Ruimtemeesters
Nummer 03728 juni 2026

Jurisprudentie week 26 · 22 jun – 28 juni 2026

Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 32 uitspraken, waarvan 6 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,25). Bron: corpus-rolling-2026-07-05, geordend op datum.

Editie: Alle edities32 van 32 artikelen zichtbaar voor jouw team

Reparatiewet lost schending gelijkheidsbeginsel verhuurderheffing niet op

Woningcorporaties die de verhuurderheffing betaalden, kunnen alsnog terugvordering overwegen.

De Hoge Raad beoordeelt de verhuurderheffing (2014 e.v.) in combinatie met de inkomensafhankelijke huurverhoging opnieuw — na de eerdere schendingsvaststelling in HR 2018:846. De reparatiewetgeving (WMW) heeft de strijd met het gelijkheidsbeginsel van art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM jo. art. 1 EP niet afdoende opgeheven. Voor teams die verhuurders of woningcorporaties bijstaan: controleer of lopende bezwaar- of beroepsprocedures over de verhuurderheffing nog open staan. Dit arrest beantwoordt de vraag of de reparatiewet een juridische blokkade vormt voor terugvordering — dat is nu het draaipunt voor de procespositie.

Amsterdam mag bedrijf dwingen horeca als kerntaak te staken

Geen vergunde horecabestemming? Dan kan de gemeente handhaven, ook als horeca de bedrijfskern is.

Een bedrijf in De Pijp exploiteerde horeca als kerntaak van zijn activiteiten, zonder dat de bestemming dat toestond. De gemeente Amsterdam legde een last onder dwangsom op. De rechtbank stond dat toe: het feit dat horeca centraal stond in de bedrijfsvoering maakt de overtreding niet kleiner maar eerder zwaarder weegbaar. Voor handhavingspraktijken betekent dit dat een beroep op 'dit is ons kernbedrijf' geen reden is om van handhaving af te zien. Controleer bij gemengde functies altijd of de feitelijke hoofdactiviteit binnen de vergunde bestemming valt.

Handhaving & IVRKMilieurechthandhaving03

Rechter schorst dwangsom tegen hotel-opvang COA wegens ontbrekende IVRK-afweging

Handhavingsbesluit dat kinderen raakt vereist expliciete IVRK artikel 3-afweging — zonder die motivering houdt de schorsingsrechter het niet in stand.

De rechtbank schorst de last onder dwangsom waarmee de gemeente Epe het COA wilde dwingen een hotel te sluiten dat 276 asielzoekers opving. De bevoegdheid stond niet ter discussie: het omgevingsplan werd overtreden en de tijdelijke vergunning was verlopen. Ook het capaciteitstekort bij opvanglocaties gold niet als bijzondere omstandigheid om handhaving achterwege te laten. Maar de schorsingsrechter greep in omdat het college bij de evenredigheidsafweging de belangen van de kinderen onder de bewoners niet had meegewogen — wat IVRK artikel 3 verplicht. Conclusie voor de handhavingspraktijk: zodra handhaving mensen met kinderen rechtstreeks raakt, moet die IVRK-afweging expliciet in de motivering staan.

Burgemeestersluiting levert verhuurder geen civiele ontruimingstitel op

Een bestuurlijke sluiting door de burgemeester beëindigt de huurovereenkomst niet — ontruiming vraagt een aparte civiele stap.

De rechtbank Midden-Nederland verduidelijkt de verhouding tussen een bestuurlijke sluiting en civielrechtelijke ontruiming. Een burgemeestersluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet of artikel 13b Opiumwet sluit het pand voor gebruik, maar beëindigt de huurovereenkomst niet van rechtswege en verschaft de verhuurder geen ontruimingstitel. Wil een verhuurder het pand ook feitelijk leeg hebben, dan moet hij — naast of na de bestuurlijke maatregel — afzonderlijk naar de civiele rechter. Gemeenten en verhuurders die ervan uitgaan dat ontruiming automatisch volgt op de sluiting, moeten die werkwijze bijstellen.

Omgevingsvergunningen tijdelijk AZC Nuenen houden stand bij voorzieningenrechter

Bij een VoVo over een tijdelijke omgevingsvergunning is de lat evidente onrechtmatigheid — discussiepunten alleen zijn niet genoeg.

Het college van Nuenen verleende drie omgevingsvergunningen voor tien jaar voor een tijdelijk asielzoekerscentrum. Een omwonende vroeg de voorzieningenrechter de vergunningen te schorsen. Dat verzoek werd afgewezen: op basis van wat verzoeker aanvoerde, kon niet worden geconcludeerd dat sprake is van evidente onrechtmatigheid. Een voorlopige voorziening biedt geen volledige inhoudelijke toets. Praktisch: wie bij een VoVo een tijdelijke omgevingsvergunning wil tegenhouden, moet concrete gebreken aanwijzen die het besluit evident onrechtmatig maken — twijfels of discussiepunten volstaan niet. De bodemprocedure loopt nog.

Gemeente Terschelling mag gronden niet verkopen met vage Didam-criteria

Selectiecriteria bij gemeentelijke grondverkoop moeten zo concreet zijn dat elke gegadigde weet waarop hij wordt beoordeeld.

Rechtbank Noord-Nederland greep in op de openbare verkoopprocedure van gemeente Terschelling voor een aantal percelen. De selectiecriteria waren te vaag geformuleerd om aan de Didam-norm te voldoen: potentiële gegadigden konden niet beoordelen op welke gronden de gemeente haar keuze zou maken. De voorzieningenrechter oordeelt dat de procedure niet ongewijzigd kan worden voortgezet. Praktisch: bij het opzetten van een Didam-procedure moeten selectiecriteria meetbaar, objectief en van tevoren kenbaar zijn. Vage kwaliteitseisen of discretionaire beoordelingsruimte zonder nadere invulling zijn onvoldoende. Zorg dat elk criterium al bij publicatie concreet gedefinieerd is — niet pas tijdens de beoordeling.

BOPA in transitiefaseOmgevingsplan07

Verleende BOPA wijzigt omgevingsplan niet: uitbreiding vereist nieuwe buitenplanse toetsing

Een verleende BOPA wijzigt het omgevingsplan niet — elke nieuwe aanvraag voor uitbreiding staat op zichzelf en vereist opnieuw een buitenplanse toetsing.

Appellante wil haar paardenkraamhotel in Wilnis uitbreiden. Het college van De Ronde Venen weigert: het perceel valt onder het agrarisch omgevingsplan, en de eerder verleende vergunning voor de schuur was een BOPA — een buitenplanse activiteit die het omgevingsplan zelf niet heeft gewijzigd. De RvS bevestigt nu expliciet dat dit Wabo-principe onveranderd geldt onder de Omgevingswet. Een BOPA is geen planwijziging; elke volgende aanvraag moet opnieuw worden getoetst aan het omgevingsplan én aan de buitenplanse criteria. Bij uitbreidingsvragen na een eerder verleende BOPA start je altijd bij nul — er is geen opgebouwde basis in het plan.

Den Haag verwijdert kartonnen doos met spoedeisende bestuursdwang, RvS toetst

Mag een gemeente direct ingrijpen bij een kleine afvalovertreding, zonder vooraf aan te schrijven?

Den Haag paste op 2 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe door een kartonnen doos te verwijderen die in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 was aangeboden. Het college stelde dat besluit vier dagen later op schrift. De Raad van State toetst of de urgentie die spoedeisende bestuursdwang rechtvaardigt ook bij een beperkte afvalovertreding aanwezig is, en of aan de formele vereisten is voldaan. Voor handhavingsteams is dit relevant: de uitkomst bepaalt in welke gevallen het overslaan van een voorafgaande waarschuwing stand houdt bij overtredingen van de afvalstoffenregelgeving.

Intrekking Wnb-vergunningMilieurechthandhaving09

RvS: generieke stikstofaanpak onvoldoende om intrekkingsverzoek natuurvergunning af te wijzen

Onderbouw uw afwijzing van een intrekkingsverzoek met gebiedsspecifiek depositie-inzicht, niet met provinciaal beleid.

De Raad van State bevestigt de Logtsebaan-lijn: GS Drenthe mocht het verzoek van MOB en Leefmilieu om de Wnb-vergunning van een geitenhouderij in te trekken afwijzen, maar uitsluitend als die afwijzing steunt op gebiedsspecifiek inzicht in de noodzakelijke depositiedaling en de termijn waarbinnen die haalbaar is. Een generieke verwijzing naar de landelijke of provinciale stikstofaanpak volstaat niet. Dat de depositiedaling klein is — hier 0,63 mol/ha/jaar — staat op zichzelf niet in de weg aan kwalificatie als passende maatregel. Praktisch: toets uw afwijzing van een intrekkingsverzoek altijd aan dit gebiedsspecifieke inzicht; ontbreekt dat, dan houdt uw besluit geen stand.

B&B in rijtjeswoning vergund ondanks gedeeld achterterrein

Smalle achterterassen blokkeren B&B-vergunning niet — check de planregels over logiesfunctie.

De Raad van State beoordeelt of het college van Dordrecht terecht een omgevingsvergunning verleende voor een B&B op de begane grond van een rijtjeswoning. De woning staat in een blok van twaalf, met achterterassen van slechts 1,80 m diep. De gedeelde ruimte achter het blok speelt een rol in de afweging — waarschijnlijk rond gebruik, bereikbaarheid of brandveiligheid. Voor praktijk: een logiesfunctie in een woonbestemming vergt een expliciete planologische grondslag of afwijkingsbesluit; de fysieke inpassing (terreinmaten, ontsluiting) weegt mee maar is niet per definitie doorslaggevend.

Weigering bijgebouw paardenkraamhotel: wanneer volstaat losse strijd-activiteit aanvragen

Aanvraag alleen voor strijd-met-bestemmingsplan-activiteit — wanneer is dat genoeg, en wanneer weigert het college terecht?

Appellante vroeg in september 2023 uitsluitend een omgevingsvergunning aan voor het 'handelen in strijd met de regels' — niet voor de bouwaanvraag op zich — voor een bijbehorend bouwwerk bij een paardenkraamhotel in Wilnis. Het college van De Ronde Venen weigerde. De Raad van State beoordeelde op 24 juni 2026 of die weigering standhield. Kernpunt voor de praktijk: een aanvraag die alleen de strijd-activiteit omvat, is alleen sluitend als de bouwactiviteit zelf vergunningvrij is of al eerder vergund werd. Ontbreekt die dekking, dan staat het college sterk bij een weigering.

Woningsplitsing naar drie woningen met kapverdieping vergund in Den Haag

Wat moet je checken als een aanvraag voor woningsplitsing plus extra bouwlaag aan je bureau ligt?

De Raad van State oordeelt in deze zaak over een omgevingsvergunning voor het omzetten van één woning in Den Haag naar drie woningen door het toevoegen van een kapverdieping. De kern zit in de vraag of het bouwplan past binnen de planregels én of het college de vergunning terecht heeft verleend. Voor de praktijk: bij een combinatie van woningsplitsing en volumeuitbreiding moet je zowel de gebruiksregels (maximaal aantal wooneenheden per perceel) als de bouwregels (goothoogte, kapvorm, bouwlagen) langs. Een kapverdieping valt niet automatisch buiten de bouwhoogte als planregel die zulks regelt. Check bij vergelijkbare aanvragen altijd of de gemeente een splitsingsbeleid of -verordening heeft die bovenop het bestemmingsplan werkt.

Omgevingsvergunning woningbouw en uitweg Stellendam: toetsing gecombineerde activiteiten

Bij gecombineerde vergunningaanvragen moet elke activiteit afzonderlijk aan het juiste wettelijk kader worden getoetst.

Het college van Goeree-Overflakkee verleende VAVO B.V. een omgevingsvergunning voor twee woningen en een uitweg naar vier parkeerplaatsen in Stellendam. De vergunning bundelde twee activiteiten: bouwen (artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo) en het aanleggen van een uitweg (artikel 2.2 lid 1 onder e Wabo). De Raad van State beoordeelde of beide activiteiten correct waren getoetst. Praktisch punt voor vergunningverleners: als je activiteiten bundelt in één besluit, zorg dan dat de toetsing per activiteit helder is gedocumenteerd — anders loop je het risico dat een deel van het besluit sneuvelt bij bezwaar of beroep.

Westland legaliseert via bestemmingsplan oude strijdigheden na gemeentelijke herindeling

Een LOS-bestemmingsplan kan gelijke behandeling herstellen als herindeling tot rechtsongelijkheid leidde.

Na de fusie tot gemeente Westland in 2004 golden in het glastuinbouwgebied op vergelijkbare percelen verschillende regels, afhankelijk van welke voormalige gemeente de grond behoorde. Handhaving werd zo willekeurig. Om dit op te lossen stelde de raad in 2023 het bestemmingsplan 'Legalisering Oude Strijdigheden' vast: een planologische schoonmaak die feitelijk bestaande situaties van een passende bestemming voorziet. De Raad van State beoordeelde op 24 juni 2026 of dit instrument rechtmatig is. Het geval laat zien dat de legalisatieweg via een bestemmingsplan een reële optie is bij herindelingsgerelateerde rechtsongelijkheid, mits de keuze welke situaties worden gelegaliseerd voldoende wordt onderbouwd.

Vergunning & APVGedeeld15

Strandperceel-exploitant krijgt gecombineerde horecavergunning niet rond

Weigering exploitatie- én alcoholvergunning voor één locatie staat; let op samenloop van toetsingskaders.

De burgemeester van Rotterdam weigerde De Zeebries een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning voor strandperceel Zeekant 111 in Hoek van Holland. De Raad van State bevestigt die weigering in juni 2026. Praktisch punt: wie een strandlocatie wil exploiteren heeft te maken met twee afzonderlijke vergunningstelsels (APV en Alcoholwet) die elk hun eigen weigeringsgronden kennen. Een aanvraag die op één van beide stuit, houdt geen stand. Controleer bij vergelijkbare aanvragen of beide sporen inhoudelijk houdbaar zijn vóórdat je adviseert dat de vergunning haalbaar is — een zwak dossier op één as trekt de hele aanvraag mee omlaag.

Bestemmingsplan 25 woningen Eastermar houdt stand bij Raad van State

Omzetting agrarische grond naar woonbestemming: wanneer overleeft een uitbreidingsplan de toets?

De Raad van State liet het bestemmingsplan voor 25 woningen aan de rand van Eastermar (Fryslân) in stand. De gronden hadden onder het bestemmingsplan Buitengebied 2013 een agrarische bestemming; het uitbreidingsplan wijzigt die naar wonen inclusief een voedselbos. De uitspraak bevestigt dat gemeenteraden bij uitbreidingslocaties aan dorpsranden de ruimte hebben om agrarische grond te bestemmen voor woningbouw, mits de motivering de afweging van dubbelbestemmingen — hier waardebestemmingen — serieus neemt. Controleer bij vergelijkbare plannen of de laddertoets en de onderbouwing van de waarderende dubbelbestemming voldoende zijn uitgewerkt.

Bestuurlijke lusGedeeld17

Nadere motivering herstelt bestemmingsplangebrek na tussenuitspraak Afdeling

Aanvullende motivering kan een in tussenuitspraak vastgesteld plangebrek repareren — gebruik de hersteltermijn volledig en onderbouw elk aangewezen gebrek.

De Afdeling had in november 2025 vastgesteld dat het bestemmingsplan 'Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024' een gebrek bevatte en de raad een hersteltermijn van 20 weken gegeven. De raad gaf aanvullende motivering; de Afdeling beoordeelde in deze einduitspraak of dat herstel slaagde. De uitspraak bevestigt het bestuurlijke-luspatroon: een tussenuitspraak is geen vernietiging maar een kans. Voor teams die bestemmingsplanprocedures begeleiden geldt: documenteer bij elke tussenuitspraak precies wélk gebrek is aangewezen, stel een interne deadline ruim vóór de 20-wekentermijn en toets de nadere motivering vooraf op de criteria uit de tussenuitspraak.

Hekwerk te hoog gebouwd: aanpassing na last volstaat niet automatisch

Na een handhavingstraject volstaat een hoogte-aanpassing alleen als de nieuwe situatie volledig spoort met de vergunning.

Het college van Baarle-Nassau verleende een omgevingsvergunning voor een hekwerk van circa 1,5 m hoog. De eigenaar paste de hoogte achteraf aan nadat een handhavingstraject was gestart. De Raad van State beoordeelde of die aanpassing de overtreding feitelijk en rechtens had hersteld. De praktische les: wie een bouwwerk aanpast onder druk van een last, moet niet alleen de maat corrigeren, maar ook aantonen dat de nieuwe situatie exact overeenkomt met de vergunning. Leg dat altijd schriftelijk voor aan het bevoegd gezag — anders loopt de last gewoon door.

Bestuurlijke lusGedeeld19

Bestuurlijke lus sluit bestemmingsplan Den Haag na tijdig herstelbesluit

Na een tussenuitspraak moet het herstelbesluit tijdig én inhoudelijk deugdelijk zijn — oppervlakkig repareren volstaat niet.

De Afdeling constateerde in augustus 2025 een gebrek in het bestemmingsplan 'Anna van Hannoverstraat 4' van Den Haag en gaf de raad 26 weken om dit te herstellen. De raad stelde op 29 januari 2026 een gewijzigd plan vast, waarna de Afdeling de einduitspraak deed. De bestuurlijke lus biedt een tweede kans, maar de einduitspraak toetst het herstelbesluit zelfstandig: een formeel tijdig besluit dat de geconstateerde gebreken niet werkelijk wegneemt, riskeert alsnog vernietiging. Zorg bij herstelbesluiten dat de motivering direct ingaat op wat de tussenuitspraak heeft aangewezen.

Gemeente mag weigeren te handhaven op tweede uitweg van buurman

Handhaving is geen automatisme: een college mag afwijzen als de overtreding niet onomstotelijk vaststaat.

Een bewoner in Heiloo vroeg het college om handhavend op te treden tegen het bouwproject en de tweede uitweg van zijn buurman. Het college weigerde en de Raad van State bekrachtigt dat oordeel. De bijzonderheid zit in de kadastrale situatie: het buurperceel bestaat uit twee afzonderlijke kadastrale percelen in een U-vorm, wat de vraag naar vergunningplicht en eigendomsgrenzen compliceerde. Praktisch punt voor het team: bij een handhavingsverzoek over een uitweg, controleer eerst de kadastrale grenzen én de toepasselijke APV- of omgevingsvergunninggrondslag. Ontbreekt een aantoonbare overtreding, dan heeft het college discretionaire ruimte om af te wijzen — en die ruimte houdt stand bij de rechter.

Omgevingsvergunning voor opsplitsing zorgwoningen houdt stand bij buren-bezwaar

Wanneer mag een buurman een vergunning voor woningsplitsing aanvechten — en wanneer niet?

Boschvast B.V. kreeg een omgevingsvergunning voor de verbouwing van twee voormalige zorgwoningen naar vier reguliere woningen in Vught. Een omwonende vocht de vergunning aan. De Raad van State beoordeelde of de appellant als belanghebbende kon worden aangemerkt en of de vergunningverlening planologisch deugde. Voor de praktijk: bij woningsplitsingsprojecten is de kring van bezwaargerechtigde omwonenden niet automatisch ruim. Controleer bij vergelijkbare vergunningaanvragen vroeg in het proces wie reëel zicht heeft op de gesplitste eenheden — dat bepaalt wie straks met kans van slagen naar de rechter kan.

Jarenlange bewoning bedrijfspand biedt geen bescherming tegen handhavingslast

BRP-inschrijving en tien jaar feitelijk gebruik scheppen geen recht op strijdig wonen in een bedrijfspand.

Het college van Breda legde een eigenaar een last op om de bewoning van zijn bedrijfspand te staken en een aangebrachte badkamer te verwijderen. De Raad van State bekrachtigde dit. Inschrijving in de BRP en jarenlang feitelijk gebruik — eigenaar sinds 2013, ingeschreven bewoner sinds 2015 — creëren geen beschermd vertrouwen zolang geen omgevingsvergunning voor bewoning is verleend. Voor handhavingsteams: de duur van de overtreding is geen verweer. Fysieke aanpassingen zoals een badkamer worden als aparte last opgelegd, ook als ze functioneel samenhangen met de bewoning. Documenteer beide afzonderlijk in het handhavingsbesluit.

Spoedeisende bestuursdwang voor afvalzakken op verkeerde dag: urgentievereiste getoetst

Leg de concrete spoedeisendheid altijd expliciet vast — afval op straat is op zichzelf geen automatische rechtvaardiging.

Gemeente Kaag en Braassem verwijderde op 22 januari 2025 twee huisvuilzakken met PMD-afval die een dag na de reguliere inzameldag waren aangeboden, in strijd met de gemeentelijke Afvalstoffenverordening. Dat deed ze zonder voorafgaande last — als spoedeisende bestuursdwang. De RvS toetst of die spoedeisendheid gerechtvaardigd was. Bij het overslaan van een vooraankondiging geldt een strenge lat: er moet sprake zijn van een situatie die onmiddellijk ingrijpen vereist. Voor handhavingsteams is de les: documenteer bij elke toepassing van spoedeisende bestuursdwang concreet waarom uitstel niet mogelijk was. Dat afval op de stoep staat, is daarvoor op zichzelf onvoldoende.

Netmeting en hennepvondst vormen voldoende grond voor woningsluiting

Anonieme melding plus Liander-netmeting mogen samen als basis voor dwangsomoplegging dienen.

De burgemeester van Waadhoeke legde een last onder dwangsom op nadat politie na een anonieme tip en een netmeting door Liander 2.200 gram hennep aantrof in de aanbouw van een woning in Tzummarum. De Raad van State oordeelt dat de combinatie van die netmeting en de concrete vondst voldoende grondslag biedt voor handhavend optreden. Voor teams die dwangsombesluiten voorbereidt: een netmeting alleen is doorgaans niet genoeg, maar als Liander-data samenvalt met een daadwerkelijke vondst bij doorzoeking, staat de bevoegdheidsgrondslag. Leg in het besluit expliciet vast hoe de afzonderlijke signalen elkaar versterken.

Bestuurlijke boeteGedeeld25

Rechter matigt boete beveiligingsbedrijf van €10.500 naar €600

Evenredigheidstoets snijdt boetes fors terug — ook na bezwaar.

De minister legde een beveiligingsbedrijf een boete van €10.500 op voor drie overtredingen van de Wpbr. Na bezwaar ging de staatssecretaris al naar €2.000. De Raad van State matigt verder naar €600. De uitspraak laat zien dat de bestuursrechter de evenredigheid van bestuurlijke boetes actief toetst en niet terugschrikt voor stevige matiging — ook als het bestuursorgaan in bezwaar al had bijgesteld. Voor handhavingsteams is dit een signaal: motiveer de hoogte van elke boete expliciet op de specifieke feiten, want een generiek boetebedrag houdt bij de rechter weinig stand.

Handhaving arbeidsmigrantenArbeidsmigratie26

Anonieme melding rechtvaardigt binnentreden en spoedeisende bestuursdwang bij illegale migrantenhuisvesting

Anonieme meldingen over illegale bewoning volstaan voor een binnentredingsmachtiging; bij brandgevaar mag je direct spoedeisende bestuursdwang toepassen zonder voorafgaande last.

De burgemeester van Raalte gaf op basis van meerdere anonieme meldingen een machtiging af om een bedrijfshal te betreden. Daarbinnen bleken brandonveilige slaapruimtes voor arbeidsmigranten. Het college paste vervolgens spoedeisende bestuursdwang toe zonder eerst een last op te leggen. De Raad van State bevestigt beide stappen: anonieme meldingen kunnen samen een redelijk vermoeden opleveren dat binnentreden gerechtvaardigd is, mits er voldoende concrete aanwijzingen zijn. Spoedeisende bestuursdwang zonder voorafgaande last is toegestaan bij acuut gevaar — zoals brandonveilige slaapomstandigheden. Dit bevestigt het handhavingsinstrumentarium voor toezichthouders die illegale logies in bedrijfspanden vermoeden, maar voegt juridisch weinig nieuws toe.

Weigering wijzigingsplan: college heeft beleidsvrijheid, maar motivering moet kloppen

Controleer of uw weigeringsmotivatie verder gaat dan 'wij vinden het niet opportuun'.

Een bewoner van een perceel in Heemskerk vroeg het college de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan te gebruiken om een ontwerpwijzigingsplan vast te stellen. Het college weigerde. De Raad van State bevestigt dat een wijzigingsbevoegdheid discretionair is: het college hoeft die niet te benutten. Maar die vrijheid is niet onbegrensd — de weigering moet deugdelijk gemotiveerd zijn en mag niet berusten op onjuiste of onvolledige afweging van belangen. Voor de praktijk: een weigering op basis van beleidsopportuniteit is verdedigbaar, maar alleen als het college de relevante feiten en belangen concreet heeft meegewogen. Een standaardformulering volstaat niet.

Omgevingsvergunning stallencomplex vergund ondanks ecologische bezwaren eiken

Wanneer mag je 26 eiken kappen voor een paardenhouderij — en wanneer niet?

De Raad van State beoordeelde de omgevingsvergunning die Utrechtse Heuvelrug verleende aan Wildeland B.V. voor een stallencomplex in Doorn, inclusief het kappen van 26 eiken. Het college had eerder al een revisievergunning onder de Wet milieubeheer verleend voor de locatie. De uitspraak verduidelijkt hoe ecologische bezwaren tegen boomkap worden gewogen binnen een omgevingsvergunningtraject: het bevoegd gezag moet de kapvergunning zelfstandig motiveren, ook als de bouwactiviteit op zichzelf vergund is. Voor teams die paardenhouderijen of agrarische complexen begeleiden: controleer of de kap-onderbouwing los van de bouwtoestemming deugdelijk is gemotiveerd.

Wnb & stikstofMilieurechthandhaving29

Verleasen stikstofruimte werkt alleen met publiekrechtelijke beperking bij saldogever

Verleaseconstructies zonder publiekrechtelijke beperking én additionaliteitstoets zijn kwetsbaar — drie vereisten nu richtinggevend.

De Raad van State formuleert een uitgewerkt toetsingskader voor verleasen van stikstofruimte. Drie vereisten staan centraal: de natuurvergunning van de saldogever moet publiekrechtelijk worden beperkt zodat de vrijgekomen ruimte niet meer door hem kan worden benut; het additionaliteitsvereiste geldt ook bij verleasen; en de vergunning voor de ontvanger moet concrete voorschriften bevatten die bestuursrechtelijke handhaving mogelijk maken. Voortbouwend op uitspraken uit 2024, maar nu richtinggevend. Voor toezichthouders: controleer bij bestaande verleaseconstructies op alle drie de vereisten — ontbreekt één, dan is er een handhavingsgrond.

Kosten spoedbestuursdwang Wet dieren terecht verhaald, draagkracht helpt niet

Spoedbestuursdwang onder de Wet dieren: kosten blijven verhaalbaar ook als de overtreder aanvoert geen geld te hebben.

Het CBb bevestigt dat de kosten van spoedbestuursdwang op grond van de Wet dieren redelijkerwijs voor rekening van de overtreder komen. De spoedbestuursdwang was rechtmatig: er was voldoende urgentie en geen ruimte voor een voorafgaande last. Dat appellante geen draagkracht had, leidde niet tot een ander oordeel — het kostenverhaal blijft in stand. Praktisch: wie spoedbestuursdwang toepast bij overtredingen van de Wet dieren, moet de urgentie deugdelijk onderbouwen. Is dat gedaan, dan biedt een draagkrachtverweer weinig soelaas. Besluiten over kostenverhaal zijn houdbaar mits de onderliggende bestuursdwang feitelijk en juridisch goed is gedocumenteerd.

CBb vernietigt zowel dwangsom als bestuursdwang onder Wet dieren

Beide handhavingstracks sneuvelden tegelijk — controleer grondslag en motivering vóór je een last oplegt.

Het CBb verklaarde twee handhavingsbeslissingen onrechtmatig die elk op zichzelf al ingrijpend waren: een last onder dwangsom met aansluitende invordering én een last onder bestuursdwang met kostenverhaal. Dat beide beroepen gegrond zijn, wijst op een structurele zwakte in de onderbouwing — niet een toevallige omissie. Voor teams die handhaven onder de Wet dieren betekent dit: controleer bij elk handhavinsgtraject of de overtreding afdoende is vastgesteld, de keuze voor het instrument gemotiveerd is en de kosten­verhaalsbeschikking een zelfstandige deugdelijke grondslag heeft. Een gecombineerde aanpak vergroot de risico's als de basis niet klopt.

Vergunning & APVEvenementen32

Intrekking exploitatievergunning op 'slecht levensgedrag' sneuvelt bij rechter

Artikel 1:6 APV geeft geen zelfstandige intrekkingsbevoegdheid — check je onderbouwing.

De burgemeester trok een exploitatievergunning en alcoholwetvergunning in wegens slecht levensgedrag van een vennoot. De rechtbank schorste beide besluiten. Artikel 1:6 APV mag niet als zelfstandige intrekkingsgrond dienen voor de exploitatievergunning — daarvoor is een specifieke grondslag in de vergunningsbepalingen zelf nodig. Bovendien was het gestelde slecht levensgedrag onvoldoende onderbouwd. Voor het evenementen- en horecateam: controleer bij intrekkingstrajecten altijd of de gekozen APV-bepaling ook daadwerkelijk een intrekkingsbevoegdheid bevat, en zorg dat de feiten over gedrag deugdelijk zijn gedocumenteerd voordat een besluit wordt genomen.