Jurisprudentie week 27 · 29 jun – 5 juli 2026
Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 18 uitspraken, waarvan 8 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,25). Plus 2 wetgevingsadviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State. Bron: corpus-rolling-2026-07-12, geordend op datum.
Slachterij ten onrechte beboet: goedgekeurde vetten vallen buiten Verordening 142/2011
Stel voor elk handhavingstraject vast of het product al goedgekeurd is voor humane consumptie — Verordening 142/2011 geldt alleen als dat níét het geval is.
De NVWA beboette een slachterij voor bezoedelde varkensscheilvetten en netvetten op grond van Verordening 142/2011. De rechtbank draait de boete terug: die verordening geldt uitsluitend voor dierlijke bijproducten die níét voor menselijke consumptie zijn bestemd. De vetten waren op het moment van constatering al goedgekeurd voor humane consumptie en vielen daarmee buiten het bereik van de ingeroepen bepaling. Handhavende instanties moeten vóór het opleggen van een boete de productstatus vaststellen. Een verkeerde kwalificatie — bijproduct versus voor consumptie goedgekeurd — tast de grondslag van de hele handhavingsactie aan en maakt de boete onhoudbaar.
Rechter grijpt niet in zolang minister wolvenmaatregelen nog onderzoekt
Actief ministerieel onderzoek naar wolvenmaatregelen weegt zwaar mee tegen toewijzing voorlopige voorziening bij afgewezen handhavingsverzoek.
Het CBB wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af van een stichting die afdwinging eiste van maatregelen ter bescherming van ponyveulens tegen wolven. De minister had het handhavingsverzoek afgewezen en onderzoekt nu nog welke maatregelen passend zijn. De voorzieningenrechter loopt daar niet op vooruit: zolang het bevoegd gezag actief onderzoek voert naar de noodzaak én inhoud van maatregelen, weegt dat zwaar mee in de belangenafweging — in het nadeel van de verzoekende partij. Praktisch gevolg: wie via een voorlopige voorziening afdwinging wil afdwingen terwijl het onderzoekstraject nog loopt, staat met lege handen.
Tien procent afwijking dekt geen bouwhoogte — BOPA is verplicht
Controleer bij elk afwijkingsverzoek exact welk artikel je inroept: art. 15-bevoegdheid stopt bij het bouwvlak.
De voorzieningenrechter trekt een harde lijn: de 10%-afwijkingsbevoegdheid in artikel 15 van het bestemmingsplan — dat hier als tijdelijk deel van het omgevingsplan geldt — ziet uitsluitend op bouwgrenzen (het bouwvlak), niet op bouwhoogte. Voor de hoogteoverschrijding bij dit appartementencomplex in Urk was daarom een BOPA nodig, met een volledige ETFAL-toets op grond van artikel 8.0a Bkl. De vergunning doorstaat die toets en de schorsing wordt afgewezen. Praktisch: wie in de transitiefase een bestaand bestemmingsplan-artikel inroept als afwijkingsgrondslag, moet de reikwijdte ervan precies nalopen — hoogte en bouwvlak zijn hier gescheiden sporen.
Hogere dwangsom dan LHSO-standaard gerechtvaardigd bij financieel gewin en recidive
Motiveer afwijking van de LHSO-dwangsommenlijst concreet op financieel voordeel of recidive — dan houdt de dwangsomhoogte stand.
De voorzieningenrechter bevestigt dat Eindhoven bevoegd is op te treden tegen parkeerexploitanten die terreinen rond Eindhoven Airport gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. De kern zit in de dwangsomhoogte: het college week af van de LHSO-dwangsommenlijst en motiveert dat met structureel financieel gewin en recidive. De rechtbank accepteert die afwijking op grond van art. 5:32b lid 3 Awb, getoetst aan art. 4:84 Awb. Praktisch: wie een hogere dwangsom wil opleggen dan de standaardlijst voorschrijft, moet de bijzondere omstandigheid — gewin of recidive — expliciet in het besluit benoemen. Randaantekening: dit is een ruimtelijk-handhavingszaak, geen Wm-overtreding.
Uitbreiding varkenshouderij met mestverwerking in America beoordeeld in gefaseerde vergunningsprocedure
Bij een gefaseerde omgevingsvergunning sluit fase één het venster voor locatie- en milieubezwaren — fase twee is te laat.
GS Limburg verleende in 2021 een tweede-fase omgevingsvergunning voor uitbreiding van een varkenshouderij met mestverwerking in America. De aanvrager beschikte al over een revisievergunning uit 2012, maar de installaties waren nog niet gerealiseerd. Meerdere partijen gingen in beroep; de Raad van State deed uitspraak op 1 juli 2026. De uitspraak raakt de praktijk van gefaseerde omgevingsvergunningen: ruimtelijke aanvaardbaarheid wordt beoordeeld in de eerste fase, niet de tweede. Teams die intensieve veehouderijprojecten begeleiden, moeten weten dat het moment voor inhoudelijke locatiebezwaren al voorbij is zodra fase twee in gang is.
Rotterdam verhaalt bestuursdwangkosten voor verkeerd aangeboden huishoudelijk afval
Kostenverhaal na direct afvalingrijpen: hoe hard moet je de overtreder kunnen identificeren?
Rotterdam paste op 19 september 2025 direct bestuursdwang toe omdat iemand huishoudelijk afval in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 aanbood. De kosten van € 192 werden op de overtreder verhaald. De Raad van State toetst of de gemeente de overtreding voldoende heeft vastgesteld en de kosten correct heeft toegerekend. Kern voor de handhavingspraktijk: bij spoedeisende bestuursdwang voor afvalovertredingen moet je de identiteit van de overtreder hard kunnen maken — dat is doorgaans het breekpunt in dit soort beroepszaken.
Meerwerk bij bestuursdwang verhaalbaar alleen als kosten aantoonbaar aan last te koppelen
Leg per kostenpost vast waarom het meerwerk noodzakelijk was en welke last het dekte — anders valt verhaal weg.
Den Haag probeerde ruim €52.600 aan bestuursdwangkosten te verhalen na woningonderhoudshandhaving. De RvS scherpt de bestaande lijn aan: kosten van meerwerk zijn alleen verhaalbaar als het college per post aantoont dat het werk noodzakelijk was én rechtstreeks voortvloeit uit de opgelegde last. Niet onderbouwde kostenposten sneuvelen. Bovendien: verzendbewijs dat pas in hoger beroep wordt ingebracht, is in strijd met de goede procesorde en blijft buiten beschouwing. De casus betreft woningonderhoud, maar de redenering geldt breed. Praktisch: bouw het kostendossier al op bij de uitvoering — per post, met expliciete koppeling aan de last — en zorg dat bewijsstukken tijdig in het primaire dossier zitten.
Schoollocatie mocht worden herbestemd naar wonen ondanks lopend evenementengebruik
Tijdelijk evenementengebruik van een gesloopte school geeft geen vetorecht bij een planologische herafweging.
De gemeente Súdwest-Fryslân bestemmde een voormalig schoolperceel in Oudega om naar 'Wonen', terwijl het terrein na de sloop al als evenementterrein in gebruik was. Appellanten verzetten zich, maar de Raad van State liet de bestemming in stand. De uitspraak bevestigt dat feitelijk tussentijds gebruik van een locatie geen doorslaggevend argument oplevert tegen een nieuwe planbestemming. Gemeenten die vrijgekomen maatschappelijke locaties willen transformeren, hoeven dat gebruik niet als permanent gegeven mee te wegen. De motiveringsplicht voor een goede ruimtelijke ordening blijft overeind — het is het tijdelijke gebruik dat niet automatisch zwaar telt, niet de onderbouwingseis zelf.
Verbrede-reikwijdte-plan voor agrarisch perceel: Afdeling trekt grenzen van Bu Chw
Hoe ver reikt een Bu Chw-plan bij herontwikkeling van agrarisch perceel, en welke motiveringseisen gelden?
De gemeente Zoeterwoude maakte gebruik van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte — een experimenteel instrument via het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet — om een voormalig agrarisch perceel te herontwikkelen. De Raad van State beoordeelde dit plan. Verbrede-reikwijdte-plannen laten toe wat een gewoon bestemmingsplan niet kan: flexibelere normen, bredere onderwerpen, afwijkende procedures. Voor praktijkjuristen is relevant hoe de Afdeling de ruimte die Bu Chw biedt afbakent en welke motiveringseisen zij stelt bij dit type herontwikkelingsopgave.
Alphen aan den Rijn mag kamerverhuur binden aan omgevingsvergunning
Parapluplan is rechtsgeldig: geen kamerverhuur zonder vergunning, ook niet op basis van oud bestemmingsplan.
Alphen aan den Rijn stelde een paraplubestemmingsplan vast dat kamerverhuur in Zwammerdam, Hazerswoude-Dorp en Aarlanderveen vergunningplichtig maakt. De Raad van State bevestigt dat dit mag: aan het vorige bestemmingsplan konden geen blijvende rechten op kamerverhuur worden ontleend. Gemeenten die woningsplitsing en kamerverhuur willen sturen via het omgevingsplan hebben hiermee een bevestiging dat een vergunningsplicht met toets aan lokaal woonbeleid standhoudend is. Praktisch: controleer bij nieuwe aanvragen of een vergelijkbaar parapluplan van kracht is — zo ja, is een omgevingsvergunning vereist én toetst de gemeente aan haar eigen woonvisie.
Veegplan bundelt woningbouwlocaties: RvS toetst per-locatie ruimtelijke onderbouwing
Volstaat één veegplan om meerdere kleine inbreidingslocaties tegelijk te onderbouwen?
Noord-Beveland voegde diverse woningbouwlocaties samen in één veegplan, waaronder een perceel van 1.900 m² in Kortgene voor maximaal 13 gestapelde woningen. De Raad van State beoordeelde of de ruimtelijke onderbouwing per afzonderlijke locatie voldoende was, ook wanneer locaties gebundeld in één planprocedure zitten. Praktisch punt voor planteams: een veegplan ontslaat de gemeente niet van de verplichting om elke locatie zelfstandig te onderbouwen op woon- en leefomgeving, bouwhoogte en parkeren. De bundeling in één procedure is processueel efficiënt, maar inhoudelijk moet elke locatie op eigen merites kunnen worden getoetst.
Anterieure overeenkomst vervangt geen ruimtelijke borging in het bestemmingsplan
Wat je privaatrechtelijk vastlegt met de gemeente, vervangt niet wat het bestemmingsplan zelf moet borgen.
De Raad van State herhaalt: een anterieure overeenkomst en verwacht gemeentebezit van de grond bieden geen vervanging voor ruimtelijke borging in het bestemmingsplan zelf. Bij het inbreidingsplan voor 40 woningen op de Dorpsstraat in Benthuizen strandden beroepsgronden op dit punt. De les is dezelfde als in RVS:2025:3076: als een inrichtingsvereiste planologisch noodzakelijk is, moet het in de planregels of verbeelding staan — niet alleen in de privaatrechtelijke overeenkomst. Toets bij elke anterieure deal of de ruimtelijk noodzakelijke voorwaarden ook in het plan zelf verankerd zijn.
Gemeente verwijdert illegaal afval direct — RvS toetst timing schriftelijk besluit
Urgente handhaving mag zonder voorafgaand besluit, maar de schriftelijke verantwoording achteraf is juridisch bepalend.
De gemeente Groningen verwijderde op 22 december 2025 illegaal aangeboden huishoudelijk afval als spoedeisende bestuursdwang — zonder voorafgaand besluit, maar met een schriftelijke bevestiging twee dagen later. De Raad van State toetste of dit rechtmatig was: was er een grondslag in de Afvalstoffenverordening, was de urgentie reëel, en voldeed het op-schrift-stellen? Voor de handhavingspraktijk: de schriftelijke beslissing na urgente inzet is niet bijzaak maar het document waarop bezwaar en kostenverhaal worden getoetst. Zorg dat motivering en feitelijke beschrijving volledig zijn, ook als de feitelijke actie al voorbij is.
Bestemmingsplan voor 1.000 tijdelijke werknemers houdt stand, convenant handhaaft verblijfsduur
Raad van State accepteert convenant met werkgever als rechtsgeldig handhavingsinstrument voor de 12-maandsnorm in plannen voor arbeidsmigrantenhuisvesting.
Zeewolde stelde een bestemmingsplan vast voor tijdelijke huisvesting van maximaal 1.000 internationale werknemers op Bosruiterweg 14, met een verblijfsduur van maximaal twaalf maanden per persoon. De Raad van State liet het plan in stand. Cruciaal: de handhaving van de personen- en verblijfsduurnormen loopt via een convenant met de werkgever, niet uitsluitend via planregels. De RvS accepteert dit als afdoende rechtswaarborg. Voor projecten waar normstelling in planregels praktisch lastig is, biedt dit convenant-spoor een bruikbaar precedent. De uitspraak bevestigt de bestaande lijn zonder nieuwe doctrine, maar is een solide anker voor vergelijkbare locaties.
Hogere grenswaarden Wgh sneuvelen bij ontbrekende saneringsplicht N280
Check of een hogere-grenswaardenbesluit ook de saneringsverplichtingen meeneemt voordat het PIP wordt vastgesteld.
De Raad van State vernietigde het besluit van GS Limburg tot vaststelling van hogere grenswaarden voor de reconstructie van de N280 (Weert–Roermond). Kern van het oordeel: het besluit hield onvoldoende rekening met de saneringsverplichtingen die de Wet geluidhinder bij een reconstructie oplegt. Voor praktijkteams betekent dit dat hogere-grenswaardenbesluiten bij infrastructuurprojecten niet los kunnen staan van de saneringsplicht — beide sporen moeten inhoudelijk op elkaar aansluiten, anders staat het PIP juridisch op drijfzand.
Gebruik ná stilstandsperiode telt mee in Wabo-intrekkingsafweging
Breng ook activiteiten ná de 26-weekstermijn in kaart voordat je een intrekkingsverzoek indient of beoordeelt.
RvS bevestigt vaste lijn: de 26-wekentermijn uit artikel 2.33 lid 2 onder a Wabo hoeft niet direct aan het intrekkingsbesluit vooraf te gaan. GS Limburg weigerden terecht de revisievergunning voor de vleesvarkensstallen in te trekken — de vergunninghoudster had de stallen ná de stilstandsperiode niet-marginaal in gebruik genomen, en dat gebruik weegt mee in de belangenafweging. De uitspraak brengt geen nieuwe doctrine, maar herbevestigt dat je bij een intrekkingsverzoek niet alleen kijkt óf er 26 weken stilstand was, maar ook wat er daarna is gedaan. Controleer de feitelijke bedrijfsactiviteiten over de hele relevante periode.
Gemeente verhaalt kosten weggesleept voertuig via spoedeisende bestuursdwang
Wanneer zijn de kosten van direct wegslepen verhaalbaar op de voertuigeigenaar?
Vlaardingen paste op 8 april 2024 spoedeisende bestuursdwang toe door een voertuig weg te slepen en in bewaring te stellen, en stelde de kosten in rekening bij de eigenaar. De Raad van State oordeelde op 1 juli 2026 over de rechtmatigheid van zowel de toepassing als het kostenverhaal. Bij spoedeisende bestuursdwang hoeft het bestuursorgaan niet vooraf een last op te leggen, maar moet achteraf wel deugdelijk worden gemotiveerd waarom onmiddellijk optreden noodzakelijk was. Zorg bij wegsleepdossiers dat de spoedeisendheid feitelijk onderbouwd is gedocumenteerd vóórdat de kostenbesluiten worden verstuurd.
CBB vernietigt dwangsom: bestuursorgaan moet selectieve handhaving per geval motiveren
Handhaaf je bij de één maar niet bij de ander, dan moet je dat per geval uitleggen — 'later corrigeren' telt niet.
Het CBB vernietigde zowel het dwangsombesluit als het invorderingsbesluit. Een deel van de overtredingen sneuvelde al op een classificatievraag: de wilde zwijnen in het 0,5 hectare raster zijn wel 'gehouden dieren' in de zin van Verordening 2016/429, maar geen 'varkens' onder het Besluit houders van dieren — waardoor een reeks nationale voorschriften simpelweg niet van toepassing was. De beslissende klap leverde het willekeurverbod: het bestuursorgaan handhaafde wél bij deze houder, maar niet bij vergelijkbare gevallen elders, en rechtvaardigde dat met 'toekomstige correctie'. Dat volstaat niet. Selectieve handhaving is toegestaan, maar vergt een concrete, per geval gedocumenteerde motivering — niet een verwijzing naar nog te nemen besluiten.
Actualisatie Beleidslijn grote rivieren verankerd in Bkl en Bal
Geactualiseerde rivierregels worden instructie- en activiteitenregels; initiatieven in uiterwaarden krijgen een nieuw toetsingskader.
De ontwerp-AMvB verwerkt de geactualiseerde Beleidslijn grote rivieren in het Bkl (instructieregels voor water) en het Bal (meldingen en vergunningplichten voor wateractiviteiten). De BGr regelt al decennia wat mag in de stroomvoerende delen en uiterwaarden van Rijn, Maas, Waal en IJssel; de actualisatie brengt die criteria in lijn met nieuwe inzichten over veiligheid en klimaatadaptatie. Relevant voor elk project dat raakt aan de rivierzone: woningbouw in uiterwaardegebieden, dijkversterking, ontgrondingen, bruggenbouw. Het advies dateert van 2 juli 2026; het dictum is niet gepubliceerd, maar de AMvB past in de lopende consolidatie van pre-Omgevingswet waterbeleid. Vaststelling in 2026 is realistisch.
Bal en Bkl raken bodem- en waterregels via IenW-verzamelbesluit
IenW bundelt wijzigingen in zes Omgevingswet-AMvB's voor bodem en water; de Afdeling advisering heeft haar advies uitgebracht.
Het Verzamelbesluit Omgevingswet IENW bodem en water 2026 wijzigt in één AMvB het Bal, Bkl, Omgevingsbesluit, Invoeringsbesluit Omgevingswet, Besluit bodemkwaliteit en Drinkwaterbesluit. De breedte — van activiteitenregels tot drinkwaternormen — maakt dit over meerdere deelgebieden van het omgevingsrecht relevant. De Afdeling advisering heeft op 1 juli 2026 geadviseerd (W17.26.00081/IV); het concrete dictum en de eventuele bezwaren zijn uit de beschikbare gegevens niet op te maken. Zodra de volledige adviesbrief beschikbaar is, geeft die uitsluitsel over welke Bal-artikelen en Bkl-normen precies wijzigen en welke opmerkingen IenW nog moet verwerken.
