 RO. Het hof wees het verzoek af om de moeder van de verdachte als getuige te horen, omdat haar verklaring niet relevant was voor de vragen van schuld en strafbaarheid. Ook het verweer dat verbalisanten onrechtmatig optraden — de moeder had de verdachte toestemming gegeven in de woning te blijven — leverde geen succes op. Voor handhavingspraktijk betekent dit: een grievende of botte toon van handhavers maakt een aanhouding niet automatisch onrechtmatig, zolang de juridische grondslag klopt.
BOPA verleend zonder instemmingsvereiste waterschap: beroep gegrond
Vraag bij een BOPA het waterschap om instemming, niet alleen om advies.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het college bij een BOPA voor een schuur in de Hoeksche Waard ten onrechte alleen advies had gevraagd aan het waterschap. Op grond van artikel 4.24, lid 1, onder c van het Omgevingsbesluit was instemming vereist. Het beroep werd gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De praktische les: controleer bij elke BOPA-aanvraag welke betrokken bestuursorganen instemmingsrecht hebben in plaats van alleen een adviesrol. Een gemiste instemmingsvereiste maakt het besluit formeel gebrekkig, ook als de inhoud door de rechter wordt geaccepteerd.
