Ruimtemeesters
Nummer 04416 augustus 2026

Jurisprudentie week 33 · 10 aug – 16 augustus 2026

Een terugblik op de Nederlandse uitspraken van deze week — 22 uitspraken, waarvan 6 duidelijk relevant voor één expertteam (score ≥ 0,25). Bron: corpus-rolling-2026-08-23, geordend op datum.

Editie: Alle edities22 van 22 artikelen zichtbaar
VerblijfsrechtGedeeld№01

Standstill-clausule schrapt MVV-plicht niet voor Turkse zelfstandige

Het Associatieverdrag EEG-Turkije beschermt Turkse zelfstandigen niet automatisch tegen het MVV-vereiste.

Een Turkse onderdaan die als zelfstandige in Nederland wil werken, probeerde het MVV-vereiste te omzeilen via de standstill-clausule uit het Associatieverdrag EEG-Turkije. Die clausule verbiedt in principe nieuwe beperkingen op toegang voor Turkse zelfstandigen. De rechtbank erkent dit uitgangspunt, maar oordeelt dat dwingende redenen van algemeen belang het MVV-vereiste hier rechtvaardigen — en dat die rechtvaardiging standhoud. Praktisch gevolg: bij Turkse zelfstandigen kunt u niet automatisch uitgaan van een vrijstelling op verdragsbasis. De rechtvaardigingsgrond is nu het aanknopingspunt: is die in het besluit concreet en deugdelijk gemotiveerd, of schiet de onderbouwing tekort?

Twee foto's zijn te weinig bewijs voor handhaving tegen bijenhouders

Een handhavingsverzoek met slechts twee foto's als onderbouwing hoeft het college niet te honoreren.

Wie handhaving wil afdwingen bij het college, moet de overlast concreet onderbouwen. In deze zaak diende een bewoner een verzoek in om op te treden tegen een imkervereniging in Almere, wegens bijenzwermen en bijenpoep op ramen, tuinmeubilair en voertuigen. Bij het verzoek zaten slechts twee foto's — één van bijenpoep op een tuinkussen, één van een bijenzwerm op straat. De rechtbank oordeelt dat het college dit verzoek mocht afwijzen. De bewijslast lag bij de verzoeker; die is niet gehaald. Praktisch: één incident of twee foto's volstaan niet. Zorg bij handhavingsverzoeken voor een dossier met meerdere observaties, data, verklaringen of metingen.

Intrekking dwangsom na jaar telt niet als tegemoetkoming aan beroep

Proceskosten niet vergoed als intrekking enkel tijdverloop als grond heeft, niet het beroep.

De rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat een burgemeester die een last onder dwangsom intrekt omdat de begunstigingstermijn van een jaar is verstreken, daarmee niet tegemoetkomt aan het beroep in de zin van artikel 8:75a Awb. Dat artikel vereist dat het bestuursorgaan het bestreden besluit intrekt óvanwege het beroep. Tijdverloop is een zelfstandige grond — los van het beroep — en levert dus geen aanspraak op proceskostenvergoeding op. Praktisch: als je namens een cliënt procedeert terwijl de last dreigt te vervallen door tijdverloop, kom dan niet vanzelfsprekend op kosten. Leg de intrekkingsgrond expliciet vast en toets die aan 8:75a voordat je een verzoek indient.

Hotel Doetinchem vergund na uitweg- en bestemmingsplantoets

Wat telt bij een uitwegvergunning naast het bestemmingsplan?

De Raad van State beoordeelde de omgevingsvergunning voor een hotel op de hoek Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem, inclusief de vergunning voor een nieuwe uitweg. Omwonenden tekenden bezwaar aan. De uitspraak verduidelijkt hoe gemeente en rechter de uitwegvergunning toetsen naast de ruimtelijke onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan. Voor teams die vergelijkbare projecten begeleiden: zorg dat de uitwegcomponent apart en volledig is onderbouwd — een zwakke verkeerskundige motivering blijft een zelfstandig aanvalspunt, ook als het bouwdeel standhoudt.

Hotel Doetinchem mag bouwen: omgevingsvergunning hoek Kilderseweg standhoudt

Bezwaar buurman tegen hotelvergunning Doetinchem sneuvelt bij de Raad van State.

Het college van Doetinchem verleende in 2021 een omgevingsvergunning voor een hotel op de hoek Kilderseweg/Europaweg, inclusief een uitweg. Een omwonende maakte bezwaar, maar de Raad van State bevestigde de vergunning op 12 augustus 2026. De uitspraak laat zien dat uitwegvergunningen en bouwvergunningen voor commerciële functies nabij woonpercelen standhouden als het college de ruimtelijke onderbouwing op orde heeft. Controleer bij vergelijkbare projecten of de uitwegbeoordeling en de ruimtelijke motivering voldoende zijn gedocumenteerd — dat is het punt waarop omwonenden bij de rechter het vaakst succes hopen te boeken.

Jarenlange loswal Giethoorn: buren kunnen volledige handhaving niet afdwingen

Een al jaren aanwezige betonnen verharding geeft omwonenden geen recht op volledige handhaving — ook als zij de gemeente daarom verzoeken.

Appellanten A en B verzochten de gemeente Steenwijkerland te handhaven tegen een verharde loswal aan de Dorpsgracht in Giethoorn die al jarenlang aanwezig is. Het college honoreerde dat verzoek gedeeltelijk, maar wees het voor een deel af. De Raad van State beoordeelt de rechtmatigheid van die gedeeltelijke weigering. De praktische les: een bestaande situatie kan een grond zijn om handhaving deels te weigeren. Gemeenten die met vergelijkbare derdenverzoeken worden geconfronteerd, moeten het onderscheid tussen gehonoreerde en afgewezen onderdelen scherp motiveren — anders is het besluit alsnog kwetsbaar in bezwaar en beroep.

BestemmingsplanGedeeld№07

RvS toetst appartementenplan Hoorn: 26 meter hoogte en parkeergarage voor 108 auto's

Inpandige parkeeroplossing bij woningbouw: zorg dat de beschikbaarheid concreet is onderbouwd.

De Raad van State deed op 12 augustus 2026 uitspraak over het bestemmingsplan 'De Vrijheid' van de gemeente Hoorn (ECLI:NL:RVS:2026:4724). Het plan maakt 133 appartementen mogelijk op de Holenweg, met bouwhoogten tot 26 meter en 153 parkeerplaatsen — 108 daarvan in een parkeergarage, 45 op maaiveld. Bij dit type plannen spitst de beroepsprocedure zich doorgaans toe op de vraag of de parkeernorm aantoonbaar gehaald wordt en of de inpandige capaciteit feitelijk beschikbaar blijft. Voor planwetgevingsadviseurs: leg bij een gemengde parkeeroplossing altijd vast hoe de garage juridisch is geborgd en toegankelijk voor bewoners.

Ruimte-voor-ruimte motiveringOmgevingsbeleid№08

Gemeente moet omgevingskwaliteitswinst zelf onderbouwen bij post-2017 Ruimte-voor-ruimtecertificaat

Na 16 februari 2017 uitgereikte certificaten vereisen een eigen gemeentelijke onderbouwing van de omgevingskwaliteitswinst — controleer dit bij elk Ruimte-voor-ruimte-plan.

De RvS bevestigt de lijn uit 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1568 en 2025:1692): voor Ruimte-voor-ruimtecertificaten uitgereikt na 16 februari 2017 kan een gemeente niet volstaan met een verwijzing naar de provinciale regeling. De IOV Noord-Brabant vereist dat de gemeente zelfstandig motiveert dat de ingreep leidt tot aanzienlijke winst in omgevingskwaliteit. In Someren wilde de raad permanente bewoning van een recreatiewoning planologisch legaliseren via zo'n certificaat — dat lukte niet zonder deugdelijke eigen onderbouwing. Praktisch: elk Ruimte-voor-ruimte-dossier met een post-2017-certificaat moet een zelfstandige analyse van de omgevingskwaliteitswinst bevatten, los van wat de provincie al heeft vastgesteld.

Stacaravan als woning in buitengebied rechtvaardigt gemeentelijke dwangsom

Wie een stacaravan bewoont op een buitengebiedsperceel kan rekenen op handhaving — feitelijk gebruik biedt geen bescherming.

De gemeente Zundert legde een last onder dwangsom op voor een stacaravan en houtopslag in kratten op een buitengebiedsperceel in Rijsbergen. De Raad van State beoordeelde de rechtmatigheid van die handhaving. Het bewonen van een stacaravan op een perceel met een buitengebiedsbestemming is in strijd met de gebruikelijke planregels; hetzelfde geldt voor de opslagactiviteiten. Colleges zijn in dit soort gevallen bevoegd — en in beginsel verplicht — te handhaven. Dat de bewoner er feitelijk al langere tijd woont, maakt de opgelegde last niet onevenredig. Bijzondere omstandigheden die tot afzien van handhaving nopen, worden door de Raad van State niet snel aanvaard.

Omgevingsvergunning twee inritten landgoed ondanks bezwaar gemeente niet herroepen

Wanneer mag je inritten over bestaande duikers vergunnen ondanks weerstand van de gemeente zelf?

De Raad van State oordeelt over een omgevingsvergunning voor twee inritten op Landgoed Theede in Sint-Michielsgestel, aangelegd over bestaande duikers met dammen. Opvallend is dat het college zelf de vergunning verleende maar kennelijk later bezwaren kreeg of het besluit wilde herzien. Voor het expertteam: controleer bij inritvergunningen altijd of bestaande infrastructuur (duikers, dammen) de aanlegactiviteit zelfstandig draagt of dat aanvullende toestemming nodig is. De uitspraak bevestigt dat vergunde inritten over bestaande werken in beginsel standhouden als de feitelijke situatie de vergunning ondersteunt.

Van-rechtswege-vergunning paardentraining houdt stand ondanks geuroverlastbezwaar buurman

Een van-rechtswege-vergunning voor een paardentrainingsruimte is onherroepelijk — ook bij geuroverlastklachten van buren.

Het college van Deurne deelde in december 2023 mee dat van rechtswege een omgevingsvergunning was ontstaan voor een paardentrainingsruimte in Liessel. De buurman maakte bezwaar vanwege gevreesde geuroverlast. De Raad van State bevestigt dat de vergunning van rechtswege rechtsgeldig is ontstaan doordat het college niet tijdig had beslist. Geuroverlast als bezwaargrond is in dit geval niet genoeg om de vergunning terug te draaien. Praktisch aandachtspunt: bij van-rechtswege-vergunningen is de beslissingsruimte van de gemeente na het verstrijken van de termijn beperkt — zorg dat milieu- en geurtoetsing plaatsvindt vóór de beslistermijn verloopt.

Begeleid verblijf met uitstroomdoel telt niet als wonen

Toets opvangfuncties met uitstroomtraject apart — ze vallen buiten het woonbegrip en vereisen een eigen planologische grondslag.

Amsterdam verleende een omgevingsvergunning voor een daklozenopvang op het Zeeburgerpad. Omwonenden bestreden dat het gebruik niet paste binnen de bestemming. De Raad van State bevestigt de bestaande lijn: verblijf van meer dan een jaar gecombineerd met begeleiding gericht op uitstroom naar zelfstandig wonen kwalificeert niet als 'wonen' in planologische zin. Dat onderscheid is bruikbaar bij functiemenging in bestemmingsplannen en bij handhavingsverzoeken: wie een opvangfunctie met exittraject wil tegenhouden via de woonbestemming, heeft onvoldoende grond. De uitspraak voegt geen nieuwe norm toe, maar geeft een scherpe bevestiging die teams kunnen citeren in plantoetsen en bezwaarprocedures.

Last onder dwangsomArbeidsmigratie№13

Vakantiepark huisvest arbeidsmigranten in strijd met bestemmingsplan: €1 miljoen ingevorderd

Recreatiebestemming sluit arbeidsmigrantenhuisvesting expliciet uit; verjaring en matiging bieden geen redding bij langdurig voortgezet gebruik.

Vakantiepark De Berckt in Baarlo huisvestte jarenlang arbeidsmigranten, terwijl de planregels dat expliciet verbieden. Peel en Maas vorderde €1 miljoen aan verbeurde dwangsommen in. Oostappen bestreed de invordering met een beroep op verjaring en matiging — beide werden door de RvS verworpen. De uitspraak introduceert geen nieuwe rechtsregel, maar bevestigt twee praktische ankerpunten: planregels die arbeidsmigrantenhuisvesting expliciet uitsluiten zijn afdwingbaar tot de maximale dwangsom, en langdurig voortgezet gebruik blokkeert zowel verjaring als succesvolle matiging. Voor het arbeidsmigratieteam: controleer bij vakantieparken altijd de planregels op expliciete uitsluitingen; een verblijfsrecreatieve bestemming dekt structurele arbeidershuisvesting zelden.

Levensloopbestendige woningen Wijchen sneuvelen door gebrekkige ruimtelijke onderbouwing

Controleer of de ruimtelijke onderbouwing aantoonbaar aansluit op de specifieke functieaanduiding — anders houdt het plan geen stand.

De Raad van State vernietigde het bestemmingsplan voor twee levensloopbestendige woningen aan de Hoogeerdstraat in Niftrik (gemeente Wijchen). De specifieke functieaanduiding 'levensloopbestendige woningen' vereist een deugdelijke onderbouwing waarom juist deze vorm van wonen op deze locatie ruimtelijk aanvaardbaar is. Die onderbouwing ontbrak of schoot tekort. Voor teams die vergelijkbare woningbouwplannen begeleiden: een bijzondere functieaanduiding vraagt een eigen motivering — de algemene woonbestemming dekt dat niet af.

Harderwijk herstelt bestemmingsplan Randmeer na gebreken in tussenuitspraak

Hersteluitspraak bevestigt dat de gemeente het gebrek adequaat heeft gerepareerd.

De Afdeling had Harderwijk in mei 2025 opgedragen gebreken in het bestemmingsplan 'Stadsweiden - Randmeer' te herstellen. Dat plan maakt herontwikkeling mogelijk van woonzorgcentrum Randmeer: sloop van 101 wooneenheden en nieuwbouw. In de einduitspraak van 12 augustus 2026 oordeelt de Afdeling dat de gemeente het gebrek afdoende heeft hersteld. Praktisch punt: bij een bestuurlijke lus moet het herstel precies de geconstateerde gebreken adresseren — niet meer, niet minder. Wijk je af of breid je de planregels uit, dan riskeert het herstelbesluit nieuwe bezwaren en een nieuwe ronde.

Last onder dwangsomMilieurechthandhaving№16

Gemeente legt onterecht dwangsom op: afvalstoffenhandhaving is rijksbevoegdheid

Controleer vóór elk handhavingsbesluit over afvalstoffen of het college of de minister bevoegd is.

De Afdeling vernietigt ambtshalve de dwangsom die het college van Goeree-Overflakkee oplegde voor overtreding van art. 10.45 Wm. Op grond van art. 18.2b lid 4 sub b Wm is handhaving van dat artikel voorbehouden aan de minister van IenW — niet aan het college. Gemeentelijke handhavers moeten bij afvalstoffen altijd eerst de wettelijke grondslag controleren: Wabo-overtredingen mogen het college aanpakken, maar specifieke Wm-verplichtingen soms niet. Extra aandachtspunt: als één besluit lasten met Wabo- én Wm-grondslagen bundelt, splitst de rechterlijke bevoegdheid — de Afdeling beoordeelt de Wabo-last, de rechtbank de Wm-last.

Dwangsom €20.000 ingevorderd voor bedrijfsmatige opslag op woonperceel

Invordering staat of valt met de overtreding op de peildatum — latere opruiming doet niet ter zake.

Het college van Horst aan de Maas legde een last onder dwangsom op aan een bewoner die op zijn perceel voertuigen handelde, repareerde en bulkgoederen opsloeg. Toen de overtreding niet tijdig was beëindigd, vorderde het college €20.000 in. De Raad van State toetste deze invordering. Voor de praktijk: documenteer de situatie op het meetmoment zorgvuldig en sluitend. Latere opruiming doet niet af aan de verschuldigde dwangsom als de overtreding op de peildatum vaststond — tenzij bijzondere omstandigheden invordering onevenredig maken. Zorg bij gemengde bedrijfsactiviteiten thuis dat de last alle relevante activiteiten dekt.

Functiewijziging bestaand gebruik valt niet automatisch onder parkeerregeling

Check of de gemeentelijke parkeerregeling ook functiewijzigingen van bestaande panden expliciet dekt.

De gemeente Castricum moest een nieuw parapluplan vaststellen omdat het vorige parkeerparapluplan een wezenlijk gat bevatte: bij wijziging van bestaand gebruik was niet geregeld dat ook dan in parkeerbehoefte moest worden voorzien. De Raad van State beoordeelde het nieuwe plan op 12 augustus 2026. De casus illustreert een terugkerend risico: gemeentelijke parkeerregelingen die alleen nieuwe ontwikkelingen treffen, laten herbestemmingen en gebruikswijzigingen buiten beeld. Controleer bij elk initiatief of de toepasselijke parkeerregeling functiewijzigingen van bestaande bebouwing expliciet meeneemt. Ontbreekt die bepaling, dan kunnen aanvragers stellen dat de parkeernorm niet geldt — en wordt plantoetsing of handhaving meteen een stuk lastiger.

Boete en intrekking derogatievergunning bij overschrijding mestgebruiksnormen evenredig

Mondelinge toezeggingen over gebruiksnormen beschermen niet; leg afspraken altijd schriftelijk vast.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dat een veehouder die de stikstof- en fosfaatgebruiksnormen overschrijdt zowel een boete als intrekking van zijn derogatievergunning kan krijgen. Een beroep op het vertrouwensbeginsel haalt het niet: de veehouder maakte niet aannemelijk dat er een mondelinge toezegging was gedaan. De diercategorieën waren correct vastgesteld. Beide sancties werden evenredig geacht. Voor bedrijven met een derogatievergunning betekent dit: houd exacte administratie bij van mestplaatsing per perceel en laat mondelinge uitlatingen van RVO altijd schriftelijk bevestigen.

Hormoonverstorende stoffenMilieurechthandhaving№20

CBb: hormoonverstorende fludioxonil maakt Ctgb-toelating voor Pitcher onrechtmatig

Ctgb moet Pitcher alsnog weigeren; een toelating die punt 3.6.5 bijlage II negeert, legaliseert open gebruik niet.

Het CBb oordeelt dat het Ctgb het gewasbeschermingsmiddel Pitcher niet had mogen toelaten. De werkzame stof fludioxonil heeft hormoonontregelende eigenschappen voor mens en niet-doelwit-organismen. Punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening 1107/2009 staat toelating van zulke stoffen alleen toe voor gesloten systemen of omstandigheden waarbij menselijk contact is uitgesloten. Pitcher wordt niet zo gebruikt. Het Ctgb moet de toelating alsnog weigeren. De les voor handhaving: een Ctgb-toelating die dit vereiste negeert, heeft geen legaliserende werking. Bij gebruik van dit middel in open omstandigheden kun je optreden, ook als de gebruiker een formeel Ctgb-besluit overlegt — de rechtsbasis voor dat besluit ontbreekt.

Carport zonder vergunning: legalisering geweigerd, beroep op vertrouwen en gelijkheid faalt

Een carport in strijd met het plan legaliseren lukt niet als het college de weigering goed motiveert vanuit functietoewijzing.

Een eigenaar bouwde een carport zonder omgevingsvergunning en vroeg achteraf om legalisering. Het college weigerde: de carport past niet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties — de nieuwe Omgevingswet-toets die de 'goede ruimtelijke ordening' heeft vervangen. De rechtbank stelt het college in het gelijk. Het beroep op het vertrouwensbeginsel (gewekte verwachtingen) en het gelijkheidsbeginsel (vergelijkbare gevallen die wél zijn toegestaan) haalden het allebei niet. Voor de praktijk: een stevig gemotiveerd weigeringsbesluit op functietoewijzing is onder de Omgevingswet voldoende; eisers moeten concrete, vergelijkbare precedenten aandragen om het gelijkheidsbeginsel te laten slagen.

Vergunning & APVEvenementen№22

Burgemeester mag natuur niet meewegen bij evenementenvergunning

Natura 2000-bezwaren horen bij de provincie, niet bij de APV-toets.

Een stichting verzocht een voorlopige voorziening tegen de evenementenvergunning voor het Openlucht Filmfestival 2026, stellende dat de burgemeester de gevolgen voor nabijgelegen natuur had moeten meewegen. De voorzieningenrechter wijst dit af: 'bescherming van het milieu' in art. 1:8 APV ziet alleen op het woon- en leefmilieu van omwonenden, niet op Natura 2000-waarden of beschermde soorten. Die toets ligt bij de provincie via de Omgevingswet. Voor het evenementenvergunningenteam is dit een scherpe afbakening: milieu- en natuurbezwaren van derden horen thuis in het omgevingsrechtelijke spoor, en weerleggen ze niet de APV-weigeringsgronden.