Ruimtemeesters
Nummer 01915 februari 2026

Jurisprudentie week 07 · 9 feb – 15 februari 2026

Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 4 uitspraken, waarvan 4 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,15). Bron: corpus3k-2026-04-25, geordend op datum.

Editie: Alle edities4 van 4 artikelen zichtbaar voor jouw team
Vergunningplicht & BblOmgevingsplan01

Verbouwing met constructiewijziging vergt vergunning voor héél het bouwwerk

De Iplo-uitleg van artikel 2.25 Bbl klopt niet: bij verbouw met dakbedekking telt het hele bouwwerk, niet alleen het gewijzigde onderdeel.

Een eigenaar verbouwde een pand en wijzigde daarbij balken, een binnenmuur en een vloer. Het college weigerde te handhaven, mede steunend op de Iplo-uitleg dat bij artikel 2.25 Bbl alleen het gewijzigde bouwdeel bepalend is voor de vergunningplicht. Rechtbank Noord-Nederland verwerpt dit expliciet: bij een bestaand bouwwerk met dak moet het gehele bouwwerk als referentiepunt gelden. Dat maakt de drempel voor vergunningplichtige bouwactiviteiten lager dan veel gemeenten nu hanteren. Controleer lopende handhavingsdossiers en vergunningbeoordelingen waarbij constructieve wijzigingen op onderdelen zijn beoordeeld — de reikwijdte van de plicht is groter dan Iplo suggereert.

Vergunningvrij bouwenOmgevingsplan02

Onduidelijke erfgrens blokkeert handhaving vergunningvrij bijgebouw

Controleer altijd eerst waar het achtererfgebied begint voordat je een last oplegt.

Een college legde een last onder dwangsom op voor een bijgebouw dat volgens hem in strijd was met het omgevingsplan. De voorzieningenrechter stak daar een stokje voor: uit de bruidsschat-regels van het omgevingsplan Venlo én de Bbl-definitie van achtererfgebied bleek onvoldoende duidelijk waar het achtererfgebied precies begon. Zolang dat niet vaststaat, is ook niet zeker of het bijgebouw vergunningvrij is toegestaan. Conclusie voor de praktijk: controleer bij handhaving van bouwwerken altijd eerst nauwkeurig de erfgrens en de ligging ten opzichte van openbaar toegankelijk gebied. Ontbreekt die zekerheid, dan houdt een dwangsom geen stand.

BestemmingsplanOmgevingsplan03

Vijf appartementen op tuinperceel Alblasserdam planologisch aanvaardbaar

Afweging van woonbestemming op voormalig tuinperceel: welke argumenten houden stand bij de Raad van State?

De Raad van State oordeelt op 11 februari 2026 dat de gemeente Alblasserdam het bestemmingsplan voor vijf appartementen nabij Oost Kinderdijk 9 in redelijkheid heeft kunnen vaststellen. De locatie had eerder een tuinbestemming; omwonenden vochten het plan aan, maar hun bezwaren over onder meer ruimtelijke inpassing en woongenot hielden geen stand. De uitspraak valt nog onder het pre-Omgevingswet-regime (art. 4.6 Iw Ow). Voor lopende planprocedures onder oud recht blijft de vertrouwde toetsingsmaatstaf — de ruimtelijke aanvaardbaarheid en de evenredigheidsafweging — onveranderd van toepassing.

Uitsterfregeling ruimt baan voor 250 woningen in Bornsche Maten

Agrarisch bedrijf mag uitdoven, woningbouw gaat door — zo werkt de uitsterfregeling in de praktijk.

De Raad van State houdt het bestemmingsplan voor 250 woningen in De Horsten (Borne) in stand. De gronden hadden al een uit-te-werken woonbestemming; de gemeente heeft die nu concreet gemaakt. Een nabijgelegen agrarisch bedrijf mocht niet worden bestemd voor voortzetting: de raad koos bewust voor een uitsterfregeling. Dat betekent dat bestaand gebruik wordt gedoogd totdat het stopt, maar uitbreiding of overdracht zijn niet meer mogelijk. Voor woningbouwprojecten op voormalig agrarisch gebied is dit een beproefde route — mits de gemeente de belangen van de ondernemer aantoonbaar heeft meegewogen.